Klikzink
Er komen op de bouw regelmatig momenten waarop iemand met de boor al bij de plaat staat, en de vraag is niet meer of het mag, maar of dit het juiste moment is. Dat is een andere vraag dan die wij beantwoorden op de pagina over [boren in de plaat](/felsplaat/boren). Hier gaat het over de omstandigheden waarin u beter wacht, verplaatst of eerst iets anders regelt voordat de boor er doorheen gaat.
Het eerste moment om te herkennen is temperatuur. Onze felsbanen zijn koud vouwbaar tot -15 graden, en dat geldt voor het felsen en zetten van de plaat. Boren is een andere handeling, maar bij vorst wordt het staal stugger en springt een boorgat makkelijker uit vorm als de boor niet loodrecht en met vaste hand wordt gevoerd. Op een dakvlak dat 's ochtends vroeg nog bevroren is, adviseren wij te wachten tot de plaat is opgewarmd. Een uur wachten kost minder dan een vervormd gat rondmaken en afdichten.
Het tweede moment is wind. Een felsbaan van 8000 mm die nog los op de gording ligt en nog niet is vastgeklikt, beweegt onder een windvlaag net genoeg om de boor te laten verspringen op het moment van doorbreken. Dat geeft een ovaal gat in plaats van een rond gat, en een ovaal gat sluit nooit goed af, wat u ook eronder legt. Wacht in dat geval tot de plaat vastligt in de fels en dus niet meer kan opwaaien, en boor daarna.
Het derde moment is twijfel over de plek. Een gat boort u makkelijk, een gat dichten dat niet nodig was is extra werk en een extra kwetsbare plek in het vlak. Als de doorvoer, sensor of beugel nog niet definitief is vastgelegd op tekening, is dat geen reden om toch maar te boren zodat het maar gebeurd is. Wij denken kosteloos mee op tekening en bepalen dan samen met u waar een doorvoer wel en niet kan, ook in combinatie met de felsrichting en de plaatmaat die u bestelt.
Als doorboren wel aan de orde is, gaat het niet vanzelf goed door alleen de juiste boor te pakken. Onder de plaat, op de plek waar de boorpunt naar buiten komt, moet iets liggen dat de plaat ondersteunt. Zonder die ondersteuning drukt de boorpunt het laatste stukje staal naar buiten voordat het wegsnijdt, en dat geeft een opstaande rand aan de onderzijde van het gat: een bramenrand die de zetting van een klem of een pakking in de weg zit en die corrosie een aanzet geeft.
In de praktijk betekent dit dat er een stevig, vlak stuk hout of een blok metaal onder de plaat wordt gelegd op de plek van de boring, precies onder de boorpunt, met voldoende oppervlak om de plaat niet te laten doorbuigen. Bij een felsbaan van 0,55 mm dik is dat zonder die ondersteuning zo gepiept: het materiaal is dun genoeg om met een handboor in seconden door te gaan, en juist die snelheid is de valkuil. Een boor die te snel doorschiet zonder tegendruk vanaf de onderkant, geeft een grotere bramenrand dan een boor die gecontroleerd en met steun van onderaf wordt doorgevoerd.
Op een dakvlak ligt er onder de plaat vaak al een dakopbouw met isolatie, en dan is er niet zomaar iets hards om tegenaan te boren. Daarom wordt op de plek van een geplande doorvoer soms al bij de opbouw rekening gehouden met een steunpunt, of wordt er tijdelijk van onderaf of vanaf de binnenzijde iets tegen de plaat gehouden. Welke opbouw daarvoor geschikt is en hoe isolatie en dakhelling daarin meespelen, staat uitgebreider op klikfels.com; hier gaat het er vooral om dat u weet dat er iets moet liggen, en dat improviseren zonder steun een randje geeft dat u er niet meer uit krijgt.
Een dakdekker die een hemelwaterafvoer moest doorvoeren door een gevelplaat trof een vlak zonder enige ondersteuning aan de achterzijde: een spouw met alleen lucht. Doorboren zonder voorbereiding zou een bramenrand hebben gegeven precies op de plek waar de manchet straks moet aansluiten. Er is toen gewacht tot er van binnenuit een blok multiplex tegen de plaat kon worden gehouden door een tweede persoon, en pas toen is er geboord. Dat kostte een kwartier extra wachten op een tweede paar handen, maar het gat kwam rond en vlak uit de plaat, zonder nabewerking.
Een ander voorbeeld: op een dakvlak met een verstijvingsril lag de geplande doorvoer net op de ril zelf. Boren dwars over een ril geeft een oneffen aanzet omdat de boorpunt niet op een vlak stuk staal begint. Hier is niet doorgezet maar de positie tien centimeter verschoven naar een vlak deel van de baan, in overleg met de tekening die al bij ons lag. Dat is precies het soort afstemming die wij vooraf kosteloos doen, en het voorkomt dat er op de bouw zelf nog geïmproviseerd moet worden.
Het is niet altijd te voorkomen dat een boormoment zich aandient op een ongeschikt tijdstip. Wat wel te voorkomen is, is dat u dan zonder ondersteuning en zonder overleg toch doorboort omdat de planning drukt. Een paar dingen zijn vooraf te regelen: de positie van doorvoeren vastleggen op tekening voordat de platen worden bijbesteld, zodat wij daar bij het op maat zagen al rekening mee kunnen houden; een blok hout of metaal als steun standaard in de gereedschapskist van de ploeg die de doorvoeren zet; en een korte briefing aan de ploeg over wat er wel en niet acceptabel is aan een boorgat, zodat niemand op eigen houtje besluit dat het zo ook wel goed genoeg is.
Wat er precies nodig is aan gereedschap en materiaal om een doorvoer goed te zetten, staat op de pagina over [wat je nodig hebt](/felsplaat/boren/wat-heb-je-nodig), inclusief de ondersteuning die wij hier noemen. Voor de vraag wie op de bouw deze beslissing eigenlijk mag nemen als de aannemer en de dakdekker daar verschillend over denken, verwijzen wij naar de pagina over wie dat werk doet.
Als u twijfelt of een geplande doorvoer op de juiste plek in het vlak valt, of u wilt weten hoe een doorvoer zich verhoudt tot de felsrichting en de plaatmaat die u bestelt, stuur ons de tekening. Wij kijken kosteloos mee en geven aan waar boren zonder probleem kan en waar u beter een andere plek of een ander moment kiest.