Klikzink

Vuil en cementsluier bij felsplaat op tekening

Een felsdak of -gevel wordt vaak gelegd terwijl er om het gebouw nog gemetseld wordt, gevoegd of gestuukt. Dat is op zichzelf geen probleem, maar het levert wel een risico op voor de coating: spatten metselspecie, cementwater dat over de plaat loopt, en boorstof dat blijft plakken op een nog vochtig oppervlak. Op deze pagina behandelen we wat dat vuil met de plaat doet, hoe snel het weg moet en waarmee u het verwijdert zonder de laag aan te tasten. En omdat wij daarnaast meedenken op tekening zonder dat dit iets kost, leggen we ook uit wat wij nodig hebben om van uw bouwplaats een sluitende banenindeling te maken waarbij dit soort vuil zo veel mogelijk wordt voorkomen.

Waarom cementsluier haast heeft

Cement is alkalisch. Zolang het nat is, reageert het met de coating: de GreenCoat Pural BT die op onze platen ligt is duurzaam en biobased, maar geen enkele organische laag van 50 micrometer is bestand tegen langdurig contact met verse specie. Hoe langer een spat metselwerk op de plaat blijft liggen, hoe groter de kans dat er een waas achterblijft die u er ook na reinigen niet meer volledig uit krijgt. Dat waas is niet gevaarlijk voor de plaat als geheel, maar het is wel blijvend zichtbaar, en op een dak of gevel waar de kleur juist een rol speelt is dat het laatste wat u wilt. Over hoe die kleur eruitziet en hoe hij oogt op een gevel, leest u meer op zinklook.com; hier gaat het puur om de bescherming van de laag zelf.

De regel die wij aanhouden is dus: er zit geen vaste tijdspanne op, maar hoe eerder u de sluier verwijdert, hoe kleiner de kans op een blijvend spoor. Op een winderige, droge dag trekt cementwater sneller in en droogt het sneller vast dan op een vochtige, koele dag. Een plaat die in de volle zon ligt te bakken droogt spatten ook sneller vast dan een plaat in de schaduw; wat volle zon verder met de plaat doet, met de uitzetting en het aanraken van het materiaal, leest u in ons stuk over werken in de volle zon. Praktisch betekent dit: ruim vuil op dezelfde dag op, en in ieder geval voordat het een volgende nacht heeft kunnen intrekken.

Hoe u het weghaalt zonder de laag aan te tasten

Spoel eerst met ruim schoon, koud water. Voor verse, nog vochtige spatten metselspecie is dat vaak al genoeg: de specie is dan nog niet aan de coating gebonden en laat los met een zachte kwast of spons erbij. Gebruik geen staalborstel, geen schuurspons en geen agressief middel: dat tast de coating aan en dat is een grotere schade dan de cementsluier zelf. Gebruik ook geen zuur, zelfs niet verdund; zuur reageert weliswaar met cement, maar reageert net zo goed met de coating en met het verzinkte staal daaronder.

Is de sluier al aangedroogd, dan werkt lauwwarm water met een neutrale zeep beter dan koud water alleen: laat het even inwerken en werk dan met een zachte doek of spons in de richting van de baan, niet dwars erover. Boorstof dat op een vochtige plaat is blijven plakken, gedraagt zich vergelijkbaar met cement: het bindt aan het vocht en wordt hard. Blaas of veeg boorstof daarom bij voorkeur weg vóórdat de plaat vochtig wordt, en houd er bij het boren rekening mee dat er geen stof op een nog niet afgewerkt deel van de baan kan neerdwarrelen. Meer over het gat zelf, en waar u wel en niet doorheen boort, vindt u in ons artikel over boren in de plaat.

Een voorbeeld uit de praktijk: bij een gevelrenovatie waar het felswerk in twee weken na de gevelmetselaar volgde, ontstond op een aantal banen een lichte waas op de plek waar mortelspecie tegen de plaat was gespat en daar een weekend was blijven staan. Na reiniging met water en een milde zeep was de specie zelf weg, maar bleef een vage schaduw zichtbaar tegen het licht in. Diezelfde dag gereinigde spatten op andere delen van de gevel lieten geen spoor achter. Het verschil zat niet in de hoeveelheid vuil, maar in de tijd dat het op de plaat heeft gezeten.

Wat u op tekening aanlevert om dit te voorkomen

De beste manier om cementsluier te beperken is niet chemisch maar organisatorisch: zorg dat de banenindeling zo gekozen is dat er zo weinig mogelijk gemetseld of gevoegd wordt boven of naast platen die al liggen, en dat waar dat wel moet, de kwetsbare stroken als laatste worden gelegd. Dat vraagt om een tekening waarop wij de indeling voor u kunnen uitwerken, en meedenken op tekening kost bij ons niets.

Om tot een goede banenindeling te komen hebben wij een paar maten en gegevens nodig. Allereerst de exacte maten van het vlak: lengte, breedte, en waar het vlak versprongen of onregelmatig is, ook die maten apart. Onze platen worden op de millimeter afgekort geleverd, van 450 tot 8000 mm, dus hoe nauwkeuriger de maatvoering, hoe minder er op de bouw nog moet worden aangepast. Ten tweede willen we weten waar het water heen loopt: de afwatering bepaalt namelijk in welke richting de banen lopen en waar de overlappende delen zitten, en dus ook waar een spat specie tijdens het metselen het meeste risico geeft. Ten derde de plek van aansluitingen: dakranden, opgaand werk, doorvoeren, aansluitingen op een gevelopening. Elke aansluiting is een plek waar aanvullend werk plaatsvindt nadat de plaat al ligt, en dus een plek waar u met de planning rekening mee kunt houden.

Met die drie gegevens, het vlak, de waterloop en de aansluitingen, stellen wij een banenindeling voor waarbij bouwvolgorde en plaatvolgorde zo veel mogelijk op elkaar aansluiten. Hoe u die tekening precies aanlevert en in welke vorm, leggen we uit in ons algemene stuk over een tekening aanleveren; hoe de platen vervolgens op maat worden afgekort op de bouw zelf, staat beschreven in het artikel over afkorten op de bouw.

Bescherming tussen aanlevering en verwerking

Onze platen worden voorzien van een beschermfolie, juist om dit soort vuil tijdens transport en opslag buiten te houden. Zolang die folie erop zit, is de kans op cementsluier of boorstof op de coating veel kleiner. Het probleem ontstaat vooral op het moment dat de folie eraf is, omdat de plaat dan al gelegd of net gemonteerd is en het overige bouwwerk nog niet af is. Wanneer u de folie het beste verwijdert en waar u op moet letten, leest u in ons artikel over de beschermfolie. Als vaste regel geldt: verwijder de folie pas op de strook waar u die dag ook echt aan werkt, zodat de rest van het vlak nog beschermd blijft tegen spatten van het aangrenzende metselwerk.

Denk er bij de planning ook aan dat vorst en vocht de reiniging lastiger maken: bevroren cementresten laten zich niet goed losweken, en op een bevroren plaat werkt u toch al voorzichtiger met vloeistoffen. Wat vorst met de plaat zelf doet en waar u dan rekening mee houdt, staat in ons stuk over werken bij vorst.

Wat u nu kunt doen

Houd vuil en cementsluier bij: spoel spatten dezelfde dag nog af met schoon water en een zachte doek, zonder zuur of schuurmiddel, en laat vooral geen specie een nacht op de plaat liggen. Wilt u dat wij meedenken over een banenindeling die dit risico van meet af aan beperkt, dan kunt u de maten van het vlak, de afwatering en de aansluitingen aan ons doorgeven; wij werken die kosteloos uit in een voorstel. Neem daarvoor contact op met Klikzink, Boylestraat 22, 6718 XM Ede, of stuur uw tekening zoals beschreven in het artikel over een tekening aanleveren.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink