Klikzink
Onze felsbanen komen van de wals met een zinklaag van 275 gram per vierkante meter, aan beide zijden van de plaat. Dat is Sendzimir verzinken: het staal loopt door een bad van vloeibaar zink en komt er aan weerszijden mee bedekt naar buiten. De maat van 275 gram per vierkante meter zegt iets over de hoeveelheid zink die op het staal ligt, niet over een laagdikte in millimeters. Dat komt omdat zink ongelijk aanslaat op een bewegende plaat en gewicht per oppervlak nu eenmaal de maat is die in heel Europa hetzelfde betekent, of de plaat nu bij ons vandaan komt of bij een andere fabrikant. Wilt u weten wat die laag in het algemeen doet en hoe hij is opgebouwd, dan leest u dat op de pagina over de zinklaag zelf; hier gaat het over de vraag wanneer u een bewerking van de plaat beter een moment uitstelt.
Zink beschermt staal niet alleen door erop te liggen, maar ook door zichzelf op te offeren waar het staal blootligt. Snijdt u een felsbaan op maat, dan ligt op die snijkant een streepje kaal staal van minder dan een millimeter breed. Het zink aan weerszijden van die snee lost daar in geringe mate op en slaat neer op het blootliggende staal, waardoor de kant alsnog beschermd wordt. Dat heet kathodische bescherming en het is precies de reden waarom een gewone snee in een felsplaat in de praktijk geen probleem geeft: het zink werkt actief door, ook op de plek waar het zelf is doorgesneden. Dit is een andere situatie dan bijvoorbeeld een beschadiging in het midden van een paneel, ver van elke rand, waar dat effect minder ver reikt.
De situatie verandert wanneer een snee niet recht en schoon is, maar rafelig, of wanneer er met een botte schaar meerdere keren over dezelfde lijn is gegaan. Dan is de kaal geknipte rand breder dan bedoeld en moet het zink over een groter oppervlak zijn werk doen. Bij 275 gram per vierkante meter is daar voorraad voor, maar het is geen reden om er lichtzinnig mee om te gaan. Wij zien in de praktijk dat een dakdekker die onder tijdsdruk staat sneller geneigd is een minder scherp mes te gebruiken, en dat is precies het moment om liever een nieuw blad te pakken dan door te zetten met wat er nog aan gereedschap in de kist ligt.
De kern van deze pagina is niet dat er iets mis is met de zinklaag, maar dat er situaties zijn waarin u een bewerking beter een moment laat liggen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij vorst onder de min vijftien graden: onze platen zijn koud vouwbaar tot die temperatuur, maar daaronder wordt staal brozer en bestaat de kans dat een vouw niet meer glad zet maar scheurt. Een scheur is een heel andere zaak dan een schone snee: de rand is oncontroleerbaar gerafeld en dan is niet meer te zeggen of de zinklaag dat gebied nog dekt. Bij zulke temperaturen is het geen kwestie van voorzichtiger doorwerken, maar van wachten tot het dooit of de plaat eerst te laten opwarmen op een verwarmde plek voordat u hem vouwt.
Een tweede situatie is die waarin u ter plekke moet knippen op een plek waar geen droog en schoon werkvlak is: in de regen, op een dak vol bouwstof, of met een plaat die al vol krassen en vuil ligt van het transport. Vocht en vuil op de snijkant vertragen niet zozeer het beschermende effect van het zink, maar ze maken het voor uzelf onmogelijk om te zien of de snee schoon is of rafelig. Wij raden dan aan om de plaat eerst schoon te maken en droog te leggen, en pas daarna te knippen, in plaats van blind door te werken omdat de planning dat vraagt.
Een derde situatie waarin uitstel beter is dan doorzetten, is wanneer u twijfelt aan het gereedschap zelf. Een afbraam- of slijpschijf die voor iets anders is gebruikt, kan warmte in het staal brengen die de zinklaag lokaal laat wegbranden in een grotere cirkel dan de snee zelf. Dat is geen kwestie van een beetje meer zink nodig hebben, maar van een heel ander soort beschadiging: een verhit gebied waar het zink is verdampt in plaats van doorgesneden. Zag of knip in plaats van slijpen, en als slijpen toch nodig is, doe het rustig en met een schijf die voor dun plaatstaal bedoeld is.
Dit is geen reden om terughoudend te zijn met knippen op maat op de bouwplaats zelf. Onze felsbanen zijn leverbaar van 450 tot 8000 millimeter op de millimeter afgekort, juist zodat u op de bouw zo weinig mogelijk hoeft te passen. Maar een lengte die op de centimeter goed valt, vraagt soms toch een laatste correctie, en die correctie is met een scherp mes op een droge, schone plaat een kwestie van seconden zonder enig risico voor de zinklaag. Het is dus niet zo dat u sneetjes moet vermijden; het is wel zo dat u ze onder de juiste omstandigheden moet maken.
Ook is dit geen reden om aan te nemen dat een felsplaat overal tegen kan zodra hij eenmaal ligt. Vanaf zes graden dakhelling is de plaat toepasbaar op dak en gevel, maar of uw dakopbouw daarvoor geschikt is, welke onderconstructie nodig is en hoe het met condens zit, is een andere vraag dan die van de zinklaag; dat leest u bij de technische randvoorwaarden. En hoe de plaat vervolgens wordt vastgezet, met welke klem en op welke ondergrond, staat beschreven op klikzink.com.
Een praktisch voorbeeld: een dakdekker werkt in november aan een gevelbekleding en de temperatuur zakt 's ochtends tot enkele graden onder nul. De felsbanen liggen die nacht buiten opgeslagen. Vouwen kan nog gewoon, want dat blijft ruim boven de grens van min vijftien graden waarbij wij koud vouwen garanderen. Maar het knippen van een laatste baan op maat gebeurt die dag met een half bevroren, vochtig mes dat 's nachts buiten heeft gelegen. Beter is het om het mes eerst binnen te brengen, droog te maken, en dan pas de snee te zetten. Dat kost twee minuten en voorkomt een rafelige rand waarvan u zelf niet meer kunt beoordelen of de zinklaag daar voldoende zit.
Een ander voorbeeld: een aannemer moet op een regenachtige dag toch een paar felsbanen inkorten omdat de planning dat vraagt. In plaats van in de regen te knippen op een vuile steiger, is het beter om de platen tijdelijk onder een overkapping te leggen, ze droog te maken, en de snede daar te zetten. Dat is geen kwestie van overdreven voorzichtigheid, maar van het simpele feit dat u dan zelf kunt zien of het werk goed is gedaan.
Deze afweging – wel of niet nu doorzetten – hoort bij de dagelijkse praktijk op de bouw en is iets anders dan de vraag wat er misgaat als u het toch fout doet, of wat een opdrachtgever u daarover kan vragen. Wilt u weten hoe u achteraf controleert of een snijkant goed is uitgevallen, dan is dat het onderwerp van een andere pagina in deze kennisbank.
Beoordeel bij elke bewerking op de bouw niet alleen of de plaat de juiste maat heeft, maar ook of de omstandigheden geschikt zijn: droog, schoon, met scherp gereedschap en binnen de temperatuurgrens die wij aanhouden. Twijfelt u aan een specifieke situatie op uw project, dan denken wij daarover mee op tekening, zonder kosten. Neem contact met ons op via Boylestraat 22 in Ede, of vraag meteen een monster op om de plaat en de snijkant zelf te bekijken voordat u ermee aan de slag gaat.