Klikzink
Een felsbaan is ontworpen om zonder gaten te blijven liggen. De klem onder de fels houdt de plaat vast, en die manier van bevestigen is precies waarom er op het vlak zelf niets doorheen hoeft. Toch komt boren voor, en juist bij een dakkapel, een luifel of een korte gevelstrook is de kans daarop groter dan bij een groot dakvlak. Er is een doorvoer voor een afvoerpijp, een beugel voor een hemelwaterafvoer, een bevestigingspunt voor een lichtkoepel of een klein zonnescherm. Op een dak van honderd meter valt dat soort details in het niet. Op een luifel van twaalf meter is het vaak het enige gat dat er komt, en dan moet het meteen goed zitten.
De eerste vraag is niet hoe u boort, maar of het wel door de plaat zelf moet. Bij een dakkapel zit onder de felsbaan vaak al een doorvoer in het beschot, aangelegd voordat de plaat gelegd is. Bij een luifel of een gevelstrook die achteraf een lamp of een sensor krijgt, is dat lastiger te plannen: die opdracht komt soms pas als de plaat al ligt. Overleg eerst of de doorvoer niet net naast de baan, in de overlap bij de fels, of onderin bij de daktrim kan komen. Een gat in het vlak van een felsplaat is niet onherstelbaar, maar het is wel definitief: er komt geen tweede kans op die plek.
Als het gat er toch moet komen, is de ondergrond onder de boorpunt het enige dat telt voor het resultaat. Felsplaat is met 0,55 mm dun genoeg om door te veren als hij niet ondersteund wordt, en juist dat doorveren geeft de rafelige rand en de lichte deuk rond het gat die u er niet meer uitkrijgt. Leg daarom altijd een stevig, vlak stuk hout of een blok multiplex direct onder de plek waar u boort, ook als de plaat al op de gording of het beschot ligt. Bij een dakkapel met een houten onderconstructie is dat vaak vanzelf aanwezig; bij een luifel met een open metalen frame moet u het er soms speciaal onder leggen voor die paar seconden dat de boor er doorheen gaat.
Gebruik een scherpe metaalboor met een lage snelheid aan het begin, zodat de punt niet wegloopt over de coating voordat hij aanslaat. Een centerpunt of een voorgeboord gaatje van een paar millimeter helpt om de boor recht te laten invallen. Boor in één beweging door, zonder de plaat op en neer te laten bewegen: dat op-en-neer is wat de rand rond het gat oprekt en de coating daar laat afspringen. Na het boren de rand ontbramen met een klein afbraamschijfje of een fijne vijl, zodat er geen scherpe rafel blijft staan die water vasthoudt of een afdichtring beschadigt.
Het gat zelf afdichten met een pasta of kit die voor stalen dakbedekking bedoeld is, of met een rubberen doorvoerring die om de leiding of de bout klemt. Dat is verwerking, geen materiaalkeuze, en het valt buiten wat wij hier behandelen; als het om de opbouw en de aansluiting op de ondergrond gaat, leest u dat verder bij hoe de klem en de bevestiging op klikzink.com zijn uitgewerkt.
Bij een groot dak is een geboord gat een routinehandeling die de aannemer tientallen keren per project uitvoert, met een vast stappenplan en genoeg materiaal om een misser te compenseren. Bij tien of twintig meter felsplaat voor een dakkapel of een luifel is er geen ruimte om iets te compenseren: er liggen misschien twee of drie banen, en als er één misgaat, is er geen baan meer over om de fout te verbergen. Dat verandert niet de techniek van het boren, maar wel het gewicht dat elk gat krijgt.
Het betekent ook dat het de moeite waard is om vooraf op tekening te bepalen waar het gat komt, in plaats van het ter plekke te beslissen. Bij Klikzink kijken wij op tekening mee zonder dat dat iets kost, en dat is niet alleen voor de maatvoering van de baan zelf van belang. Als u al weet dat er een doorvoer voor een afvoerpijp bij de dakkapel komt, kunnen we de plaat zo aanleveren dat die doorvoer in de overlap bij de volgende baan valt, of net naast de fels waar de klem toch al ruimte laat. Dat scheelt een boorgat in het gesloten vlak.
Bij een kleine hoeveelheid weegt ook de plaatdikte zwaarder mee dan bij een groot dak, simpelweg omdat er weinig materiaal is om fouten in te absorberen. De 0,55 mm van onze felsplaat is dun genoeg om koud te vouwen tot -15 graden, maar diezelfde dunheid maakt hem gevoelig voor de druk van een boor zonder ondersteuning. Op een luifel met een klein oppervlak ziet u een verstoorde rand of een lichte deuk veel eerder dan op een dak van honderd vierkante meter, waar het oog wegvalt in de herhaling van de banen.
Een ander verschil bij kleine hoeveelheden is de volgorde van werken. Bij een groot dak wordt er vaak pas geboord als de hele dekking klaar is en de installateur langskomt voor de techniek. Bij een dakkapel of gevelstrook met maar een paar banen is het gat vaak onderdeel van hetzelfde werkbezoek als het leggen van de plaat zelf, met minder tijd om na te denken over de precieze plek. Dat is geen reden om sneller te boren, maar wel een reden om het van tevoren op tekening vast te leggen in plaats van pas op de steiger.
Het boren zelf is verwerking op de bouw, en dat raakt aan andere onderwerpen die apart om aandacht vragen. Wie ook nog een baan moet inkorten voor dezelfde dakkapel of luifel, leest dat bij hoe de plaat op de bouw wordt afgekort. En wie bij het boren per ongeluk een kras in de coating maakt, vindt bij wanneer een kras blijft zitten en wanneer de baan eruit moet uitleg over wat daarmee te doen is. Deze twee onderwerpen komen vaak samen voor bij een kleine bestelling, omdat er dan weinig materiaal reserve is om een fout in te verstoppen.
Wilt u een dakkapel, luifel of gevelstrook laten voorzien van een felsbaan met een doorvoer op een vaste plek, stuur ons dan de tekening. Wij denken gratis mee over waar het gat het beste past ten opzichte van de fels en de overlap, en leveren de platen op maat aan zodat er op de bouw zo weinig mogelijk hoeft te worden bijgewerkt.