Klikzink
Onze felsbanen komen op maat aan: op de millimeter afgekort in onze eigen fabriek, tussen 450 en 8000 mm lang, met de fels van 35 mm er al haaks aan gezet. Dat is de bedoeling, en dat is ook waarom een tekening aanleveren zoveel oplevert. Toch komt het voor dat een baan op de bouw alsnog korter moet: een maat die net anders uitpakt, een aansluiting die verschoven is, of een laatste baan bij een schoorsteen die niemand had ingetekend. Deze pagina gaat over wat er dan gebeurt met de plaat zelf.
Een felsbaan is 0,55 mm staal met aan beide zijden 275 g/m2 verzinking en daarover 50 micrometer organische coating. Die opbouw zit ook op de snijkant, tenminste zolang die snijkant netjes is gemaakt. Zodra u een baan op de bouw doorslijpt, gebeurt er iets anders dan wanneer wij hem in de fabriek afkorten. Een doorslijpschijf draait met hoge snelheid en produceert daarbij hitte, gruis en vonken. Die hitte verbrandt de coating tot een paar millimeter van de snede, het gruis slijpt de zinklaag mee weg over de volle lengte van de snijkant, en de vonken slaan neer op de rest van de plaat waar ze op hun beurt weer kleine roestpuntjes veroorzaken. Het resultaat is een snijkant die vanaf dag één zonder bescherming ligt, terwijl de rest van de plaat wel beschermd is. Vocht vindt die kant het snelst, en precies dat is de reden dat overkappen en aansluiten in de meeste gevallen belangrijker zijn dan de snede zelf.
Als een baan toch ter plekke korter moet, is een knip- of zaagbeweging met minder hitte de betere keuze dan slijpen. Een elektrische plaatschaar of een handschaar brengt geen noemenswaardige warmte in het materiaal en laat de zinklaag intact tot op de rand van de snede. Bij dikkere doorsnedes of rechte lijnen over lengte kan een cirkelzaag met een fijne, voor staal bedoelde zaagbladverzet dienst doen, weer zonder de vonkvorming van een slijpschijf. Dat onderwerp, met de verschillen tussen schaar en zaag op de bouw, staat uitgewerkt onder [zagen en knippen](/felsplaat/tekening-aanleveren/zagen-en-knippen). Wat er daarna met die snijkant moet gebeuren, van ontbramen tot bijwerken, leest u bij [de snijkant afwerken](/felsplaat/tekening-aanleveren/snijkant-afwerken). Beide pagina's gaan dieper op de verwerking in dan wij hier doen; hier gaat het erom wanneer afkorten op de bouw eigenlijk nodig is en hoe u dat met een goede tekening voorkomt.
Een voorbeeld uit de praktijk: bij een schuur met een dakoverstek dat op de bouwtekening 40 cm was, maar in werkelijkheid 43 cm bleek, moesten twaalf banen alsnog 3 cm korter. Op de grond, met een plaatschaar, was dat een kwestie van een halve dag voor twee man. Was dat met een haakse slijper gedaan, dan had elke baan een onbeschermde rand van ruim vier meter gekregen, precies op de plek waar het meeste water langsloopt bij het overstek. Dat is het verschil tussen een kleine correctie en een zwakke plek die je er jaren later nog op aankijkt.
Het beste moment om dit soort correcties te vermijden is niet op de bouw, maar aan de tekentafel, voordat er iets gewalst wordt. Wij denken daarom kosteloos mee op tekening: u stuurt een aanzicht en wij zetten dat om in een banenindeling, met de maat van elke baan al op de millimeter vastgelegd. Wat wij daarvoor nodig hebben, is niet ingewikkeld, maar moet wel compleet zijn. Ten eerste de maten van het vlak: de werkelijke lengte en breedte zoals opgemeten op de bouw, niet de maat uit het bestek, want die twee lopen bij bestaande bouw regelmatig een paar centimeter uiteen. Ten tweede de richting waarin het water afloopt, want daarmee bepalen wij hoe de banen liggen en waar de overlap van de fels komt. Ten derde de plek van elke aansluiting: een dakraam, een schoorsteen, een goot, een trekkap, een dakrand die opstaat. Elke aansluiting kan betekenen dat een baan net iets korter of langer moet, of dat er een baan bij moet die niet over de volle lengte doorloopt.
Met die drie gegevens op de tekening kunnen wij vaak precies vaststellen welke baan waar komt, zodat er op de bouw niets meer hoeft te worden ingekort. Dat scheelt niet alleen een onbeschermde snijkant, het scheelt ook tijd: een baan die al op maat is, ligt in één beweging, terwijl een baan die eerst nog moet worden aangepast eerst gemeten, gemarkeerd en dan pas verwerkt moet worden. Op een dak met veel doorvoeren, waar iedere meter al krap zit, is dat verschil goed te merken in de planning van een dag.
Wat er verder nog gebeurt na het afkorten, zowel in de fabriek als eventueel op de bouw, komt aan de orde bij de andere onderwerpen in deze kennisbank: het boren van gaten voor doorvoeren staat bij [boren in de plaat](/felsplaat/tekening-aanleveren/boren), het zetten van hoeken en overgangen bij [koud vouwen en kanten](/felsplaat/tekening-aanleveren/koud-vouwen), en de beschermfolie die tijdens transport en verwerking op de plaat blijft zitten bij [de beschermfolie](/felsplaat/tekening-aanleveren/beschermfolie). Ook zaken als tillen, krassen, vuil op de plaat en werken bij vorst of felle zon hebben allemaal hun eigen pagina, omdat elk van die dingen net iets anders vraagt van de manier van werken.
Deze pagina gaat, zoals de rest van deze site, alleen over de plaat: de maat, het materiaal en de verwerking ervan. Hoe de plaat aan de ondergrond bevestigd wordt en in welke volgorde de banen op de bouw gelegd worden, staat op klikzink.com. De vraag vanaf welke dakhelling felsplaat toepasbaar is en hoe condens in de opbouw meespeelt, hoort bij klikfels.com. Kleur, glans en hoe een dak of gevel eruitziet met een van onze drie matte kleuren, bespreken wij op zinklook.com. En wie een felsdak wil combineren met zonnepanelen, vindt de bevestigingsmogelijkheden daarvoor op solarfels.com.
Wat u nu kunt doen: meet het vlak op, bepaal de looprichting van het water en zet elke aansluiting op de tekening. Stuur die tekening naar ons op, en wij werken hem om naar een banenindeling met de juiste maat per baan, zodat afkorten op de bouw de uitzondering blijft in plaats van de regel. Wilt u eerst zien hoe het materiaal aanvoelt en oogt, dan sturen wij op verzoek monsters van alle drie de kleuren mee.