Klikzink
Op elke bouwplaats waar felsplaat wordt gelost, gestapeld en op de rol getild, ontstaan vroeg of laat krassen. Dat is geen reden tot paniek, maar het is wel iets waar u naar moet kijken voordat de baan de fels in gaat. Niet elke kras is hetzelfde, en niet elke beschadiging vraagt om dezelfde beslissing. In deze pagina zetten we op een rij waar u naar moet kijken, wat het verschil is tussen oppervlakkig en doorgedrongen, en wanneer bijwerken volstaat.
Wat we hier niet doen, is uitrekenen wat herstel kost of hoe lang het duurt: dat verschilt per situatie en staat elders in deze kennisbank uitgewerkt, net als de vraag wie het op de bouw eigenlijk doet en welke stappen daarbij horen.
Onze felsbanen zijn opgebouwd uit verzinkt staal met daarop een organische coating van 50 micrometer, het GreenCoat Pural BT-systeem. Die coating is de buitenste laag die u ziet en die het zinklaagje daaronder beschermt tegen weer en wind. Een kras is een verstoring van die coating. Een beschadiging is een woord dat we ruimer gebruiken: het kan een kras zijn, maar ook een deuk, een schaafplek van een pallet, of een inslag van gereedschap dat op de plaat is gevallen.
Het onderscheid dat er werkelijk toe doet, is dit: gaat de coating er alleen wit of dof uitzien, of is het staal daaronder zichtbaar geworden. Bij een oppervlakkige kras is de coating aangetast maar nog gesloten; u ziet een lichte glansverandering, soms een fijne lijn, maar het onderliggende zink is niet blootgelegd. Bij een kras die door de coating heen gaat, ziet u de metaalkleur van de verzinklaag, of in het ergste geval het staal zelf. Dat laatste herkent u meestal aan een grijzere, dofferee kleur binnen de kraslijn dan de rest van de plaat.
Een eenvoudige manier om dit op de bouw te beoordelen is met een schone vinger of een doekje licht over de kras te wrijven. Voelt u een oneffenheid maar zien u geen kleurverschil met het blote oog, dan is de coating hoogstwaarschijnlijk nog intact. Ziet u onder een goede lichtinval een duidelijk andere kleur in de lijn zelf, dan is de kans groot dat de laag is doorbroken.
De reden dat dit onderscheid zo belangrijk is, zit in de functie van de coating. Zolang de coating gesloten is, blijft het zink onder een intacte laag zitten en kan het zijn beschermende werk blijven doen. Een oppervlakkige kras is dan vooral esthetisch: op de plaat zelf ziet u een lijntje, maar functioneel verandert er niets aan de bescherming van het materiaal. Op een gevel op ooghoogte kan dat om andere redenen toch een probleem zijn, maar dat is een vraag over uitstraling en die hoort bij het uiterlijk van de plaat, waarover u meer leest op zinklook.com.
Zodra de coating is doorbroken, ligt het zink open aan de lucht en aan vocht. Zink corrodeert langzaam en vormt normaal gesproken een eigen beschermlaagje, maar op een klein, blootgelegd punt onder een verder gesloten coating kan zich een andere situatie voordoen dan op een compleet onbeschermd oppervlak. Bij een diepere kras die tot in het staal zelf gaat, is het risico groter: daar kan roestvorming ontstaan die zich onder de coating uitbreidt, los van de kraslijn zelf. Dat is precies het soort schade waarbij bijwerken behulpzaam kan zijn, maar het is ook het soort schade waarbij u goed moet kijken of bijwerken voldoende is of dat de baan toch vervangen moet worden.
Een voorbeeld uit de praktijk: een baan die tijdens het lossen tegen de rand van de vrachtwagen heeft geschuurd, laat vaak een lange, ondiepe schaafplek zien over een flink stuk van de lengte. Die schaafplek is meestal alleen coating-diep en bijwerken met een geschikte reparatielak dekt het cosmetisch en functioneel voldoende af. Een andere situatie: een vallende hamer of een scherpe hoek van een pallet laat een korte, diepe kras of een puntinslag achter. Daar is de kans veel groter dat het staal bloot ligt, en daar is de afweging anders.
Bijwerken is in de praktijk een goede oplossing wanneer de schade beperkt is tot de coating en het zink daaronder niet is blootgelegd, of hooguit heel plaatselijk en oppervlakkig. Een lijnvormige kras van een pallet, een lichte schaafplek van transport, een krasje van een schoen die over de plaat heeft gelopen: dat zijn typisch de situaties waarin een correcte bijwerkbehandeling de coating weer sluit en verdere aantasting voorkomt.
De voorwaarde is wel dat de bijwerking goed wordt uitgevoerd: schoon, droog, met het juiste materiaal en op de juiste manier aangebracht. Een slecht uitgevoerde bijwerking kan het beeld beter laten lijken zonder de coating daadwerkelijk weer te sluiten, en dan schuift het probleem alleen op naar later. Wat er precies nodig is om dat goed te doen, en wie dat op de bouw het beste kan uitvoeren, staat uitgewerkt op de pagina's over [wat u nodig heeft om te bijwerken](/felsplaat/krassen/wat-heb-je-nodig) en over wie die klus normaal gesproken op zich neemt.
Er zijn situaties waarin bijwerken niet de juiste keuze is, ook al is het technisch mogelijk om iets aan te brengen. Dat is het geval bij diepe krassen die tot in het staal gaan over een groot deel van de lengte, bij deuken die de felsrand zelf hebben vervormd zodat de klikverbinding niet meer strak sluit, en bij schade die zich al heeft uitgebreid tot zichtbare roestvorming voordat u de kans had om in te grijpen. In die gevallen is de plaat niet meer alleen cosmetisch aangetast, maar functioneel aangetast, en dat verhelpt u niet met een likje lak.
Ook de plek van de schade speelt een rol. Een kras midden op het vlak van een dakbaan die verder onopvallend is, ligt anders dan een vergelijkbare kras precies op de fels, waar de klikverbinding met de klem moet sluiten. Schade aan de fels zelf raakt de bevestiging, en daarover leest u meer op klikzink.com, waar de klem en de opbouw op de ondergrond worden behandeld. Voor de plaat zelf geldt: is de fels vervormd of beschadigd op een manier die de sluiting beïnvloedt, dan is vervanging vaak de enige verstandige weg, ook als de rest van de baan onberispelijk is.
De afweging tussen bijwerken en vervangen is uiteindelijk een kwestie van vakmanschap en zorgvuldige beoordeling op de bouwplaats zelf, niet van een vaste regel die voor elke kras geldt. Hoe u die beoordeling systematisch uitvoert, staat toegelicht op de pagina over hoe u schade controleert; wat een opdrachtgever daarover doorgaans wil weten en wanneer dit gevolgen heeft voor de garantie, komt elders in deze kennisbank aan de orde.
Heeft u een felsbaan met een kras of beschadiging in handen, kijk dan eerst goed naar de diepte: zit de coating nog dicht, of is het zink of het staal zichtbaar. Beoordeel vervolgens de plek van de schade, met bijzondere aandacht voor de fels zelf. Twijfelt u over wat u ziet, dan denken wij daar kosteloos in mee, ook op basis van een foto of een tekening. Neem contact op met Klikzink, Boylestraat 22 in Ede, of vraag meteen een monster van de coating aan om de kleur en de structuur in het echt te vergelijken met de schade die u op de bouw tegenkomt.