Klikzink
Voordat u een baan felsplaat op de bouw bijwerkt, is het slim om even stil te staan bij de volgorde: eerst de indeling van het vlak bepalen, dan pas het gereedschap kiezen dat daar het beste bij past. Dat lijkt een omslachtige manier van werken, maar de twee beslissingen hangen wel degelijk samen. Hoe u het vlak indeelt, bepaalt hoeveel u van elke baan moet afhalen, en dat bepaalt weer welk gereedschap u nodig heeft en welk gereedschap u juist beter laat liggen.
De banenindeling van het vlak zelf, met de vraag waar u de eerste baan legt en wat dat doet met de laatste, behandelen wij uitgebreider op de pagina over [de banenindeling van het vlak](/felsplaat/banenindeling). Hier gaan we in op de keuze van het gereedschap dat u daarbij op de bouw nodig heeft, en waarom de een wel en de ander niet in de gereedschapskist hoort.
Elke felsplaat van ons komt op maat aan: u bestelt de lengte die u nodig heeft, tot op de millimeter, van 450 tot 8000 mm. Dat scheelt op de bouw al veel afkortwerk in de lengte. Maar de breedte van het vlak is zelden een veelvoud van de werkende breedte van 475 mm, en dus moet er ergens een strook af. De vraag is alleen: waar?
Begint u de eerste baan precies in het midden van het vlak, dan werkt u symmetrisch naar beide zijden toe en komt aan elke kant een smallere reststrook terecht. Begint u tegen een kopgevel of een dakrand aan, dan schuift die hele reststrook naar de andere kant en heeft u daar één bredere, of juist een hele smalle, laatste baan. Die keuze bepaalt hoeveel materiaal u per baan moet wegsnijden, en een reststrook van 400 mm vraagt om ander gereedschap dan een reststrook van 40 mm. Wie dat vooraf niet doordenkt, staat met de verkeerde schaar in de hand op het dak.
Op de bouw zijn er in de praktijk twee gereedschappen die het werk doen: de plaatschaar en de nibbelaar. Beide knippen of knabbelen het staal koud af, zonder de plaat op te warmen en zonder de coating rondom de snede te beschadigen.
Een handschaar of een elektrische plaatschaar is de snelste keuze bij een rechte snede over de volle breedte, zoals bij het inkorten van een baan in de lengte. Bij een brede reststrook, waarbij u een hele baan in de breedte moet versmallen, is een schaar ook goed te sturen langs een rechte lijn.
Een nibbelaar komt in beeld zodra de snede minder recht is: rond een dakdoorvoer, langs een schuine kilaansluiting, of bij een smalle reststrook waar u weinig ruimte heeft om de schaar goed aan te zetten. De nibbelaar knipt in kleine hapjes en volgt daarbij ook een gebogen lijn, iets waar een schaar juist moeite mee heeft. Bij een smalle reststrook van een paar centimeter, zoals ontstaat wanneer u de banenindeling bewust tegen één zijde aan heeft gelegd, is de nibbelaar vaak makkelijker te hanteren dan een schaar die nauwelijks houvast krijgt op zo'n beperkte breedte.
De keuze tussen beide is dus geen kwestie van voorkeur, maar van wat de banenindeling van u vraagt. Een vlak met een symmetrische indeling en twee gelijke, redelijk brede reststroken is met een schaar prima te doen. Een vlak met een enkele smalle laatste baan, of met een onregelmatige rand door een dakkapel of schoorsteen, vraagt eerder om de nibbelaar.
Naast het afkorten van de breedte heeft u op de bouw ook een felstang nodig, voor het dichtzetten van de staande fels van 35 mm nadat de banen op hun plek liggen. Dat is een andere handeling dan het knippen of nibbelen van het vlak: de felstang buigt het opstaande randje om, de schaar of nibbelaar bewerkt het platte deel van de plaat. Beide werktuigen horen dus in dezelfde gereedschapskist, maar doen ieder hun eigen deel van het werk. Hoe de klemmen onder die fels precies zitten en in welke volgorde u ze aanbrengt, leest u op klikzink.com.
Er wordt op sommige bouwplaatsen nog gegrepen naar de haakse slijper met een doorslijpschijf, omdat die snel door het staal heen gaat. Voor felsplaat is dat geen goede keuze, en wel om een paar redenen die direct met het materiaal te maken hebben.
Een doorslijpschijf warmt het staal plaatselijk sterk op. Onze platen zijn Sendzimir verzinkt (275 g/m2 aan beide zijden) en afgewerkt met een organische coating van 50 micrometer, GreenCoat Pural BT. Die combinatie van zinklaag en coating is niet gemaakt om plaatselijk tot gloeien gebracht te worden. Bij het doorslijpen verbrandt de coating langs de snede en tast de hitte de zinklaag aan, precies op de plek waar de rand straks het meest blootstaat aan weer en wind. Dat is een corrosierisico dat u met een koude snede eenvoudig voorkomt.
Daarnaast verspreidt een doorslijper hete metaalspetters over een groot deel van het dakvlak. Die spetters branden zich in de coating van de omliggende, al gelegde banen en laten daar beschadigingen achter die u niet meer ongedaan maakt. Op de pagina over [krassen en beschadigingen](/felsplaat/banenindeling/krassen) gaan wij verder in op wat dat soort schade voor het aanzien en de duurzaamheid van het vlak betekent; hier is de conclusie voor het gereedschap simpel: houd de slijper van het dak.
Terug naar de indeling, want die is bepalend voor hoeveel gereedschapswerk u eigenlijk heeft. Een symmetrische indeling geeft twee reststroken die vaak nog met een schaar te doen zijn, en die aan beide zijden van het vlak gelijk ogen. Dat is niet alleen praktisch, het bepaalt ook hoe de rand van het dak overkomt, en daarmee raakt de indeling aan het uiterlijk van het vlak. Voor die kant van de zaak, hoe een indeling staat op een gebouw, verwijzen wij naar zinklook.com.
Kiest u ervoor om tegen één zijde aan te beginnen, bijvoorbeeld omdat een schoorsteen of dakraam aan die kant al een vaste maat afdwingt, dan verschuift de hele reststrook naar de andere kant. Die strook kan behoorlijk smal uitvallen, en precies dan is de nibbelaar vaak praktischer dan de schaar. Een aannemer die op een rijtjeswoning steeds tegen de linker kopgevel begint, ziet aan de rechterzijde van elk dak een reststrook van wisselende breedte ontstaan, afhankelijk van de exacte breedte van dat ene dak. Bij een brede strook pakt hij de schaar, bij een smalle grijpt hij naar de nibbelaar. Wie dat vooraf weet, plant zijn gereedschap mee in plaats van het onderweg te moeten regelen.
Bepaal eerst hoe u het vlak indeelt en waar de reststrook terechtkomt, symmetrisch of tegen een zijde aan. Kies daarna het gereedschap dat bij die reststrook past: de schaar voor een brede, rechte snede, de nibbelaar voor een smalle strook of een gebogen lijn, en in beide gevallen een felstang voor het dichtzetten van de fels. Laat de doorslijper thuis. Heeft u een lastig vlak met veel doorvoeren of een onregelmatige rand, neem dan gerust contact met ons op: wij denken kosteloos mee op tekening en kunnen de platen al zo laten walsen dat u op de bouw met minder gereedschapswissels toe kunt.