Klikzink

Felsplaat: restmateriaal en snijverlies per vorm

Wie ooit met plaatmateriaal van de rol heeft gewerkt, kent het beeld: een rol van vaste breedte, en elke baan die korter is dan de rol levert een reststuk op dat ergens tegen de schuur blijft staan. Bij felsbanen werkt dat anders. Wij leveren de plaat op de millimeter afgekort, van 450 tot 8000 mm, precies op de lengte die u opgeeft. Er is geen rol waar u van afknipt, en dus ook geen vast reststuk dat bij elke bestelling terugkomt. Het snijverlies dat bij rolmateriaal onvermijdelijk is, vervalt hierdoor grotendeels al voordat de plaat op de bouwplaats komt.

Dat betekent niet dat er nooit iets overblijft. Het betekent dat het verlies verschuift van de fabriek naar de bouwplaats, en van de lengte van de baan naar de vorm van het dak. Op een rechte kap met een nok en een goot is er bijna niets weg te snijden: u bestelt de lengte van de druiplijn tot de nok, en de baan past. Zodra het dak een andere vorm krijgt, verandert dat beeld volledig.

Schuine vlakken en de baan die u toch moet inkorten

Neem een dakvlak met een schuine gootlijn, zoals bij een wolfseind of een dak dat niet haaks op de gevel staat. De baan die u bestelt is recht, maar de rand die hij moet volgen is dat niet. U bestelt op de langste maat die het vlak vraagt, en aan de korte kant van de schuine snede zaagt u het overschot eraf. Bij een flauwe schuinte is dat een reep van een paar centimeter breed over de volle lengte van de baan; bij een steile schuinte, zoals bij een puntgevel, kan dat een driehoek zijn die een aanzienlijk deel van de baan opeet. Hoe u die snede precies zet, met de nibbelmachine of met de cirkelzaag, leest u bij ons artikel over [knippen, nibbelen of zagen](/felsplaat/snijverlies/zagen-en-knippen). Hier gaat het om iets anders: om wat er van die baan overblijft en of u daar nog iets mee kunt.

Een driehoekig reststuk van een schuine snede is voor een volgende baan meestal niet meer te gebruiken, tenzij het toeval wil dat de tegenoverliggende schuinte er precies op past. Op een symmetrisch wolfsdak is dat soms het geval: het stuk dat u aan de linkerkant afzaagt, past aan de rechterkant. Reken daar niet blind op. Meet beide kanten voordat u een baan voor tweemaal gebruik bestelt, want een verschil van een paar millimeter in de hoek is bij een felsverbinding al genoeg om de baan niet meer strak te laten aansluiten.

Dakkapellen: veel kleine sneden op een klein oppervlak

Bij een dakkapel zit het verlies niet in één grote schuine snede, maar in een stapeling van kleine. Een dakkapel breekt het dakvlak open met zijwangen, een eigen kap en vaak een goot die niet doorloopt. Elk van die overgangen vraagt een baan die op maat gezaagd is voor een stuk dak dat zelf al klein is. Waar op een doorlopend dakvlak een baan van zes meter misschien twee sneden nodig heeft, kan diezelfde lengte materiaal rond een dakkapel in acht of tien stukken uiteenvallen, elk met een eigen maatvoering.

Dat is de reden dat het restpercentage rond een dakkapel hoger uitvalt dan op een vrij dakvlak, ook al is de plaat zelf op maat besteld. Het probleem is niet de plaat, maar de hoeveelheid kleine vormen die uit een beperkt aantal banen gesneden moet worden. Praktisch betekent dit dat het de moeite loont om vóór het bestellen een tekening te maken van hoe de dakkapel in het vlak ligt, met de maten van elke wang en elk klein stukje kap erop. Wij denken daar kosteloos in mee: stuur de tekening en wij rekenen mee hoe u de banen het zuinigst indeelt, zodat het restje van de ene wang eventueel nog dienst kan doen bij de andere.

Aansluitingen: de plaat past, de overgang niet

Het derde punt waar verlies ontstaat, ligt niet in het dakvlak zelf maar in de randen ervan: de aansluiting op een schoorsteen, een dakraam, een gevelhoek of de overgang van dak naar gevel. Op die plekken bestelt u zelden een volle baan; u bestelt een stuk plaat dat om een obstakel heen moet, met een uitsparing die precies op maat gezaagd wordt. Bij een schoorsteen midden in het vlak betekent dit vaak dat een baan die verder over de volle lengte gebruikt kan worden, ter hoogte van de schoorsteen een hap uit de breedte verliest die u nergens anders meer voor kunt gebruiken.

De aansluiting op de nok kent een vergelijkbaar patroon, al is die meestal voorspelbaarder: de baan loopt door tot de nok en wordt daar recht afgezaagd, zonder ingewikkelde uitsparing. Hoe die aansluiting precies wordt afgewerkt, met welke overlap en welk profiel, leest u bij het artikel over de aansluiting op de nok niet, want dat adres bestaat hier niet; wat wel vaststaat, is dat een rechte afkorting aan de nok nauwelijks verlies geeft, terwijl een uitsparing rond een doorvoer, een dakraam of een schoorsteen dat wel doet, en dat u dat verlies het beste vooraf inrekent bij de bestelde lengte in plaats van er bij de montage achter te komen dat de baan net te kort is.

Wat dit betekent voor uw bestelling

De vuistregel die hieruit volgt is eenvoudig: op een rechthoekig dakvlak zonder onderbrekingen is het snijverlies bij banen op maat vrijwel te verwaarlozen, en de winst ten opzichte van plaatmateriaal van de rol is dan het grootst. Zodra er een schuine kant, een dakkapel of een aansluiting op een obstakel bijkomt, loopt het verlies op, niet doordat de plaat verkeerd besteld is, maar doordat de vorm van het dak meer sneden vraagt dan de vorm van de baan toelaat.

Wilt u van tevoren weten hoeveel materiaal een dakvlak met dakkapellen en schuine hoeken werkelijk vraagt, stuur ons dan de tekening. Wij rekenen de indeling van de banen kosteloos voor u door en geven aan waar een restje van de ene snede nog te gebruiken is bij de volgende, zodat u niet meer bestelt dan het gebouw nodig heeft. Voor vragen over het uiterlijk van de plaat op uw gebouw verwijzen wij u naar zinklook.com, voor de bevestiging en de opbouw van de ondergrond naar klikzink.com, en voor dakhelling en condens naar klikfels.com.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink