Klikzink
De onderkant van een felsplaat is geen afgewerkte kant. De bovenkant heeft de coating die tegen weer en wind bestand is, maar de achterzijde is alleen verzinkt staal, zonder de laag die aan de zichtzijde zit. Dat is geen gebrek, het is gewoon hoe het product is opgebouwd, maar het betekent wel dat u bij de bestelling na moet denken over wat er onder die plaat komt te liggen en hoe lang de baan precies moet zijn om daar goed op aan te sluiten.
Als er onder de plaat een spouw zit waarin lucht vrij kan bewegen, is er weinig aan de hand. Vocht dat zich aan de achterzijde vormt, droogt daar vanzelf weer op. Ligt de plaat echter direct op een dicht isolatiepakket, of sluit de onderkant strak aan op een ondergrond zonder ventilatie, dan kan zich daar condens vormen dat niet wegkomt. Op de lange duur is dat funest voor zowel de plaat als de onderconstructie. Dit is precies het onderdeel dat wij hier niet uitwerken: welke opbouw onder de plaat wel en niet werkt, hoeveel ventilatie nodig is en hoe dakhelling daarin meespeelt, leest u bij klikfels.com. Voor deze pagina is vooral van belang dat u dat vraagstuk oplost voordat u de plaat bestelt, en niet erna. Een baan die eenmaal op maat is afgekort en gelegd, is niet meer te repareren met een extra ventilatiekier.
Wat dat concreet betekent bij het bestellen: u bepaalt niet alleen de lengte van de baan, maar ook waar die baan straks tegenaan komt te liggen. Een aannemer die een school renoveert en de oude dakbedekking vervangt door een felsdak, moet weten of de bestaande onderconstructie een spouw heeft of dat die dicht is. Is die dicht, dan is dat een zaak voor de opbouw, niet voor de plaatmaat, maar het is wel de reden waarom wij aanraden dat vraagstuk eerst op te lossen: een verkeerd bestelde lengte is zonde van het materiaal, een verkeerd opgeloste ventilatie is zonde van het hele dak.
Onze felsbanen worden op de millimeter afgekort, van 450 tot 8000 millimeter. Dat is een ruime marge, en die ruimte is nodig, want de lengte die u opgeeft bij de bestelling is de plaatlengte en niet de lengte van het dakvlak zoals die op de bouwtekening staat. Tussen die twee maten zit vaak een aanzienlijk verschil, en wie dat verschil vergeet, bestelt platen die op de bouw net niet passen.
Neem een dakvlak van 6000 millimeter, gemeten van de nok tot de rand van de dakrand. Als de plaat aan de onderzijde nog 80 millimeter overstek moet maken boven de goot, en aan de bovenzijde 120 millimeter omhoog moet voor de aansluiting op de nok, dan is de plaatlengte niet 6000 maar 6200 millimeter. Andersom geldt dat net zo goed: moet de plaat aan de bovenzijde juist niet doorlopen tot de nok, omdat daar een andere plaat of een kap-detail zit, dan trekt u die maat er weer af. Hoe u die aansluiting op de nok precies vormgeeft, bijvoorbeeld met een opkant of een overlap, leest u bij het [adres over de aansluiting op de nok](/felsplaat/baanlengte-bepalen), waar we dat rekenwerk stap voor stap doorlopen.
Ook een opkant tegen een muur of een schoorsteen werkt door in de plaatlengte. Een dakdekker die een garage voorziet van een felsdak dat aan één zijde tegen de bestaande gevel aan komt, moet de plaat daar omhoog laten lopen voor een waterdichte aansluiting. Die opkant, vaak zo'n 150 tot 200 millimeter, komt boven op de dakvlaklengte. Wordt die vergeten, dan is de plaat op de bouw te kort en is er geen tweede kans: de baan is al op de millimeter afgekort en aangeleverd. Een baan alsnog verlengen is niet mogelijk, dus is het verstandiger de maatvoering twee keer te controleren dan een baan te kort op de bouw te ontdekken.
De overstek aan de dakrand, waar het water in de goot terechtkomt, is een vast onderdeel van bijna elk felsdak, maar de maat daarvan verschilt per project en per architect. Bij het ene project is dat 50 millimeter, bij het andere 100. Dat verschil van 50 millimeter over een dakvlak van, zeg, twintig banen naast elkaar, telt op tot een aanzienlijke hoeveelheid materiaal als het over het hoofd wordt gezien. Wij raden aan om de overstek pas definitief vast te leggen nadat de goot en de daaraan grenzende details helemaal zijn uitgewerkt, en dan die maat als vast gegeven te gebruiken bij het bepalen van de plaatlengte.
Bij een dakkapel of een opgaande rand speelt hetzelfde principe, maar dan aan de andere kant van de baan. Een plaat die tegen een verticaal vlak omhoog moet lopen voordat hij in een fels of een andere afwerking overgaat, heeft die extra lengte nodig binnen de plaatmaat zelf. Dat is iets anders dan het buigen van de plaat op de bouw; hoe u dat vouwen zelf uitvoert, ook bij lage temperaturen, leest u bij het [adres over koud vouwen en kanten](/felsplaat/baanlengte-bepalen/koud-vouwen). Voor deze pagina is vooral relevant dat u die opkant al meetelt bij het bepalen van de bestellengte, niet pas op de bouw wanneer de plaat al is aangeleverd.
Een praktisch voorbeeld maakt het verschil goed zichtbaar. Op een loods met een dakvlak van 8000 millimeter, van goot tot nok, wil de aannemer aan de gootzijde 60 millimeter overstek en aan de nokzijde een opkant van 100 millimeter voor de nokaansluiting. De dakvlaklengte is dan 8000 millimeter, maar de te bestellen plaatlengte wordt 8160 millimeter. Bij onze maximale baanlengte van 8000 millimeter zou deze specifieke combinatie dus net niet in één baan passen, en moet er gekeken worden naar een andere verdeling, bijvoorbeeld een kortere overstek of een andere aansluiting op de nok. Dit soort rekenwerk loont het om vooraf te doen, liever dan achteraf te ontdekken dat de bestelde platen 160 millimeter te kort zijn.
Bepaal eerst hoe de onderkant van het dakvlak eruit ziet: is er een spouw met voldoende ventilatie, of ligt de plaat straks op een dichte opbouw? Dat is een vraag voor de opbouw onder de plaat, niet voor de plaatmaat zelf, maar ze hangen wel samen omdat een verkeerd bestelde lengte niet meer te herstellen is zodra de baan is afgekort. Bepaal daarna de plaatlengte door de dakvlaklengte te nemen en daar de overstek, de opkant en elke andere aansluiting bij op te tellen of van af te trekken, afhankelijk van hoe de details op uw tekening zijn uitgewerkt. Geef ons die maat op de millimeter door: onze walsmachines korten de baan exact af op wat u aanlevert, van 450 tot 8000 millimeter. Twijfelt u over een detail op de tekening, dan denken wij daar kosteloos in mee, en kunt u desgewenst ook een monster van het materiaal opvragen voordat u de definitieve maten doorgeeft.