Klikzink
Een felsplaat op maat is een precies product: u bestelt hem tot op de millimeter en zo komt hij ook aan. Maar op de bouwplaats gebeurt er iets waar veel aannemers de eerste keer van schrikken. Een donkere plaat die in de volle zon ligt, wordt aanzienlijk warmer dan de omgevingstemperatuur, en warm staal is langer staal. Wie op een hete middag een baan inmeet en vastzet, kan 's avonds merken dat de plaat is gekrompen. Dat is geen gebrek aan het materiaal, het is gewoon natuurkunde, en het is iets waar u in de planning van uw werkdag rekening mee houdt.
Staal zet minder uit dan zink, ongeveer half zoveel bij gelijke temperatuurstijging, maar minder is niet niks. Op een baan van enkele meters lengte kan het verschil tussen een koude ochtend en een hete middagzon zomaar enkele millimeters zijn. Bij een enkele baan valt dat vaak binnen de speling die de bevestiging toelaat. Bij meerdere banen naast elkaar, of bij een lange gevel in de volle zon, telt dat verschil op en wordt het iets waar u bewust mee moet omgaan.
Het mechanisme is eenvoudig: staal zet uit bij warmte en krimpt terug bij afkoeling. Een felsplaat die om negen uur 's ochtends nog de omgevingstemperatuur heeft, kan tegen twee uur 's middags in de volle zon een plaatoppervlak bereiken dat flink boven de luchttemperatuur ligt. Zwarte en donkere kleuren nemen meer warmte op dan lichte, dus bij een donkere uitvoering is het effect groter dan bij een lichte. Over de kleur zelf en hoe die op het dak staat leest u meer op zinklook.com, maar voor uw maatvoering is vooral relevant dat de temperatuur van de plaat zelf, niet die van de lucht, bepaalt hoeveel hij is uitgezet op het moment dat u meet.
In de praktijk betekent dit dat een baan die u om twaalf uur 's middags exact op maat vastklemt, na zonsondergang enkele millimeters is gekrompen. Bij een blinde bevestiging met klemmen onder de fels, zoals wij toepassen en zoals verder wordt toegelicht op klikzink.com, is er wat speling in het systeem om deze bewegingen op te vangen. Maar wie op het heetst van de dag een sluitstuk exact tussen twee vaste punten inpast, loopt het risico dat die naad 's avonds openstaat of dat de plaat onder spanning komt te staan. Verstandiger is om sluitwerk en aansluitingen bij voorkeur 's ochtends vroeg of in de late namiddag te doen, wanneer de plaattemperatuur dichter bij het gemiddelde van de dag ligt.
Bij plaatmateriaal van de rol is het gebruikelijk dat u meer besteld dan strikt nodig, om ruimte te houden voor afkortfouten en om verschuivingen door temperatuur op te kunnen vangen zonder dat de laatste baan te kort uitvalt. Bij onze felsbanen op maat, van 450 tot 8000 millimeter op de millimeter afgekort, ligt dat anders. Het snijverlies is er vrijwel niet, omdat wij de baan al op de lengte leveren die u nodig heeft. Dat is precies het verschil met rolmateriaal: daar zaagt of knipt u zelf de overmaat weg en blijft er resthout, of in dit geval restplaat, over.
Dat neemt niet weg dat er wel degelijk verlies kan optreden, alleen zit dat elders. Op een recht dakvlak met rechte randen is er bij onze levering op maat bijna geen afval: de baan past. Maar zodra de geometrie complexer wordt, verandert dat. Bij een schuin vlak, bijvoorbeeld een dak dat niet haaks op de gevel staat, loopt de baan aan één kant langer dan aan de andere. Dan bestelt u de baan op de langste maat en zaagt u de rest schuin af, zoals wij ook toelichten bij [zagen en knippen](/felsplaat/snijverlies/zagen-en-knippen). Dat afgezaagde stuk is dan uw restmateriaal, en de hoeveelheid hangt volledig af van hoe schuin het vlak is.
De grootste bron van snijverlies bij op-maat geleverde felsplaten zit niet in het hoofdvlak, maar in de details rondom. Een dakkapel die midden in een dakvlak staat, breekt de doorgaande banen op: u heeft dan kortere stukken nodig aan de zijkanten van de kapel, en die stukken moet u uit een volle baan zagen. Het restant daarvan is vaak te kort om nog ergens anders voor te gebruiken en telt dus op als verlies, ook al was de oorspronkelijke baan zelf op maat besteld.
Aansluitingen op schoorstenen, dakramen, hoeken en overstekken werken hetzelfde. Elke onderbreking in het rechte vlak vraagt om een passtuk, en een passtuk snijdt u uit een grotere lengte. Hoe grilliger de vorm van het dak, hoe meer van dit soort passtukken u nodig heeft en hoe hoger het percentage restmateriaal wordt, ook al is de plaat zelf tot op de millimeter besteld. Wij denken hier kosteloos in mee op tekening: als u ons de dakvorm met de dakkapellen en doorvoeren aanlevert, kunnen wij de baanlengtes zo indelen dat het aantal passtukken en daarmee het restmateriaal zo klein mogelijk blijft.
Bij het afkorten van deze passtukken op de bouw zelf komt de temperatuur opnieuw om de hoek kijken. Een passtuk dat u 's middags in de volle zon exact inmeet tussen twee vaste aansluitpunten, kan bij het afkoelen net te kort blijken. Voor dit soort nauwkeurig werk raden wij aan om, waar mogelijk, in de ochtend te meten en te zagen, of om een klein beetje overmaat te houden die u vervolgens afwerkt zoals beschreven bij [de snijkant afwerken](/felsplaat/snijverlies/snijkant-afwerken).
Voor de dagelijkse praktijk komt het neer op een paar vaste gewoontes. Meet en markeer belangrijke aansluitmaten liever niet op het heetst van de dag, zeker niet bij donkere kleuren in de volle zon. Houd bij het bestellen van passtukken voor schuine vlakken en aansluitingen rond dakkapellen een kleine marge aan, ook al is de hoofdbaan tot op de millimeter besteld: die marge is uw buffer tegen de temperatuurbeweging van de dag. En bedenk dat het beperkte snijverlies dat onze op-maat levering u oplevert, vooral in het rechte vlak zit; in de bochten en aansluitingen van een complex dak blijft altijd wat werk en dus wat restmateriaal nodig.
Wilt u voor uw project de baanlengtes zo indelen dat u zo weinig mogelijk passtukken nodig heeft, stuur ons dan uw tekening. Wij kijken kosteloos mee naar de meest voordelige verdeling en leveren de banen aangepast op uw dakvorm, inclusief een advies over waar u het beste met overmaat kunt werken.