Klikzink

Boren in de felsplaat aangeven op tekening

Een felsplaat wordt in de meeste gevallen niet doorboord. De platen liggen los onder de fels, worden blind bevestigd met klemmen en krijgen hun doorgangen bij voorkeur via een aparte inzetstuk of een doorvoer die al is voorzien. Toch zijn er situaties waarin een gat door de plaat zelf niet te vermijden is: een stang van een windmeter, een klein afvoerpunt, een bevestigingspunt voor een luifel of een leuning die door het dakvlak heen moet. In die gevallen is het niet de vraag of het kan, maar hoe u het doet zonder dat de plaat om het gat heen gaat golven of intrekken.

Het risico bij boren is niet het gat zelf, maar de druk die de boor op dat moment op het dunne staal uitoefent. Bij 0,55 mm plaatdikte is er weinig massa die de klap van het doorbreken opvangt. Zonder ondersteuning drukt de plaat mee naar binnen op het moment dat de boor doorslaat, en dat geeft een opstaande rand aan de onderzijde en vaak een lichte deuk rond het gat aan de bovenzijde. Op een zichtvlak, zeker in een gevel, is dat blijvend te zien.

De oplossing is simpel maar moet vooraf georganiseerd zijn: leg onder het boorpunt een stevige, vlakke onderlegger die de plaat op zijn plek houdt op het moment van doorboren. In de praktijk werkt een blok hardhout of een stalen plaatje uitstekend, mits het groot genoeg is om de druk rond het gat te verdelen en niet zelf een rand of oneffenheid in de plaat drukt. Werk bovendien met een scherpe boor en een laag toerental: hoe schoner de boor door het staal snijdt, hoe minder kracht er nodig is en hoe kleiner de kans op vervorming. Boor bij voorkeur van de coating-zijde naar de onderlegger toe, zodat de zichtzijde niet de kant is waar het staal eventueel opbolt.

Een tweede punt is de rand van het gat zelf. Een geboord gat in verzinkt staal met een organische coating laat op de rand een klein stukje blank metaal zien. Op een enkel bevestigingspunt is dat te verwaarlozen, maar bij meerdere doorvoeren op een zichtbaar vlak is het iets om in het ontwerp mee te nemen, samen met de manier waarop u de rand afwerkt na het zagen, zoals wij uitleggen bij [de snijkant afwerken](/felsplaat/tekening-aanleveren/snijkant-afwerken). Dat gaat over de rand van een gezaagde plaat, maar dezelfde aandacht voor een schone, verzegelde rand geldt voor een geboord gat.

Boren aangeven op de tekening

Hier wordt het meedenken op tekening relevant, en dat kost u niets. Wanneer wij vooraf weten dat er een doorvoer, een bevestigingspunt of een ander gat door een baan moet komen, kunnen wij dat punt al in de fabriek meenemen bij het bepalen van de banenindeling en de lengte van de baan. Dat is vrijwel altijd beter dan zelf ter plekke boren, omdat een gat dat in de fabriek wordt gezet onder gecontroleerde omstandigheden gebeurt, met de juiste ondersteuning en zonder risico op een deuk die u op de bouw niet meer wegkrijgt.

Om dat te kunnen doen, moeten wij op de tekening precies zien waar het gat moet komen. Een tekening die alleen de buitenmaten van het dakvlak toont, is voor een banenindeling al genoeg, maar voor een doorvoer is meer nodig. Geef op de tekening de exacte positie van het gat aan ten opzichte van de rand van het dakvlak of ten opzichte van een fels, in twee richtingen gemeten, zodat er geen misverstand kan ontstaan over welke baan het gat krijgt en op welke hoogte in die baan. Vermeld ook de diameter en, als het om meer dan één gat gaat, de onderlinge afstand.

Daarnaast is het voor een goede banenindeling belangrijk dat wij de maten van het volledige vlak kennen: de lengte en breedte van het dak of de gevel, de richting waarin het water afloopt, en de plek van de aansluitingen aan nok, goot, hoek of gevelrand. Met die informatie kunnen wij de banen zo indelen dat een doorvoer niet net op een felslijn of een oplegpunt van een klem terechtkomt, en dat de baan met het gat een lengte krijgt die goed te verwerken is op de bouw. Voor de tekening in het algemeen, en wat daar verder op moet staan, verwijzen wij u naar de pagina over [een tekening aanleveren](/felsplaat/tekening-aanleveren).

Als het gat pas op de bouw ontstaat

Het komt voor dat een doorvoer pas laat in het bouwproces bekend wordt, als de platen al zijn geleverd of al liggen. In dat geval is boren op de bouw de enige optie, en dan gelden de regels die hierboven staan onverkort: een stevige onderlegger onder het boorpunt, een scherpe boor, laag toerental, en een nette afwerking van de rand. Werk bij voorkeur op een ondergrond waar de plaat niet kan doorbuigen, dus liever op een steun of een werkbank dan op de losse plaat die al op de gordingen ligt.

Houd er bij het boren op de bouw ook rekening mee dat de plaat op dat moment al zijn eindpositie kan hebben en dus niet zomaar omgedraaid of verplaatst kan worden zonder de bevestiging opnieuw te doen. Boren in een plaat die al onder de klemmen ligt, is aanmerkelijk lastiger te ondersteunen dan boren in een plaat die nog los op een tafel ligt. Waar dat kan, is het dus verstandig om een geplande doorvoer eerst te boren en pas daarna de baan definitief te leggen en te bevestigen, zoals ook geldt voor andere bewerkingen die achteraf moeilijker gaan, waaronder het [koud vouwen en kanten](/felsplaat/tekening-aanleveren/koud-vouwen) van een baan die al gedeeltelijk vastligt.

Wat er verder niet op deze pagina staat

Deze pagina gaat over het gat in de plaat zelf en over de tekening die daarvoor nodig is. Hoe u een doorvoer vervolgens waterdicht aansluit op de ondergrond, met welke klem of afdichting, is een vraag over de bevestiging en de opbouw onder de plaat, en die behandelen wij niet hier maar op klikzink.com. Of een doorvoer voor een zonnepaneel-bevestiging op een felsdak andere eisen stelt aan de positie of de ondersteuning, leest u op solarfels.com. En als de vraag is of een doorvoer op die plek in het dakvlak wel toelaatbaar is gezien de dakhelling of de opbouw eronder, dan is dat een vraag voor klikfels.com.

Wat u nu kunt doen

Als u weet dat er een doorvoer, stang of bevestigingspunt door een felsplaat moet, meet dan de positie op ten opzichte van de rand van het vlak of een fels, in twee richtingen, en zet die maat samen met de diameter op de tekening die u ons aanlevert, naast de gewone maten van het vlak, de waterloop en de aansluitingen. Wij nemen het gat dan mee in de banenindeling en, waar mogelijk, al in de fabriek. Moet er toch op de bouw geboord worden, zorg dan voor een stevige onderlegger onder het boorpunt, een scherpe boor en een laag toerental, en werk de rand van het gat net zo netjes af als u dat bij een gezaagde kant zou doen. Heeft u een tekening met een of meer doorvoeren die u aan ons wilt voorleggen, stuur die dan gerust op: meedenken hierover kost u niets.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink