Klikzink
Wanneer een aannemer ons vraagt hoe lang felsplaat meegaat, denkt hij aan het dak zelf: hoe lang houdt de coating zijn kleur, hoe lang beschermt de zinklaag het staal. Dat is een terecht uitgangspunt, en het antwoord ligt grotendeels vast voordat de plaat de fabriek verlaat. Maar er is een tweede factor die minstens zo zwaar telt, en die krijgt veel minder aandacht: wat er met de plaat gebeurt tussen het walsen en het leggen. Die periode, van verpakking tot montage, bepaalt of de zinklaag en de coating de kans krijgen om hun werk te doen, of dat ze al beschadigd zijn voordat de eerste klem erop zit.
De levensduur van felsplaat steunt op twee lagen die elkaar aanvullen. Onder de organische coating zit een laag zink, aangebracht volgens het Sendzimir-proces, 275 gram per vierkante meter aan beide zijden van het staal. Die zinklaag offert zichzelf op: als het staal ergens bloot komt te liggen, corrodeert het zink eerst, en beschermt zo de rand van de beschadiging. Daarboven ligt de coating, 50 micrometer GreenCoat Pural BT, die de plaat zijn kleur geeft en de zinklaag afschermt van weer en vocht. Beide lagen zijn dun. Ze zijn ontworpen om decennia mee te gaan bij normaal gebruik, maar ze zijn niet ontworpen om een rol steenwol overeind te houden of een stapel dakpannen tegen te houden die tegen het pak leunt.
Daarom hoort de verpakking wezenlijk bij het verhaal over levensduur, en niet als bijzaak.
Elke felsbaan die de fabriek verlaat, is voorzien van een beschermfolie op het zichtwerk en tussenlagen die voorkomen dat platen in het pak tegen elkaar schuren. Dat is geen overbodige zorg. Tijdens transport werkt een vrachtwagen, en werken pallets tegen elkaar. Zonder tussenlaag zou het gewicht van de bovenste banen, samen met de trillingen van de weg, kleine slijpbewegingen veroorzaken tussen de platen. Op een blanke plaat staal zou dat nauwelijks zichtbaar zijn. Op een gecoate plaat tekent het zich af als een waas van fijne lijnen, precies op de plek waar twee platen langdurig contact hebben gehad.
De folie beschermt tegen iets anders: vuil, vet van handen, en kalkspetters die tijdens het lossen op de bouwplaats kunnen ontstaan. Zolang de folie erop zit, kan er weinig gebeuren. Het probleem ontstaat op het moment dat het pak wordt geopend en niet meteen wordt leeggewerkt. Een dakdekker die op maandag een pallet felsplaat op de steiger laat zetten, maar pas op donderdag begint te leggen, doet zichzelf tekort als hij de folie er meteen af haalt om te controleren of alles compleet is. Vanaf dat moment ligt de coating open voor stof, voor regen die onder de plaat blijft staan, en voor de zon die op de folie inwerkt en hem aan de plaat laat plakken. Wij raden daarom aan de folie pas te verwijderen op het moment dat de baan daadwerkelijk gelegd wordt, en niet eerder.
Als er één plek is waar de levensduur van een felsdak wordt bepaald, is het niet het midden van de plaat, maar de rand. Een felsbaan wordt op maat gewalst en afgekort tot op de millimeter, van 450 tot 8000 millimeter. Bij het afkorten ontstaat een snijkant waar het staal even bloot ligt, ook al is die kant vaak nabehandeld. Diezelfde gevoeligheid geldt voor elke plek waar de coating tijdens transport of verwerking beschadigd raakt: een schaafwond van een vorkheftruck, een kras van een gereedschapskist die over de plaat is gesleept, een deuk van een vallende hamer.
Op zichzelf is zo'n beschadiging geen reden om een plaat af te keuren. De zinklaag vangt de eerste jaren op, precies zoals bedoeld. Maar een dak dat vol staat met onbehandelde krassen, veroudert sneller dan een dak waar dezelfde schade even is bekeken en waar nodig is bijgewerkt. Dat is een andere afweging dan de vraag wanneer een kras wél of niet acceptabel is voor de oplevering; die grens leggen we uit bij het onderwerp krassen en beschadigingen. Hier gaat het om het lange‑termijneffect: onbehandelde schade aan de coating is een plek waar water eerder grip krijgt op het zink, en waar het zink dus eerder zijn buffer verbruikt dan op de rest van de plaat.
Om die reden heeft het zin om, wanneer een pak eenmaal open is, meteen te kijken of er tijdens transport iets is gebeurd. Niet omdat elke plaat perfect moet zijn, maar omdat een controle bij het uitpakken de enige gelegenheid is waarop schade nog makkelijk is toe te wijzen aan transport in plaats van aan de bouwplaats zelf.
Een pak felsplaat dat op de steiger of op het dak staat te wachten, staat meestal niet plat. De banen liggen doorgaans enigszins hellend gestapeld, met de tussenlagen erin, om te voorkomen dat regenwater blijft staan tussen de platen. Wie het pak openmaakt en de bovenste banen eraf haalt zonder de rest weer af te dekken, laat het onderste deel van de stapel onbeschermd achter. Bij een bui die een nacht overslaat op de bouwplaats, is dat vaak geen probleem: de coating is bestand tegen regen. Maar staand water tussen twee platen, dat niet weg kan omdat de stapel niet meer hellend ligt nadat er banen zijn uitgehaald, kan wél een probleem worden, zeker in combinatie met stof of cementresten die in dat water zijn opgelost.
Wij adviseren daarom een pak in gedeelten open te maken, ongeveer zoveel als er die dag wordt verwerkt, en de rest afgedekt te laten liggen tot de volgende werkdag. Dat is geen kwestie van kwetsbaarheid van het materiaal op de lange termijn, maar van gewoon fatsoenlijk omgaan met een product dat, eenmaal gelegd, wél tegen weer en wind moet kunnen. Vóór het leggen is de plaat namelijk kwetsbaarder dan erna: los liggend, zonder de klemmen die de banen straks vastzetten, kan een baan bij wind gaan schuiven en tegen een andere baan aan slaan. Die situatie, en de manier waarop de klemmen dat oplossen, staat uitgebreider beschreven op klikzink.com.
De zinklaag en de coating bepalen het overgrote deel van de theoretische levensduur van felsplaat, en die eigenschappen liggen vast op het moment van productie. Wat de verpakking daar aan toevoegt, is niet een derde beschermlaag met een eigen norm, maar een raamwerk van gewoontes: folie laten zitten tot het leggen, een pak gefaseerd openen, beschadigingen bij het uitpakken meteen signaleren in plaats van ze te laten liggen tot de oplevering. Geen van die gewoontes staat in een norm met een getal erachter, en dat is precies waarom wij ze hier uitleggen in plaats van een garantietermijn te noemen die het volgend jaar toch weer anders ligt.
Wilt u weten hoe u een lange baan het beste van het pak naar het dak krijgt zonder hem te vervormen, dan vindt u dat terug bij het onderwerp tillen en dragen. Voor de vraag hoe de platen op de bouw het beste worden opgeslagen tot het moment van leggen, verwijzen wij naar de opslag op de bouw. Heeft u een vraag over een specifieke bouwsituatie, dan denken wij op tekening met u mee, kosteloos, en kunt u contact opnemen met Klikzink, Boylestraat 22, 6718 XM Ede.