Klikzink
Wij korten uw felsbanen op de millimeter af, van 450 tot 8000 mm, precies op de maat die u opgeeft. Daarmee is het grove werk al gedaan voordat de plaat de bouw op gaat. Maar de plaatlengte die u bestelt is niet automatisch de lengte die op het dak ligt: overstek, aansluiting op de nok of goot en een opkanting tegen een muur komen er nog bij of moeten er juist af. Dat verschil bepaalt niet alleen welke maat u doorgeeft, maar ook welk gereedschap u op de bouw klaar moet hebben liggen om de laatste slag te maken.
Stel, u bestelt een baan van 4200 mm omdat dat de vlaklengte is die op de tekening staat. Op de bouw blijkt de opkanting tegen de gevel 80 mm te vragen, en de overstek aan de gootzijde nog eens 60 mm. De baan die u besteld heeft is dan te kort, of moet op maat gezaagd worden zodra de opkant gezet is. Andersom komt ook voor: een baan die te lang is omdat de aansluiting op een doorvoer of een kilgoot een stuk van de plaat vraagt dat er juist af moet. Hoe u de maat voor de bestelling bepaalt, leggen wij uit bij het bepalen van de baanlengte. Deze pagina gaat over de stap die daarna komt: wat u nodig heeft om die laatste centimeters op de bouw zelf recht te trekken, zonder de plaat te beschadigen.
Op vrijwel elke bouwplaats staat een haakse slijper met een doorslijpschijf binnen handbereik, en de verleiding om die ook op de felsplaat te zetten is groot. Doe dat niet. Een doorslijper verhit het staal plaatselijk tot een paar honderd graden. Die hitte brandt de coating weg over een paar millimeter langs de snijkant, en op die plek verliest het verzinkte staal zijn beschermlaag. Het gevolg zien we terug als roestvorming die precies de lijn van de snede volgt, soms al binnen een paar maanden. Bovendien schiet de schijf gloeiende deeltjes staal over de rest van de plaat, en die brandvonken laten roestpuntjes achter op plekken waar u ze niet wilt.
De standaard op de bouw is een nibbelaar of een plaatschaar. Een nibbelaar knipt met een heen en weer bewegend mesje kleine hapjes uit de plaat, en dat proces blijft koud: de coating rondom de snede blijft intact. Een plaatschaar, met de hand of elektrisch, werkt volgens hetzelfde principe met een knippende beweging in plaats van een draaiende. Beide werken het beste als de plaat goed ondersteund ligt, zodat hij niet meebuigt tijdens het knippen. Op een schuine snede, bijvoorbeeld bij een hoekaansluiting, is een nibbelaar prettiger omdat u de plaat makkelijker kunt draaien terwijl het mesje doorwerkt. Voor een rechte lijn over de volle breedte van 475 mm is een schaar meestal sneller. Hoe u de snede vervolgens recht en zonder braam afwerkt, staat bij het afwerken van de snijkant, en de keuze tussen zagen en knippen als methode bespreken we uitgebreider bij zagen en knippen.
Naast knipgereedschap heeft u op de bouw een felstang nodig. Onze platen komen met de fels van 35 mm al voorgevormd vanaf de wals, maar op de bouw moet die fels op de kopse einden en bij aansluitingen soms nog dichtgetrokken of juist opengezet worden om twee banen goed op elkaar te laten passen. Een felstang doet dat mechanisch, met een gelijkmatige druk over de hele lengte van de vouw. Bij een aansluiting op een dakraam of een schoorsteendoorvoer, waar de standaardfels niet precies uitkomt op de positie die u nodig heeft, is de felstang het gereedschap waarmee u dat ter plekke corrigeert.
Het is verstandig om de felstang uit te proberen op een reststuk voordat u aan de zichtbare baan begint, zeker bij temperaturen rond het vriespunt. Het staal is koud vouwbaar tot -15 graden, dus werken bij vorst is op zichzelf geen probleem, maar de plaat wordt bij lage temperatuur wel stugger. Een felstang die bij 15 graden moeiteloos een nette vouw zet, vraagt bij -5 graden net iets meer kracht en aandacht om dezelfde consistente vouw te krijgen. Hoe koud weer verder doorwerkt in de verwerking, leest u bij werken bij vorst.
Naast de nibbelaar of schaar en de felstang zijn er een paar kleine dingen die het verschil maken tussen een net en een verknoeid stuk plaatwerk. Een handschoen met stroeve grip is geen overbodige luxe: de opstaande fels van 35 mm heeft scherpe randen zolang hij niet is dichtgezet, en de dunne 0,55 mm plaat snijdt makkelijker dan je verwacht. Een viltstift of een krijtlijn voor het uitzetten van de snede voorkomt dat u op het oog gaat knippen en er een stuk plaat te kort blijkt. En een deken of een zachte onderlegger op de steiger of de schoren voorkomt dat de plaat tijdens het verwerken krast op een scherpe rand van het steigermateriaal zelf; wat er verder gebeurt als er toch een kras in komt, staat bij krassen en beschadigingen.
Houd er rekening mee dat elke plaat ongeveer 5 kg per vierkante meter weegt. Een baan van 6 meter lengte en 475 mm werkende breedte weegt dus ruim 14 kg, en dat gewicht is geconcentreerd over een lange, slappe strook plaatstaal die bij verkeerd tillen doorbuigt en een permanente kink krijgt. Voordat u met knippen of felsen begint, is het dus zaak dat de plaat op de juiste manier is aangevoerd en neergelegd; hoe u dat het beste doet, staat bij het tillen en dragen van de plaat.
Als u de baanlengte net heeft laten uitrekenen of net heeft besteld, is het moment om het gereedschap op de bouw klaar te leggen voordat de plaat aankomt. Controleer of de nibbelaar of schaar scherp is, of de felstang schoon is en soepel opent en sluit, en of er een vlakke, ondersteunde plek is om de laatste centimeters bij een opkanting of aansluiting recht te knippen. Voor vragen over hoe de plaat precies vastkomt op de ondergrond, over de kleur of glans van de coating, of over een dakopbouw met zonnepanelen verwijzen wij u naar klikzink.com, zinklook.com en solarfels.com. Voor de maat zelf, en voor alles wat daarna op de bouw moet gebeuren met die maat, kunt u bij ons en bij Klikzink, Boylestraat 22 in Ede terecht: wij denken op tekening mee zonder daarvoor te rekenen, en we hebben monsters van alle kleuren klaarliggen als u die naast het gereedschap wilt leggen om te zien hoe de plaat er in het echt bij ligt.