Klikzink
Een kras is niet automatisch een probleem, maar waar hij valt in uw banenindeling maakt wel uit of u er iets van merkt zodra de steiger weg is. Voordat we het over de indeling hebben, eerst het onderscheid dat alles bepaalt: gaat de coating er alleen af, of is de plaat zelf beschadigd.
De coating van onze felsbanen is een organische laag van 50 micrometer, GreenCoat Pural BT, aangebracht op verzinkt staal. Een kras die alleen door die laklaag heen gaat en het onderliggende zink blank laat zien, is een oppervlaktebeschadiging. Vervelend voor het oog, niet voor de plaat: het zink zelf beschermt nog steeds tegen corrosie. Een kras die dieper gaat, door de zinklaag heen tot op het staal, is een andere zaak. Daar kan op termijn roestvorming ontstaan, ook als de plek klein is. Het verschil test u eenvoudig met een loep of gewoon met uw nagel: voelt u een braam of een verspringing, dan is de plaat doorbroken en niet alleen de lak.
Bijwerken heeft dus alleen zin bij het eerste geval. Een likje bijwerklak op een oppervlaktekras sluit de laag weer af en voorkomt dat vocht onder de coating kan kruipen vanaf de rand van de beschadiging. Bij een kras tot op het staal werkt bijwerken niet: u dekt de plek cosmetisch af, maar de kern van het probleem, het blootliggende staal, blijft zitten. Zo'n baan moet u vervangen, of op een plek leggen waar het niet gezien wordt en waar u het in de gaten kunt houden. Wat lak precies wel en niet oplost bij zo'n herstel, staat uitgebreid uitgewerkt op de pagina over [bijwerken en herstellen bij de banenindeling](/felsplaat/banenindeling/bijwerken); hier gaat het vooral om de vraag waar u zo'n baan in uw indeling kunt wegwerken.
De volgorde waarin u de banen legt, bepaalt namelijk direct hoeveel schade u zich kunt permitteren en waar. Stel, u dekt een loods van 14.230 mm breed. Werkende breedte 475 mm past daar 29 keer plus een rest van 505 mm in. Begint u strak tegen de linkerkoot aan te leggen, dan valt die rest van 505 mm aan de rechterkant, tegen de dakrand of tegen een overstek. Ontdekt u tijdens het lossen dat één van de bestelde banen een kras tot op het staal heeft, dan is de plek waar die baan in de rij valt bepalend voor wat u kunt doen: valt hij toevallig in die smalle reststrook aan de rand, dan kunt u met wat herschikken vaak nog een gave baan naar de rand verplaatsen en de beschadigde baan een plek middenin het vlak geven, of juist net onder de daklijn waar hij minder opvalt.
Begint u in plaats daarvan symmetrisch, dus met een halve baanbreedte aan beide zijden, dan heeft u twee smalle stroken van ruim 250 mm in plaats van één van 505 mm. Dat oogt rustiger op een gevel in het zicht, zoals ook besproken wordt op zinklook.com als het om de uitstraling gaat, maar het geeft u bij schade minder speling. Twee smalle stroken kunnen niet allebei de plek worden voor een beschadigde baan; een baan van 475 mm breed past domweg niet in een strook van 250 mm. Bij een symmetrische indeling moet een beschadigde plaat dus altijd tussen de volle banen liggen, en dan is de vraag hoeveel meter vanaf de dakrand of de goot die plek in het zicht valt.
In de praktijk betekent dit dat u bij het bestellen al bedenkt welke gevelzijde of dakvlak vanaf de straat of vanaf het naburige perceel gezien wordt, en welke zijde tegen een blinde muur of een minder toegankelijk dak aan ligt. Leg de indeling zo dat een eventuele reststrook, en dus ook de plek waar u een beschadigde baan het makkelijkst kunt wegwerken, aan de kant komt die het minst bekeken wordt. Bij een bedrijfshal met de voorgevel aan de weg en de achtergevel tegen een sloot, is die keuze snel gemaakt. Bij een vrijstaande woning met vier zichtbare gevels ligt het lastiger, en dan loont het om bij de bestelling al een paar banen extra te vragen, zodat u bij transportschade of een kras tijdens het hijsen niet met de rug tegen de muur staat.
Dat geldt ook voor de gevel als geheel: banen die u verticaal monteert, laten een kras eerder als een duidelijke streep zien dan banen die horizontaal liggen, simpelweg omdat de looprichting van het oog anders is dan de looprichting van de kras. Bij een verticale gevelbekleding raden wij daarom aan om een beschadigde baan zo mogelijk helemaal niet te gebruiken op ooghoogte, ook niet na bijwerken, en hem te reserveren voor een strook boven een raampartij of onder de daklijn waar niemand er recht op afkijkt.
De meeste krassen die wij zien, ontstaan niet bij Klikzink en niet bij transport, maar op de bouw zelf: tijdens het uitpakken, het aandragen van de baan over de rand van een steiger, of het over elkaar heen schuiven van platen op de opslagplek. Zand, gruis of een vergeten schroef onder een baan die u erover heen schuift, is een klassieke oorzaak. Hoe u de platen tot het moment van leggen het beste bewaart om dit soort schade te voorkomen, leest u op de pagina over [de plaat opslaan bij de banenindeling](/felsplaat/banenindeling/opslag-op-de-bouw). Ook het gereedschap dat u gebruikt om de fels te sluiten speelt een rol: verkeerd gereedschap laat sneller een braam of een deuk achter dan gereedschap dat op deze felshoogte van 35 mm is afgestemd.
Controleer bij aflevering elke baan op krassen voordat u met leggen begint, en test twijfelgevallen met de nagelproef: door de lak, of door het zink heen. Bepaal daarna eerst welke gevelzijde of dakvlak het meest in het zicht ligt, en leg pas dan de banenindeling vast: symmetrisch voor een rustig beeld, of tegen één zijde aan wanneer u liever één ruime reststrook overhoudt om schade in weg te werken. Twijfelt u over een specifieke maatvoering of over hoeveel extra banen u voor een onregelmatige gevel moet bestellen, neem dan contact met ons op: meedenken op basis van uw tekening kost niets, en wij denken liever mee vóór de bestelling dan dat u achteraf met een kras op ooghoogte zit.