Klikzink

Condens aan de achterzijde van de felsplaat

Een felsplaat heeft een voorzijde die klaar is om weer en wind te keren, en een achterzijde die dat niet is. Die achterkant is ruw verzinkt staal, en als daar vocht tegenaan blijft staan, gebeurt er iets anders dan aan de bovenkant. Wij krijgen daar regelmatig vragen over, meestal pas nadat een plaat al een tijd op het dak of tegen de gevel ligt en er een wittige of donkere plek zichtbaar wordt aan de binnenkant van een dakrand of bij een doorvoer.

De achterzijde van de plaat is niet gecoat. De organische laag van 50 micrometer die de voorkant beschermt, zit alleen aan de kant die u ziet. Aan de achterkant zit de zinklaag van 275 gram per vierkante meter, en die is bedoeld om te functioneren als offerlaag: hij corrodeert zelf een beetje om het onderliggende staal te sparen. Dat werkt goed zolang er lucht bij kan en het vocht weg kan trekken. Zodra er langdurig een vochtfilm op blijft staan, zonder dat die kan verdampen, verbruikt de zinklaag zich sneller dan de bedoeling is. Op de lange termijn is dat waar de conditie van uw dak of gevel om draait, en juist daarom is dit iets om al bij het bestellen te doorzien, niet iets voor achteraf.

Waarom de achterkant kwetsbaarder is

De voorkant van de plaat is gemaakt om nat te worden en weer op te drogen; daar is hij op ontworpen. Regen glijdt eraf, de coating is glad en gesloten, en er blijft weinig hangen. De achterkant ligt tegen een ondergrond aan, en juist die combinatie maakt het verschil. Tegen een geventileerde luchtspouw kan vocht wegtrekken. Tegen een dichte, koude laag, of op een plek waar de lucht niet beweegt, condenseert de damp die van binnenuit het gebouw komt op de eerste koude vlak die hij tegenkomt, en dat is vaak de achterzijde van de plaat.

Het is dus niet de plaat die bepaalt of dit een probleem wordt, maar de opbouw daaronder: isolatie, dampremmende laag, ventilatie, en de manier waarop die op elkaar aansluiten. Dat is een technisch vraagstuk dat wij op deze site niet uitwerken, want het gaat over de constructie onder het felswerk en niet over het felswerk zelf. Hoe u die opbouw beoordeelt en welke dakhelling daarbij past, leest u bij klikfels.com. Wat wij hier wel kunnen aangeven, is wat u aan de plaat zelf ziet, en waar dat in de bestelling om vraagt.

Wat dit met de levering te maken heeft

Hier raakt het onderwerp condens aan hoe wij leveren. Onze platen komen niet uit een magazijn met vaste lengtes; ze worden gewalst op de maat die u opgeeft, van 450 tot 8000 millimeter, op de millimeter afgekort. Dat is precisiewerk, en het betekent ook dat er geen ruimte is om achteraf, als de plaat al gewalst is, de opbouw eronder nog te wijzigen zonder gevolgen voor de planning. Als op de bouw blijkt dat de ventilatie onder de plaat toch anders moet, of dat er een extra spouw nodig is om condens te voorkomen, dan verandert dat mogelijk ook de maat van de baan of de positie van een aansluiting. Een nieuwe walsronde kost tijd, en die tijd komt boven op wat er al gepland stond.

Om die reden raden wij aan de opbouw, inclusief de manier waarop vocht aan de achterzijde wordt afgevoerd, vast te leggen voordat de bestelling de deur uit gaat. Dat is dezelfde logica die geldt voor de baanlengte: ook daar moet de maat vaststaan voor het walsen begint, zoals wij uitleggen bij [de baanlengte van felsplaten bepalen](/felsplaat/baanlengte-bepalen). Een wijziging die op de bouw klein aanvoelt, een andere spouwdikte, een andere ventilatiestrook, kan op papier net zo goed vragen om een andere plaatmaat of een andere uitvoering van het vlak.

Een voorbeeld uit de praktijk

Stel, een dakdekker legt felsplaat op een bestaande schuurkap die van binnen niet is nabewerkt. De tekening geeft aan dat er een geventileerde spouw onder de plaat komt, maar op de bouw wordt die spouw dichter uitgevoerd dan gepland, omdat er isolatie bij moet vanwege een gewijzigde bestemming van de ruimte. Zonder die ventilatie kan de damp uit de schuur niet meer weg, en condenseert hij tegen de koude achterzijde van de plaat. Na een winter zie je dan roestvorming op plekken waar de zinklaag is opgebruikt, meestal het eerst bij randen en doorvoeren waar de plaat het dichtst tegen de constructie aan ligt.

Het punt hier is niet dat de plaat het slecht doet; hij doet precies wat een felsplaat doet onder die omstandigheden. Het punt is dat de wijziging in de opbouw niet is teruggekoppeld naar de bestelling. Was die wel teruggekoppeld, dan had de walserij misschien een andere maat of een net iets andere plaatsing van de banen aangehouden, zodat de aansluiting op de nieuwe spouwdikte klopte. Dat soort meedenken op tekening kost bij ons niets, en het is precies waarom wij aanraden de opbouw eerst rond te hebben voordat de order de wals in gaat.

Wat u nu kunt navragen

Als u een bestelling voorbereidt, is het antwoord op de vraag "hoe wordt vocht aan de achterzijde afgevoerd" iets wat u eigenlijk al moet weten voordat u de plaatmaat doorgeeft. Ligt er een geventileerde spouw onder, of ligt de plaat direct op een dichte ondergrond? Is er een dampremmende laag aan de binnenzijde van het gebouw, en is die aaneengesloten? Dat zijn vragen voor de constructie, niet voor de plaat, en het antwoord bepaalt mede welke maatvoering en welke uitvoering (vlak, met verstijvingsril, of met micro-lines) voor uw project het beste past.

Wilt u zeker weten dat de opbouw onder uw felsdak of -gevel condens aan de achterzijde voorkomt, raadpleeg dan eerst klikfels.com voor de technische randvoorwaarden rond isolatie en ventilatie. Heeft u dat rond, dan kunt u bij ons de maatvoering en de uitvoering van de plaat vastleggen, zodat wij die op maat kunnen walsen zonder dat er later nog wijzigingen nodig zijn die de planning op de bouw verstoren. Neem daarvoor contact met ons op via Boylestraat 22 in Ede, of vraag meteen een monster van een van de drie kleuren aan om de uitvoering te beoordelen naast uw tekening.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink