Klikzink

Coating, restmateriaal en snijverlies bij felsplaat

Een felsplaat is meer dan verzinkt staal met een kleurtje erop. Op onze banen ligt GreenCoat Pural BT, een organische coating van 50 micrometer, biobased van samenstelling. Die laag is dun genoeg om nauwkeurig aan te brengen over de volle lengte van een baan en dik genoeg om het staal daaronder al die jaren te laten doen waarvoor het bedoeld is: dak of gevel dicht houden. Op deze pagina leggen we uit wat die coating precies doet, waarom de dikte ertoe doet, en wat dat betekent voor hoeveel plaat u bestelt en hoeveel restmateriaal daarbij overblijft.

Een organische coating is een kunststoflaag die over de verzinkte staalplaat heen wordt aangebracht, in ons geval na het verzinken en vóór het profileren. Anders dan een blanke of geoliede afwerking vormt deze laag een gesloten huid over het zink. Die huid houdt vocht, zuurstof en vervuiling van straat of dakvlak weg van het onderliggende metaal. Zink corrodeert namelijk ook, alleen langzamer dan onbeschermd staal; de coating vertraagt dat proces nog verder en beschermt bovendien tegen UV, tegen agressieve regen in de buurt van industrie of kust, en tegen de kleine chemische beschadigingen die op een bouwplaats toch ontstaan. Vijftig micrometer is daarbij geen toevallig getal. Dunner en de laag verliest te snel haar dekking op plekken waar de plaat buigt of gezet wordt; dikker en de coating wordt stijver, met kans op haarscheurtjes juist op de plek waar u de plaat het meest nodig hebt te laten meebewegen: de fels, de hoek, de aansluiting.

Over hoe die coating zich exact gedraagt bij het zagen, boren of afwerken van een snijkant, hebben we een aparte reeks pagina's; zo leest u bij [de snijkant afwerken](/felsplaat/snijverlies/snijkant-afwerken) hoe u een doorgesneden rand behandelt zodat de bescherming daar intact blijft. Hier gaat het om iets anders: wat deze coating, en de manier waarop wij hem aanbrengen op maatwerk in plaats van op een rol, betekent voor uw bestelling als geheel.

Waarom maatwerk het snijverlies beperkt

De meeste plaatmaterialen voor dak en gevel komen van de rol. Een rol heeft een vaste breedte en een vaste, vaak zeer lange lengte, en op de bouw of bij de plaatwerker wordt daar de gewenste lengte vanaf gehaald. Dat werkt, maar het levert altijd een reststuk op: de rol is nooit precies zo lang als het dakvlak, en bij elke baan blijft er een stuk over dat te kort is voor de volgende baan en dus bij het afval belandt.

Onze felsbanen werken anders. U bestelt ze op de millimeter, van 450 tot 8000 millimeter, en wij korten ze in de fabriek af op de lengte die u opgeeft. Voor een dakvlak van 6,4 meter bestelt u dus platen van 6400 millimeter, niet platen van 6000 of 7000 millimeter waarvan u zelf iets moet afknippen. Dat scheelt niet alleen tijd op de bouw; het scheelt vooral materiaal. Waar rolmateriaal typisch vijf tot tien procent restlengte oplevert per dakvlak, blijft dat bij een maatgesneden felsplaat vaak beperkt tot een enkele centimeter marge die u zelf aanhoudt voor de uitlijning. Op een gemiddeld schuin dak van 120 vierkante meter kan dat verschil oplopen tot een halve tot een hele plaat aan besparing, en dat is niet alleen een kostenpost, het is ook een halve plaat minder die als resthout, of eigenlijk restmetaal, bij de container belandt.

Die precisie werkt door tot in de coating. Omdat wij de plaat op maat afkorten vóór levering, hoeft u op de bouw veel minder vaak zelf een baan in te korten. Elke keer dat u wél moet afkorten, ontstaat een snijkant waar het staal weer blank ligt en waar u iets moet doen om die kant te beschermen, zoals uitgewerkt op de pagina's over [zagen en knippen](/felsplaat/snijverlies/zagen-en-knippen) en over het afwerken van die snijkant. Minder afkorten op de bouw betekent dus ook minder van dat extra werk, en minder plekken waar de coating opnieuw gesloten moet worden.

Waar het restmateriaal dan wél ontstaat

Dat de lengte op maat is, betekent niet dat er nooit iets overblijft. Restmateriaal ontstaat vooral op plekken waar het dakvlak zelf niet regelmatig is: bij schuine vlakken die onder een hoek aflopen, bij dakkapellen die een deel van een baan onderbreken, en bij aansluitingen op schoorstenen, dakranden of gevelhoeken waar een baan schuin of verspringend moet worden ingepast.

Neem een dakkapel midden in een dakvlak. De banen aan weerszijden van de kapel lopen gewoon door, maar de baan die precies op de kapel valt, moet worden onderbroken en er ontstaan twee kortere stukken in plaats van één lange plaat. Bij een schuin vlak, zoals een wolfseind of een dakvlak dat taps toeloopt naar een punt, snijdt u elke baan onder een andere hoek af, en het driehoekige stuk dat overblijft is voor de volgende baan meestal te kort om nog te gebruiken. Bij aansluitingen, bijvoorbeeld waar het dakvlak overgaat in een gevelbekleding of om een schoorsteen heen moet, telt niet alleen de lengte maar ook de vorm: een rechte plaat moet soms met een schuine of gebogen snede worden aangepast, en het afgesneden deel is dan te specifiek van vorm om nog ergens anders te passen.

Deze situaties zijn nu eenmaal inherent aan een dakvlak dat zelden een volmaakte rechthoek is. Wat de coating hier extra van belang maakt, is dat elk van die extra sneden een plek is waar u zelf voor bescherming moet zorgen. Hoe u dat op de bouw praktisch aanpakt, van het juiste gereedschap tot de nabehandeling, leest u bij [de plaat afkorten op de bouw](/felsplaat/snijverlies/afkorten-op-de-bouw). Bewaar bij dit soort inpassingen ook altijd de kleinere restdelen; een driehoekig stuk dat te kort is voor een hoofdvlak, is vaak nog precies goed voor een klein overgangsstuk bij een aansluiting elders op het gebouw.

Wat dit betekent voor uw bestelling

Voor de praktijk van het bestellen komt het neer op twee dingen. Eén: bepaal de lengte van elke baan zo nauwkeurig mogelijk aan de hand van de tekening, inclusief de opslag die u nodig heeft aan de rand, en laat ons die lengte op de millimeter leveren. Twee: houd bij complexere dakvlakken, met kapellen, schoorstenen of schuine eindes, er rekening mee dat daar altijd wat verlies ontstaat, hoe precies de levering ook is. Dat verlies zit niet in de lengte van het hoofdvlak maar in de overgangen, en daar helpt geen maatwerk aan de fabriek, alleen een goede planning van de indeling vooraf.

Onze afdeling denkt daarbij kosteloos mee op tekening. Stuur ons de maatvoering van het dakvlak, inclusief de plek van kapellen, schoorstenen en schuine eindes, en wij rekenen mee aan een indeling die het aantal banen en het restverlies beperkt. Dat is geen garantie dat er nooit een reststuk overblijft, maar wel de manier om dat verlies te beperken tot wat het dakvlak zelf vereist.

Heeft u een tekening met een dakvlak dat kapellen, schoorstenen of schuine eindes bevat, stuur die dan naar ons op Boylestraat 22 in Ede of via de contactmogelijkheden op onze site. Wij rekenen de indeling voor u door en leveren de banen op de lengte die daaruit volgt. Wilt u eerst een van de drie kleuren in de hand hebben om de coating te zien en te voelen, dan sturen wij die monsters vrijblijvend toe.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink