Klikzink
Onze felsplaat is koud vouwbaar tot -15 graden. Dat getal wordt vaak gelezen als een advies: het kan tot daar, dus het mag tot daar. Zo is het niet bedoeld. Het is een grens, geen streefwaarde. Op de bouw wilt u niet tegen die grens aan werken, u wilt er ruim vanaf blijven. Tussen "het kan nog net" en "het gaat prettig" ligt bij deze plaat een flink verschil, en dat verschil voelt u vooral in de fels en in de folie, niet in het staal zelf.
Het staal verandert bij vorst weinig aan zijn eigenschappen; 0,55 mm verzinkt staal met een coating van 50 micrometer blijft tot ver onder het vriespunt vervormbaar. Waar het wél lastiger wordt, is bij het zetten van de haakse opstaande fels van 35 mm. Bij lage temperaturen wordt het materiaal iets stugger, en een fels die bij 15 graden soepel om de klem sluit, vraagt bij -8 graden net iets meer kracht en iets meer aandacht om hem netjes te krijgen. Dat is geen probleem van de plaat, het is een probleem van de klok: bij vorst duurt elke handeling langer, en een dakdekker die op temperatuur wil blijven werken, plant zijn dag daarop in.
De folie die de coating tijdens transport en opslag beschermt, is het onderdeel dat het meest merkt van de kou. Bij normale temperatuur trekt u de beschermfolie in één beweging van de plaat. Bij vorst wordt de lijmlaag stugger en kan de folie brokkelig loskomen, met kleine sliertjes die aan de rand blijven plakken. Dat is op zich geen schade aan de plaat, maar het kost tijd om het netjes af te werken, en op een koude ochtend is dat precies het soort tijd dat u niet wilt verliezen. Wij raden aan de folie zo laat mogelijk te verwijderen, het liefst pas op het moment van leggen, en niet vooraf al een stapel platen te ontdoen van folie die daarna nog een nacht buiten blijft liggen.
Onze banen worden op de millimeter afgekort geleverd, van 450 tot 8000 mm. Dat is het grote verschil met plaatmateriaal dat van de rol komt en waarbij u zelf de lengtes uit een standaardmaat moet snijden. Bij een baan op maat is het snijverlies op de lengte vrijwel nihil: u bestelt de maat die op uw dak past, en die komt er ook zo aan. Vorst verandert daar niets aan. Het verlies dat overblijft, zit niet in de lengte van het rechte vlak, maar in de plekken waar het vlak niet rechtdoor loopt.
Denk aan een schilddak met een driehoekig vlak tegen de nok, of aan een dakkapel die midden in een verder regelmatig dakvlak staat. Op zo'n schuin vlak moet u de baan onder een hoek afzagen, en het driehoekige stuk dat overblijft is vaak te smal om nog ergens anders te gebruiken. Bij een dakkapel komt daar nog bij dat u aan weerszijden een aansluiting moet maken, wat betekent dat u twee keer een baan aansnijdt in plaats van één keer een baan volledig gebruikt. Dat is het restmateriaal waar u in de praktijk mee te maken krijgt, en het heeft niets te maken met de temperatuur waarbij u werkt. Het heeft te maken met de vorm van het dak.
Wat vorst wél doet, is dit soort precisiewerk lastiger maken. Een rechte snede over de volle breedte van 475 mm is bij elke temperatuur hetzelfde werk. Een schuine snede tegen een dakkapel, waarbij u op millimeters moet passen en de plaat nog moet buigen om aan te sluiten, vraagt bij vorst meer geduld. De kans dat u een meetfout maakt of een stuk verkeerd afzaagt, neemt toe wanneer u met koude handen en een wat stugger materiaal op een klein oppervlak precies moet werken. Dat verkeerd afgezaagde stuk is dan geen snijverlies door de kou, maar wel een fout die de kou waarschijnlijker maakt.
Omdat het meeste restmateriaal ontstaat bij schuine vlakken en aansluitingen, en niet in het rechte deel van het dak, loont het om die plekken al bij de bestelling in kaart te brengen. Geef ons de maten van het schuine vlak of van de dakkapel door, dan wals en snijden wij de baan zo dat het verlies zo klein mogelijk blijft. Meedenken op tekening kost niets, en bij een ingewikkeld dakvlak is dat vaak de plek waar u echt iets bespaart, niet bij de rechte banen die u toch al op de juiste lengte laat leveren.
Bij vorst is het extra verstandig om dat soort precisiewerk, zoals de aansluiting rond een dakkapel of de driehoek tegen de nok, in te plannen op het gunstigste moment van de dag. Een middagzon van een paar graden boven nul maakt voor de folie en voor het zetten van de fels al een merkbaar verschil ten opzichte van een vroege ochtend met rijp op de plaat. Het rechte werk, waar u toch al weinig verlies op heeft, kunt u prima bij lagere temperaturen doen; het precisiewerk verdient het beste moment.
Houd er ook rekening mee dat een plaat die met vorst is bezweet of waar rijp op ligt, natter en dus gladder is dan u gewend bent. Dat verandert niets aan het materiaal, maar het maakt het net iets lastiger om een baan tijdens het zagen stabiel vast te houden op een schuin vlak, precies waar u toch al het meest moet opletten. Zorg voor een droge, schone ondergrond om op te werken en voor voldoende steun bij het snijden van een driehoekig stuk, zodat het niet wegglijdt op het moment dat u de zaag erin zet.
Deze pagina gaat over het gedrag van de plaat zelf bij koud weer, en over waar het restmateriaal in de praktijk vandaan komt. Hoe u het snijden zelf het beste aanpakt, met de zaag of met de nibbelmachine, leggen wij uit bij [zagen en knippen bij snijverlies op de plaat](/felsplaat/snijverlies/zagen-en-knippen). Voor de vraag hoeveel dakhelling minimaal nodig is en hoe dat samenhangt met condens in de opbouw, verwijzen wij u naar klikfels.com; voor de klem en de bevestigingsvolgorde op de bouw naar klikzink.com.
Breng de schuine vlakken, dakkapellen en aansluitingen van uw dak in kaart voordat u bestelt, en geef ons die maten door: daar zit het snijverlies, niet in de rechte lengtes die al op maat geleverd worden. Plan het precisiewerk op het gunstigste moment van een koude dag, en trek de beschermfolie pas kort voor het leggen van de plaat. Heeft u een lastig dakvlak of twijfelt u over de indeling van de banen, stuur ons de tekening; wij denken kosteloos mee en kunnen u ook een monster van elke kleur meegeven om op de bouw te bekijken.