Klikzink

Felsplaat: levensduur, restmateriaal en snijverlies

Een felsplaat gaat lang mee, maar hoe lang precies hangt af van drie dingen: de zinklaag onder de coating, de coating zelf, en wat er tijdens de bouw met de randen en het oppervlak is gebeurd. Dat laatste onderschat men vaak, en het is precies het punt waar een aannemer of dakdekker zelf invloed op heeft. Wij leggen hier uit hoe dat samenhangt, en waarom dat ook iets zegt over hoeveel plaat u eigenlijk moet bestellen.

De basis is Sendzimir verzinkt staal, met 275 gram zink per vierkante meter aan beide zijden. Die zinklaag offert zichzelf op zodra het staal ergens bloot komt te liggen: bij een kras, een boorgat, een afgeknipte rand. Zolang de zinklaag intact of dik genoeg is, corrodeert het staal daaronder niet. Daar bovenop zit een organische coating van 50 micrometer, GreenCoat Pural BT, die de zinklaag weer beschermt tegen weer en wind en zo het hele pakket langer intact houdt. Beide lagen werken dus samen, en beide lagen kunnen beschadigd worden tijdens transport, verwerking en montage.

Waarom dat precies hier ter sprake komt, bij restmateriaal en snijverlies, is dit: iedere snede door de plaat doorbreekt de zinklaag en de coating op die snijkant. Dat is onvermijdelijk, en het is geen reden tot zorg als de snijkant goed wordt afgewerkt, zoals wij uitleggen bij [de snijkant afwerken](/felsplaat/snijverlies/snijkant-afwerken). Maar hoe minder sneden, en hoe minder centimeters snijkant per vierkante meter dak, hoe minder van dat soort kwetsbare randen er in het geheel zitten. Dat is meteen de link tussen levensduur en snijverlies: minder snijverlies betekent niet alleen minder afval, het betekent ook minder kwetsbare randen in het dakvlak.

Waarom banen op maat hier het verschil maken

Bij plaatmateriaal van de rol wordt op de bouw of in de fabriek op lengte gezaagd of geknipt, en dat levert al snel resten op: een baan die twintig centimeter te lang is voor het laatste vak, een reststuk dat nergens meer past. Bij Klikzink bestelt u de felsbaan al op de millimeter afgekort, in elke lengte tussen 450 en 8000 millimeter. Dat scheelt niet een beetje. Een dakvlak van bijvoorbeeld 5,4 meter lengte krijgt dan banen van exact 5400 millimeter, in plaats van banen van 6000 millimeter waarvan telkens 600 millimeter overblijft.

Dat merkt u direct in de hoeveelheid die u bestelt en in de hoeveelheid staal die er nooit aan snijverlies verloren gaat. Reken een dakvlak van 100 vierkante meter met een werkende breedte van 475 millimeter: dat zijn ruim 210 banen naast elkaar. Als elke baan bij levering van rol 30 centimeter te lang zou zijn en afgezaagd moet worden, praat u over tientallen meters staal die als restmateriaal op de bouwplaats belanden, met bijbehorend gewicht, afvoer en een factuur voor materiaal dat nooit op het dak komt. Met de plaat op maat besteld, is dat verlies er praktisch niet.

Dit is ook waarom wij met klem zeggen: reken uw dakvlak zo precies mogelijk uit voordat u bestelt. Hoe scherper de maatvoering, hoe minder u betaalt voor materiaal dat u nooit gebruikt. Wij denken daarbij kosteloos mee op tekening, en dat is precies met dit doel: niet om mooie tekeningen te maken, maar om te voorkomen dat er meters plaatmateriaal overblijven die nergens meer voor te gebruiken zijn.

Waar het verlies dan wél ontstaat

Ook met platen op de millimeter besteld, verdwijnt er materiaal. Dat gebeurt niet in het rechte, herhalende deel van een dakvlak, maar op de plekken waar het dakvlak niet rechthoekig is. Een schuin vlak, bijvoorbeeld bij een wolfseind of een dakschild dat onder een hoek toeloopt, vraagt om banen die u op de bouw op maat moet afkorten en soms schuin moet afzagen. Daar ontstaan de restdriehoeken en de resthoeken die u bij een recht vlak niet tegenkomt.

Een dakkapel is een ander typisch punt. Rond een dakkapel moet de felsbaan onderbroken worden, ingekort, soms in twee stukken gelegd met een eigen aansluiting boven en onder de kapel. Het stuk plaat dat tussen de kapel en de dakrand overblijft, is vaak te kort om nog als volledige baan te gebruiken, en verdwijnt dus als restmateriaal, ook al was de oorspronkelijke baan tot op de millimeter besteld.

Aansluitingen op schoorstenen, dakramen, hoeken en overgangen naar een gevel werken net zo. Telkens moet de installateur daar een stuk plaat afpassen, aftekenen en afsnijden, en dat resthoekje is meestal te klein om nog ergens anders te gebruiken. Reken daarom bij een dakvlak met veel doorbrekingen op wat extra materiaal, niet omdat de plaat verkeerd besteld is, maar omdat het snijverlies zich verplaatst van de rechte vlakken naar de randen en de aansluitingen. Hoe u die sneden zelf het beste maakt, met de zaag of met de knip, leest u bij [zagen en knippen](/felsplaat/snijverlies/zagen-en-knippen).

Wat de randen doen met de levensduur

Elke snede, of die nu ontstaat door het afkorten van een rechte baan of door het inpassen rond een dakkapel, legt een stukje onbeschermd staal bloot. Dat is normaal, en de zinklaag zorgt er zelf voor dat een kleine onbehandelde snijkant niet meteen gaat roesten: het zink offert zich op en beschermt de rand. Maar bij grote hoeveelheden snijkant, zoals rond een dakkapel met meerdere aansluitingen, telt dat wel op. Meer snijkant betekent meer plekken waar de bescherming van het systeem afhankelijk is van hoe die kant is afgewerkt en hoe die is blootgesteld aan regen, vocht en vervuiling.

Dat is een andere reden om het aantal sneden te beperken waar dat kan, en om de sneden die er wel zijn zorgvuldig af te werken. Bij een schuin vlak met veel losse stukken plaat loont het te bekijken of de indeling anders kan, zodat er minder aansluitingen en minder randen per vierkante meter ontstaan. Dat is geen kwestie van mooi werk afleveren, het is een kwestie van hoe lang het dak meegaat voordat er ergens roestvorming vanuit een rand ontstaat.

Naast de rand telt ook de rest van het oppervlak. Een kras die tijdens transport of montage door de coating heen gaat, is in feite een extra, ongeplande snijkant, midden in het vlak in plaats van aan de rand. Hoe u daarmee omgaat, en wanneer een kras wel of niet een probleem is voor de levensduur, leest u bij [krassen en beschadigingen](/felsplaat/snijverlies/krassen). Ook het gewicht van de platen zelf, ongeveer 5 kilo per vierkante meter, speelt hierbij een rol: hoe u de platen tilt en draagt, bepaalt of ze onbeschadigd op het dak komen.

Wat dit betekent voor uw bestelling

Voor de bestelling zelf komt het neer op twee dingen. Ten eerste: laat de rechte, herhalende delen van het dak zo veel mogelijk in banen op maat leveren, tot op de millimeter, zodat daar geen snijverlies ontstaat en er geen onnodige snijkanten bijkomen. Ten tweede: houd bij de schuine vlakken, de dakkapellen en de aansluitingen rekening met extra materiaal en met extra snijkant, en bedenk voor die plekken hoe u het aantal sneden beperkt.

Wij rekenen daarbij kosteloos met u mee op tekening, juist om te zien waar in uw dakvlak het snijverlies onvermijdelijk is en waar het te vermijden is met een andere maatindeling. Zo bestelt u niet meer materiaal dan nodig, en beperkt u meteen het aantal kwetsbare randen in het dakvlak.

Wilt u weten hoe u die snijkant het beste afwerkt, hoe u zelf op de bouw nog kunt afkorten, of hoe u omgaat met krassen die tijdens de montage ontstaan, dan vindt u dat in de andere pagina's van deze kennisbank over restmateriaal en snijverlies. Voor de dakhelling en de opbouw van uw dak verwijzen wij u naar klikfels.com, voor de kleurkeuze naar zinklook.com en voor de bevestiging met klemmen naar klikzink.com. Wilt u een dakvlak laten uitrekenen op tekening, dan kunt u dat vrijblijvend aan ons voorleggen via Boylestraat 22 in Ede.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink