Klikzink
Wie een pak felsbanen uitpakt op de bouw, kijkt onwillekeurig naar het oppervlak. Een streep, een deukje, een schrammetje van het transport: is dat erg? En hoort dat eigenlijk bij dit onderwerp, restmateriaal en snijverlies? Het antwoord is ja, want elke baan die u om die reden afkeurt of inkort, is óók verlies. Op deze pagina leggen we uit wanneer een kras alleen cosmetisch is, wanneer hij een probleem is, en waarom snijverlies bij banen op maat vooral in de hoeken van het dak zit en niet in het midden van het vlak.
Onze felsbanen bestaan uit verzinkt staal met daarop een organische coating van 50 micrometer, GreenCoat Pural BT. Die coating is de buitenste laag die u ziet en die het zink beschermt tegen weer en wind. Een kras is een beschadiging van die coating. De vraag die telt is steeds: is de coating alleen geschampt, of is het onderliggende zink zichtbaar geworden?
Een lichte schram die u met uw nagel niet kunt voelen, en waarbij de kleur onder de kras nog dezelfde is als ernaast, is meestal alleen een oppervlakkige belasting van de coatinglaag. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer een baan tijdens het lossen over een andere baan schuift, of wanneer gereedschap even over de plaat glijdt. Dat is vervelend om te zien, maar functioneel meestal geen probleem: de coating is dik genoeg om zo'n oppervlakkige belasting op te vangen zonder dat het zink eronder blootligt.
Het wordt anders wanneer u een lichte streep ziet die duidelijk grijzer of dieper van kleur is dan de omgeving. Dat is een teken dat de kras door de coating heen gaat en het zink raakt. Hetzelfde geldt voor een deuk met een scherpe plooi, waar het materiaal is opengetrokken in plaats van alleen ingedeukt. Op die plek is de bescherming lokaal weg, en daar kan op termijn corrosie beginnen, ook al ziet het er vandaag nog onschuldig uit.
Bij een oppervlakkige schram die de coating niet doorbreekt, is bijwerken meestal niet nodig. Op een gevel op ooghoogte kan zo'n plek storen in het aanzicht, en dat is een vraag over uiterlijk die u het beste kunt afwegen aan de hand van wat wij schrijven op zinklook.com. Functioneel, voor de plaat zelf, is bijwerken hier niet aan de orde.
Bij een kras die wél door de coating heen gaat, ligt dat anders. Een kleine, geïsoleerde beschadiging op een plek die verder aan de fels vastzit en op zijn plaats blijft liggen, kan met een geschikte reparatielak worden bijgewerkt: klein oppervlak, geen scherpe randen, geen twijfel over de conditie van het staal daaronder. Bij een diepe kras, een scherpe plooi, of een beschadiging waar het metaal zichtbaar is opengetrokken, is bijwerken niet genoeg. Daar is de vervorming van het materiaal zelf aangetast, en dat repareert u niet met een likje lak. Die baan hoort dan bij het restmateriaal, en niet bij het dak.
Een praktijkgeval maakt het verschil duidelijk. Stel, een baan van vier meter wordt tijdens het tillen tegen de rand van een steiger gestoten. Op de plek van de stoot zit een lichte deuk met een oppervlakkige schram: geen scherpe plooi, de coating rondom intact. Die baan kunt u gewoon leggen; de deuk is bij daglicht vanaf de grond nauwelijks te zien en heeft geen invloed op de werking van de fels. Een andere baan valt tijdens het lossen op de rand van een pallet en krijgt daar een scherpe kras met een klein plooitje. Die baan legt u niet op het zichtvlak van de gevel, en afhankelijk van waar de kras precies zit, kan hij nog dienen als restmateriaal voor een klein stuk aansluiting, of gaat hij helemaal terug in de afvalbak. Hoe u dat inkorten precies aanpakt, staat beschreven bij [de plaat afkorten op de bouw](/felsplaat/snijverlies/afkorten-op-de-bouw).
Hier raakt het onderwerp krassen aan het grotere thema van snijverlies. Onze felsbanen worden op de millimeter afgekort geleverd, van 450 tot 8000 millimeter, precies op de maat die uw project vraagt. Dat is een fundamenteel verschil met plaatmateriaal dat van de rol komt en waarbij u zelf op lengte moet knippen of zagen. Bij banen op maat is het snijverlies in het vlak zelf al klein voordat de eerste baan de vrachtwagen verlaat: er is nauwelijks overtollig materiaal om af te knippen, omdat de maat al klopt.
Dat verandert de vraag die u zich moet stellen. Bij plaatmateriaal van de rol gaat de aandacht vooral naar het zuinig verdelen van standaardlengtes over het dakvlak. Bij banen op maat gaat de aandacht naar de meetnauwkeurigheid vóóraf: hoe beter de opname, hoe kleiner de kans dat een baan alsnog te lang of te kort blijkt en moet worden aangepast op de bouw. Ons meedenken op tekening, dat niets kost, is precies daarop gericht: wij rekenen mee met de indeling van het dakvlak zodat er geen baan besteld wordt die achteraf toch ingekort moet worden.
Als het snijverlies in het rechte vlak zo klein is, waar gaat materiaal dan verloren? Vooral op de plekken waar het dakvlak niet meer recht is. Een schuin vlak, bijvoorbeeld bij een wolfseind of een gebogen dakrand, vraagt een baan die u op maat besteld heeft voor de langste zijde, en waarvan het driehoekige stuk dat overblijft niet meer past op een andere plek in het vlak. Bij een dakkapel moet de baan om het opgaande werk heen, en het stuk dat u daarvoor uitsnijdt, is vaak te klein en te grillig van vorm om ergens anders nog te gebruiken. Bij aansluitingen op schoorstenen, kilgoten of hoekkepers geldt hetzelfde: daar wordt op maat gezaagd of geknipt, zoals wij toelichten bij [zagen en knippen](/felsplaat/snijverlies/zagen-en-knippen), en het resthoekje dat overblijft, gaat zelden nog terug het dak op.
Het praktische gevolg is dat u bij het bestellen niet alleen moet rekenen met de oppervlakte van het rechte dakvlak, maar ook met de extra lengte die schuine vlakken, kapellen en aansluitingen vragen. Wie dat vooraf met ons doorrekent, voorkomt dat er halverwege de klus een extra baan bijbesteld moet worden voor één hoekje bij de schoorsteen, met alle wachttijd die daarbij hoort.
Controleer bij het uitpakken elke baan kort op krassen: schaaf uw nagel er voorzichtig over en kijk of de kleur onder de beschadiging afwijkt. Leg banen met alleen een oppervlakkige schram gewoon op het dak of de gevel, werk een enkele diepe kras bij als het oppervlak klein en geïsoleerd is, en houd banen met een scherpe plooi of vrijliggend zink apart als restmateriaal. Neem bij de bestelling niet alleen de oppervlakte van het rechte dakvlak mee, maar ook de schuine vlakken, dakkapellen en aansluitingen apart, en laat ons daarnaar meekijken op tekening: dat kost niets en scheelt u een nabestelling voor een enkel hoekje.