Klikzink

De baanlengte van felsplaten bepalen

Een felsplaat komt niet in standaardmaten uit de fabriek. Elke baan wordt op de millimeter afgekort, van 450 tot 8000 mm, precies zoals u hem opgeeft. Dat is voor de meeste aannemers en dakdekkers een prettig gegeven: geen restlengtes, geen naden waar ze niet horen. Maar het betekent ook dat de verantwoordelijkheid voor de juiste maat bij de opgave ligt, en dat is precies waar het vaak misgaat. Niet omdat het ingewikkeld is, maar omdat de lengte die u bestelt niet automatisch gelijk is aan de lengte van het dakvlak dat u meet.

Waarom de plaatlengte niet de dakvlaklengte is

Als u een dakvlak opmeet van goot tot nok, heeft u de dakvlaklengte. Dat is niet de maat die u doorgeeft voor de baan. De plaatlengte is de lengte van het stuk staal zoals het bij u wordt afgeleverd, en daar komt de overstek bij de goot bij, gaat er iets af of bij voor de aansluiting boven, en telt u de opkanting mee als de plaat om een rand of tegen een opstaand kader omhoog gaat. Een dakvlak van vier meter levert dus zelden een baan van precies vier meter op. Reken liever in onderdelen: eerst het vlakke deel tussen de aansluitingen, dan de overstek erbij, dan elke opkanting als aparte optelling.

Neem als voorbeeld een eenvoudig lessenaarsdak van 5000 mm op de dakvlaktekening, met een overstek van 80 mm aan de gootzijde en een opkant van 60 mm tegen de bovenaansluiting. De baan die u bestelt is dan niet 5000 mm, maar 5000 + 80 + 60 = 5140 mm. Vergeet u de overstek, dan komt de plaat kort bij de goot en moet er alsnog een strip bijgezet worden — een oplossing die nooit zo netjes wordt als een baan die in één stuk doorloopt. Vergeet u de opkant, dan heeft u een plaat die precies op de rand eindigt in plaats van erover, en dat is meestal het moment waarop een lek zich aandient.

Wat u erbij of eraf rekent

De overstek bij de goot is meestal een vaste maat die de dakdekker al vroeg in het project vastlegt, vaak tussen de 40 en 100 mm, en die maat komt boven op de dakvlaklengte. Aan de bovenzijde ligt het anders: als de plaat aansluit op een nok, een muurafdekking of een aangrenzend dakvlak, kan de plaatlengte juist korter zijn dan het dakvlak, omdat de andere baan of het aansluitprofiel een deel overneemt. Hoe die aansluiting precies loopt en welk deel van de overlap bij welke baan hoort, hangt af van de detaillering op de bouw; dat is iets waar u samen met de dakdekker of de tekenaar uitkomt, niet iets dat in een vaste formule past.

Opkanting is het onderdeel waar het vaakst een rekenfout ontstaat, vooral bij dakranden, lichtkoepels of doorvoeren waar de plaat omhoog moet tegen een opstand. Iedere centimeter die de plaat omhoog gaat, is een centimeter die bovenop de vlakke maat komt, en bij een gevel met een felsplaat die van dakrand tot een kozijn loopt, kan dat zomaar honderd of tweehonderd millimeter extra zijn die anders vergeten wordt. Meet daarom niet alleen het vlakke deel, maar leg de opkanting apart vast met de hoogte die op tekening staat, en tel die pas aan het einde op bij de vlaklengte.

Een praktijkvoorbeeld met een knik in het dak

Stel, u werkt aan een schuurdak met een knik: het eerste deel loopt 3200 mm op een helling van twaalf graden, het tweede deel 2100 mm op een flauwere helling van acht graden, met daartussen een gebogen overgang die de dakdekker liever met twee aparte banen oplost dan met één doorlopende plaat. In dat geval bestelt u geen ene lange baan van 5300 mm, maar twee aparte lengtes: 3200 mm plus de overstek voor het eerste deel, en 2100 mm plus opkant of aansluitmaat voor het tweede. Zet u ze toch als één lengte door, dan krijgt u een plaat die nergens precies past en die u op de bouw moet gaan aanpassen — iets waar wij liever niet aan beginnen als het met een juiste opgave te voorkomen was.

Dit soort knippunten, waar twee dakvlakken onder een andere hoek samenkomen, is ook precies de plek waar de vraag opduikt of u de plaat zelf nog wilt aanpassen. Moet er op de bouw nog een stuk vanaf, dan leest u bij ons hoe dat gaat bij [het afkorten op de bouw](/felsplaat/baanlengte-bepalen/afkorten-op-de-bouw). Gaat het om een dwarse inkorting in plaats van een lengtecorrectie, dan is het onderscheid tussen zagen en knippen daarbij ook van belang, zoals wij uitleggen bij [zagen en knippen](/felsplaat/baanlengte-bepalen/zagen-en-knippen).

Hoe u de maat het beste doorgeeft

De veiligste manier om een baanlengte op te geven is niet de dakvlaklengte met een schatting erbij, maar een optelsom van vaste onderdelen: de vlaklengte tussen de aansluitingen, de overstek als apart getal, en elke opkant als apart getal met de richting erbij (naar boven of naar de zijkant). Zet dat op tekening of in een simpel lijstje per baan, en geef die optelling door in plaats van het eindresultaat zonder toelichting. Dat voorkomt niet alleen rekenfouten bij u, maar ook bij ons: als wij zien hoe een maat is opgebouwd, kunnen wij meedenken of een andere verdeling handiger is, bijvoorbeeld omdat een baan van 8140 mm net niet meer kan en gesplitst moet worden in twee stukken.

Denk ook aan de plaats van een eventuele naad tussen twee banen. Bij een lang dakvlak dat de maximale lengte van 8000 mm overschrijdt, moet er een overlap of aansluiting tussen twee platen komen, en de plek daarvan bepaalt u liever zelf dan dat die toevallig midden op een zichtbaar vlak van de gevel valt. Hoe die overlap precies wordt uitgevoerd en op welke ondergrond dat moet aansluiten, is weer iets voor de collega-site over de klem en de ondergrond; hier gaat het er vooral om dat u de knip op de goede plek in de maatopgave zet.

Wat er verder nog meespeelt

Zodra de baan besteld en geleverd is, ligt de precieze lengte vast, en is bijstellen alleen nog mogelijk door in te korten, niet door te verlengen. Dat is een goede reden om liever een paar millimeter extra te bestellen dan te kort te zitten, zeker bij een opkant waarvan de hoogte op de bouwtekening nog kan wijzigen. Krijgt u de platen op de bouw en moet er alsnog iets vanaf, dan is dat met de juiste gereedschappen goed te doen; hoe u een net afgewerkte rand krijgt na het inkorten, staat beschreven bij het afwerken van de snijkant.

De lengtemaat zegt niets over hoe de plaat er ligt of aanvoelt: dat hangt af van de dakhelling en de opbouw daaronder, een onderwerp waarvoor u bij klikfels.com verder moet lezen, en van het uiterlijk dat op zinklook.com aan bod komt. Voor de vraag hoe de baan aan de onderconstructie wordt vastgezet, verwijzen wij naar klikzink.com, en wilt u een zonnepaneel op het dak integreren, dan vindt u de aandachtspunten daarvoor op solarfels.com.

Met een heldere opsplitsing van vlaklengte, overstek en opkant kunt u nu zelf de baanlengte voor uw project vaststellen. Twijfelt u over een lastige aansluiting of een dakvlak met een knik, stuur de tekening dan gerust naar Klikzink, Boylestraat 22 in Ede: meedenken over de juiste maatverdeling kost niets, en zo voorkomt u dat een baan op de bouw nog aangepast moet worden.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink