Klikzink
Op elke rol felsplaat die onze walsmachines in Ede verlaat, zit al een zinklaag. Dat is geen keuze die u op de bouwplaats nog maakt en ook geen bewerking die een dakdekker achteraf toepast. Het staal komt bij ons binnen als coil, wordt Sendzimir verzinkt met 275 gram zink per vierkante meter aan beide zijden, en pas daarna gewalst tot felsbanen met de opstaande fels van 35 mm. De volgorde is belangrijk: eerst het verzinken, dan pas de vorm. Zo zit de zinklaag overal even dik, ook in de flanken van de fels en in de ril bij de uitvoering met verstijvingsril.
Wat wij doen, is dus vooral dit: het juiste basismateriaal inkopen, met de juiste zinklaag, en dat op maat verwerken tot platen van 450 tot 8000 mm, op de millimeter afgekort. Wij bepalen niet hoe dik de zinklaag is voor uw project; dat ligt vast in het materiaal dat wij standaard voeren. Wat u van ons krijgt is een plaat waarvan de bescherming al klaar is voordat hij de fabriek verlaat.
De dakdekker of aannemer die de platen op de bouw legt, verandert niets aan de zinklaag. Hij hoeft niet te verzinken, te behandelen of na te werken. Wat hij wel doet, is de plaat zo verwerken dat de zinklaag intact blijft. Dat betekent: zagen of knippen in plaats van slijpen, want slijpen maakt zoveel warmte dat de zinklaag lokaal verbrandt. Het betekent ook: bramen verwijderen na het afkorten, en geen platen laten liggen in aanraking met ander metaal dat gaat roesten en die roest doorgeeft.
Een voorbeeld uit de praktijk: bij het inkorten van een felsbaan op de bouwplaats met een haakse slijper ontstaat aan de snijkant een verkleurde rand. Dat is niet per se een gat in de zinklaag, maar het is wel een teken dat er te veel hitte is toegevoegd. Met een knabbelschaar of een platenschaar blijft de snijkant koud en blijft de zink rond de rand zitten zoals hij hoort te zitten. Dat is het verschil tussen gereedschap dat bij deze plaat past en gereedschap dat er wel doorheen komt, maar de bescherming beschadigt.
Als u een plaat afkort, ligt er op de snijkant zelf geen zinklaag meer: die snijkant is kaal staal. Toch roest een goed afgekorte rand in de praktijk nauwelijks. Dat komt door wat zink kathodisch offeren heet: het zink rondom de snijkant beschermt het blanke staal net naast de rand, ook al zit daar zelf geen zink meer op. Zink corrodeert liever dan staal, en zolang er voldoende zink in de buurt zit, offert het zichzelf op voor het staal ernaast.
Dit is precies waarom de dikte van de zinklaag wordt uitgedrukt in gram per vierkante meter, en niet in millimeter. Bij zo'n dunne laag is een gewicht per oppervlak een preciezere maat dan een lengtemaat: 275 g/m2 zegt iets over hoeveel zink er beschikbaar is om te offeren, over het hele oppervlak en dus ook langs elke snijkant die daarna ontstaat. Hoe meer gram per vierkante meter, hoe langer die kathodische bescherming standhoudt voordat de zink op is en het staal zelf bloot komt te liggen.
De opdrachtgever, meestal de eigenaar van het gebouw of zijn architect, hoeft zich niet te bemoeien met de zinklaag als zodanig: die ligt vast in het materiaal dat wij leveren. Waar de opdrachtgever wel iets over te zeggen heeft, is de laag die over die zinklaag heen komt. Onze felsplaten hebben naast de zinklaag ook een organische coating van 50 micrometer, GreenCoat Pural BT, in een van drie matte kleuren. Die coating is een andere laag met een andere functie, en de keuze daarvoor ligt bij de opdrachtgever en zijn architect. Hoe die kleuren eruit zien en hoe ze op een gebouw staan, leggen wij uit op zinklook.com.
Ook de plek waar het dak op moet, en de opbouw daaronder, is iets wat de opdrachtgever samen met een adviseur vastlegt, niet iets wat volgt uit de zinklaag. Denk aan de dakhelling, de isolatie en het risico op condens: dat zijn vragen die niets met verzinken te maken hebben maar wel met hoe de plaat functioneert in het geheel, en die behandelen we op klikfels.com.
Een voorbeeld: een opdrachtgever die twijfelt of zijn dak geschikt is voor een felsplaat, vraagt eigenlijk twee dingen tegelijk. Het eerste is of de constructie en de helling passen, en dat is een vraag voor klikfels.com. Het tweede is hoe het dak er straks uitziet, en dat is een vraag voor zinklook.com. De zinklaag zelf speelt in beide vragen geen rol: die ligt al vast voordat er over kleur of helling wordt gesproken.
Deze verdeling van taken volgt gewoon uit het moment waarop iets gebeurt. Het verzinken gebeurt bij de staalproducent, ver voordat wij de coil in handen krijgen. Het walsen tot felsbanen doen wij, in Ede, met platen die al verzinkt zijn. Het verwerken op de bouw, waarbij de zinklaag intact moet blijven, is het werk van de dakdekker. En de keuzes die niets met de zinklaag te maken hebben, zoals kleur, dakhelling of de manier van bevestigen, liggen bij de opdrachtgever, zijn adviseur of, voor de bevestiging, bij de uitvoerder op de bouw zelf, zoals wij uitleggen bij de bevestiging en de volgorde op de bouw.
Wie op zoek is naar wat er in de zinklaag zelf kan misgaan, vindt dat uitgewerkt in een aparte pagina; hier ging het vooral om de vraag wie welke stap zet. Voor wie meer wil weten over waar de zinklaag precies uit bestaat, en wat Sendzimir verzinken inhoudt als proces, verwijzen we naar [de zinklaag](/felsplaat/zinklaag).
Als u een felsplaat bestelt, hoeft u zich niet te bemoeien met de zinklaag: die zit er al op, in een vaste dikte van 275 g/m2 aan beide zijden, en die verandert niet per project. Waar u wel op moet letten, is de manier waarop de platen op de bouw gezaagd of geknipt worden, zodat de bescherming aan de snijkant intact blijft. Heeft u een tekening met de maten die u nodig heeft? Stuur die naar Klikzink, Boylestraat 22, 6718 XM Ede; wij denken gratis mee en sturen op verzoek monsters van alle drie de kleuren mee, zodat u naast de technische kant ook meteen het uiterlijk in handen heeft.