Klikzink

Zinklaag, restmateriaal en snijverlies op de felsplaat

Onze felsbanen zijn Sendzimir verzinkt: 275 gram zink per vierkante meter, gemeten over beide zijden van de plaat samen. Dat getal is geen kwaliteitskeurmerk maar een gewicht, en het staat voor een gelijkmatige laag die over het hele oppervlak even dik is. Waar het om gaat bij een snijkant: zink offert zichzelf op om het staal daaronder te beschermen. Dat werkt zijdelings, tot een paar millimeter vanaf de rand. Een schone snede aan de fabriek, met onze eigen walsmachines gezet, geeft daarom geen enkele reden tot zorg. Een rafelige rand die u zelf met een botte schaar forceert, wel eerder — al gaat het dan nog steeds om millimeters, niet om de hele plaat.

De reden dat wij dit apart benoemen, is dat het gewicht in gram per vierkante meter iets anders vertelt dan een laagdikte in micrometer, zoals bij de coating. Zink zet zich niet in een constante film af zoals een verflaag, maar in kristallen die net iets in dikte verschillen over het oppervlak. Vandaar dat de norm het gemiddelde gewicht vastlegt in plaats van een vaste dikte in millimeter. Voor u als verwerker verandert dat niets aan hoe de plaat zich laat zagen, knippen of vouwen — dat leggen wij uit bij [zagen en knippen bij snijverlies op de plaat](/felsplaat/snijverlies/zagen-en-knippen) — maar het verklaart wel waarom een snijkant nooit kaal staal laat zien, ook niet bij de kleinste reststrook.

Het echte verschil met plaatmateriaal van de rol

Wie gewend is te werken met stalen platen van de rol, kent het probleem van vast snijverlies: elke baan wordt van eenzelfde standaardmaat geknipt, en wat overblijft is per definitie afval. Bij ons werkt dat andersom. U bestelt de felsbaan op de millimeter, van 450 tot 8000 millimeter lang, en wij zagen die lengte op onze eigen machines. Een dakvlak van 6,20 meter krijgt dus een baan van 6200 millimeter, geen baan van 6500 met een reststuk van 300 millimeter dat u vervolgens moet opslaan, vervoeren of afvoeren.

Dat is meteen de reden waarom dit een ander verhaal is dan snijverlies bij verwerking op de bouwplaats. Bij op-maat geleverde banen is het verlies aan de fabriek al zo klein mogelijk gemaakt, omdat de lengte precies is aangevraagd. Het verlies dat overblijft, ontstaat niet bij ons in de wals, maar bij u op het dak — en dat is een ander soort verlies dan een verkeerd geknipte plaat. Het gaat dan om geometrie: hoeken, aansluitingen en vlakken die niet recht en niet gelijk van maat zijn.

Waar het verlies dan wél zit

Een rechthoekig dakvlak zonder onderbrekingen geeft nauwelijks restmateriaal: de baan komt aan in de gevraagde lengte en gaat er in zijn geheel op. Zodra het vlak schuin toeloopt, verandert dat. Bij een driehoekig dakschild, zoals bij een wolfseind, is de langste zijde van elke baan de maatgevende lengte, en wat aan de korte kant overblijft, is onvermijdelijk overschot. Hoe smaller de driehoek, hoe groter het aandeel restmateriaal ten opzichte van het bruikbare oppervlak.

Bij een dakkapel is het patroon net weer anders. Daar ontstaan geen lange schuine sneden, maar juist veel korte, waarbij banen worden ingekort rond het kozijn, de zijwangen en de aansluiting op het hoofddak. Elke onderbreking in het vlak levert een eigen restje op, en die restjes zijn zelden groot genoeg om ergens anders nog voor te dienen. Wilt u dat beperken, dan loont het om bij het bestellen na te denken over de looprichting van de banen ten opzichte van de kapel, en dat is precies waar wij op tekening met u meedenken, zonder kosten.

Aansluitingen op schoorstenen, dakramen en randen langs de nok geven een derde soort verlies: geen grote stukken, maar veel kleine passtukken die stuk voor stuk op maat gezaagd moeten worden. Dat verlies is nooit helemaal te vermijden, want een aansluiting vraagt om precisie op de centimeter, niet om een standaardmaat. Hoe die aansluiting er verder uit moet zien, staat overigens niet hier: de opbouw van de aansluiting op de nok leggen wij uit bij [de aansluiting op de nok](/felsplaat/snijverlies/de-fels), en de eisen aan dakhelling en onderconstructie vindt u op klikfels.com.

Wat u met de zinklaag te maken heeft bij restmateriaal

Voor het restmateriaal zelf verandert de zinklaag niets: een afgezaagd stuk van 40 centimeter heeft dezelfde beschermende laag als de rest van de baan, en is dus net zo goed te gebruiken voor een klein passtuk bij een aansluiting. Dat is anders dan bij ongecoat plaatmateriaal, waar een snijkant zonder zinklaag wél een aandachtspunt kan zijn. Bij Sendzimir verzinkt staal is elke snede, groot of klein, aan de rand even goed beschermd als de rest van het vlak.

Dat betekent ook dat het lonend blijft om restmateriaal van een schuin vlak te bewaren voor een volgend, kleiner onderdeel op hetzelfde dak: een reststrook van een dakschild is qua zinklaag identiek aan nieuw materiaal, en verliest niets aan bescherming door het zagen zelf. Alleen de maatvoering is beperkend, niet de kwaliteit van de rand.

Wat u nu kunt doen

Wilt u het snijverlies op uw project zo laag mogelijk houden, dan begint dat bij de maatopgave: geef de exacte lengtes per dakvlak door, inclusief de schuine zijden en de aansluitingen rond kapellen en schoorstenen. Wij zagen de banen op de millimeter en denken op tekening met u mee, zonder dat dit kosten met zich meebrengt. Vraag daarbij gelijk een monster van de drie beschikbare kleuren aan, zodat u ook de kleurkeuze op tijd rond heeft. Neem voor de opgave van maten en aantallen contact op met Klikzink, Boylestraat 22, 6718 XM Ede.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink