Klikzink

Felsplaat: brandgedrag, restmateriaal en snijverlies

Een opdrachtgever die vraagt naar het brandgedrag van een felsplaat, vraagt eigenlijk zelden naar de norm of de klasse op zich. Meestal wil hij weten of een stalen dakbedekking met een gekleurde coating bijdraagt aan een brand, en of dat consequenties heeft voor de rest van het gebouw. Dat is een redelijke vraag, en het antwoord is voor de plaat zelf kort te geven: de kern is staal, en staal brandt niet. Sendzimir verzonken staal met een organische coating van 50 micrometer, zoals wij die leveren, bestaat uit een metalen drager met daarop een dunne beschermende laag. Die coating kan bij hoge temperatuur verkleuren of loskomen, maar de plaat als geheel voegt geen brandbare massa toe aan een dak zoals houten beschot of een bitumineuze laag dat wel doet.

Waar de vraag vaak vandaan komt, is niet de plaat maar de opbouw daaronder: isolatie, dampremmende folies en de manier waarop een dak is samengesteld bepalen samen hoe een dakpakket zich gedraagt bij brand, en welke klasse daarbij past. Dat is een vraagstuk van de constructie, niet van de bovenste laag alleen, en het hoort dan ook niet op deze site. Voor de opbouw van het dak, de isolatie en de manier waarop lagen op elkaar aansluiten verwijzen wij u naar klikfels.com. Wat wij hier kunnen bevestigen is dat de plaat zelf, als afzonderlijk bouwdeel, geen bijzondere voorzorg vraagt bij opslag of verwerking op de bouw vanwege brandgevaar. U kunt de banen normaal stapelen, zonder aparte brandwerende maatregelen voor het materiaal op zich.

Restmateriaal: waarom levering op maat hier het verschil maakt

Bij plaatmateriaal dat van de rol komt, ontstaat op vrijwel elk project een vaste hoeveelheid restmateriaal: de rol is breder of langer dan nodig, en de rest gaat in de afvalcontainer of wordt ergens anders nog een keer gebruikt, met wisselend succes. Bij onze felsbanen ligt dat anders, omdat wij op maat leveren. De platen komen van 450 tot 8000 millimeter op de millimeter afgekort van onze eigen walsmachines, wat betekent dat u de lengte bepaalt aan de hand van de tekening, niet aan de hand van de rol die toevallig op voorraad ligt. Een dakvlak van bijvoorbeeld 6,20 meter krijgt dus een baan van 6200 millimeter, en niet een baan van 7 meter met 80 centimeter dat overblijft.

Dat scheelt op een gemiddeld project meer dan het op het eerste gezicht lijkt. Denk aan een doorlopend dakvlak zonder dakkapellen: als de lengtes vooraf zijn opgemeten en doorgegeven, is het restmateriaal in de praktijk vaak beperkt tot de reststukken die vanzelf ontstaan bij het afwerken van randen en overgangen, niet tot hele banen die als afval de container in gaan. Voor het bepalen van die maten, en voor de vraag hoeveel materiaal u precies moet bestellen, verwijzen wij u naar wat wij uitleggen op [restmateriaal en snijverlies](/felsplaat/snijverlies): daar gaat het over de opmeetmethode zelf. Hier gaat het vooral om de vraag waarom die methode werkt: omdat de plaat op maat gewalst wordt, is er geen standaardlengte waar u zich met man en macht naar moet voegen.

Waar het restmateriaal dan wél zit

Op een rechttoe rechtaan dakvlak is het snijverlies dus klein, maar dat geldt niet voor elk deel van een gebouw. Schuine vlakken zijn de eerste plek waar u alsnog met resten te maken krijgt. Een wolfseind of een schilddak heeft banen die aan één of twee zijden onder een hoek aflopen, en die hoek betekent dat een deel van de baan wordt afgesneden om op maat te komen. Hoe scherper de hoek, hoe groter het aandeel van de baan dat als restmateriaal overblijft, simpelweg omdat de plaat rechthoekig wordt geleverd en de aansluiting dat niet is.

Dakkapellen zijn de tweede plek. Rond een dakkapel lopen de banen niet gewoon door: ze moeten om het opgaande werk heen, en dat betekent vaak een kortere baan aan de ene kant van de kapel en een nieuwe baan aan de andere kant, met een stuk ertussen dat te klein is om nog ergens anders voor te gebruiken. Bij een enkele kleine dakkapel op een groot dakvlak valt dat nog mee, maar bij twee of drie kapellen op een rij op een smaller vlak kan het aandeel restmateriaal flink oplopen ten opzichte van hetzelfde oppervlak zonder onderbrekingen.

De derde plek is de aansluiting: op een gootlijn, een schoorsteendoorgang, een hoekkeper of een aansluiting op een naastliggend dakvlak. Elke aansluiting vraagt een baan die net iets anders is dan de standaardmaat, en vaak een stukje plaat dat apart wordt afgekort voor een strook, een kraal of een overgangsstuk. Dat is geen verspilling die u kunt vermijden door slimmer te bestellen bij ons; het is de aard van een aansluiting dat er materiaal specifiek voor wordt toegesneden en dat er dus per definitie een rand overblijft. Wat u wel kunt doen, is deze plekken vooraf in de opmeting meenemen zodat wij ze meteen in de bestelde lengtes verwerken, in plaats van dat op de bouw met een overtollige baan wordt geschoven en gepast.

Wat dit betekent voor de bestelling

Voor de bestelling zelf is de praktische consequentie dat u niet zomaar een marge van bijvoorbeeld tien procent op de oppervlakte hoeft op te tellen, zoals bij plaatmateriaal van de rol wel gebruikelijk is. Bij ons is het verstandiger om per dakvlak of gevelvlak de exacte lengtes op te meten, inclusief de schuine vlakken en de plekken rond kapellen en aansluitingen, en die lengtes rechtstreeks door te geven. Onze walsmachines maken vervolgens banen op die lengte, en dat is precies waarom het restmateriaal hier klein kan blijven: er wordt niet van een standaardmaat afgesneden, er wordt op de gevraagde maat geproduceerd.

Dat betekent niet dat er nooit iets overblijft. Op de bouw ontstaan vrijwel altijd kleine reststukken, bijvoorbeeld doordat een maat op de tekening net iets afwijkt van de werkelijke situatie, of doordat een baan alsnog wordt ingekort voor een detail dat pas op de bouw duidelijk werd. Hoe u dat soort situaties oplost, en hoe u de plaat dan zelf op maat maakt, leggen wij uit bij [de plaat afkorten op de bouw](/felsplaat/snijverlies/afkorten-op-de-bouw). Voor de bestelling is het vooral van belang dat u dit al bij het opmeten meeweegt: neem de tijd voor de schuine vlakken en de kapellen, en laat niet alleen de rechte stukken van het dak de doorslag geven voor de totale oppervlakte die u bestelt.

Wat u nu kunt doen

Voor het bepalen van uw bestelling is de kortste route: meet elk dakvlak of gevelvlak apart op, inclusief de schuine randen, de stroken rond dakkapellen en de aansluitingen op ander werk, en geef die lengtes aan ons door. Wij walsen de banen op maat, van 450 tot 8000 millimeter op de millimeter nauwkeurig, zodat u niet met een standaardlengte hoeft te rekenen die toch weer resten oplevert. Heeft u een tekening met de precieze situatie, dan kijken wij daar kosteloos naar mee, en kunt u tegelijk een monster van een van onze drie kleuren aanvragen om op de bouw te leggen naast de rest van de bestelling.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink