Klikzink

Boren in de plaat: wat er misgaat

Er wordt geboord in onze felsplaat: voor een doorvoer, een hemelwaterafvoer, een lichtkoepel of een bevestigingspunt dat nergens anders kan. Dat mag, en het gebeurt op vrijwel elk dak wel een keer. Maar de plaat is 0,55 mm dun staal, en dun staal reageert anders op een boor dan de meeste mensen verwachten. De fout die daarbij het vaakst wordt gemaakt, kost pas op het dak duidelijk wat hij kost: een deuk, een oplopende rand, of een gat dat net niet rond is geworden.

Waar de fout precies zit

De fout is bijna altijd dezelfde: er wordt geboord terwijl de plaat vrij hangt, zonder iets erachter. Bij hout of beton geeft dat geen probleem, de boor werkt zich naar binnen en de ondergrond vangt de druk op. Bij onze felsplaat gebeurt iets anders. Zodra de boorpunt doorbreekt, duwt hij het laatste stukje materiaal naar buiten in plaats van dat hij het wegsnijdt. Op dun staal zonder steun geeft dat een opstaande rand rond het gat, vaak met een lichte deuk in de directe omgeving. Bij een enkel gat van 6 mm valt dat soms nog mee. Bij een reeks gaten voor een doorvoerprofiel, of bij een groter gat voor een afvoerbuis, is de vervorming zichtbaar en voelbaar, en gaat hij niet meer weg door er overheen te drukken.

We zien dit het meest bij montage op de grond, vóór het leggen: de baan ligt op bokken of op de stapel, iemand boort een serie gaten voor een dakraam, en onder de plaat zit lucht. Precies daar waar geen steun is, komt de rand. Op het dak zelf, met de plaat al vast in de klemmen, gebeurt het net zo vaak: onder de fels zit dan wel de ondergrond, maar precies op de plek waar geboord moet worden, zit vaak een luchtspouw of een isolatielaag die meegeeft. Ook dat is te zacht om de boor tegen te houden.

Wat er onder de boor moet liggen

De oplossing is simpel te formuleren en makkelijk te vergeten op een drukke bouwdag: er moet iets hards en vlaks direct onder het boorpunt liggen, zonder tussenruimte. Een stuk multiplex, een plaatje hardhout, of bij kleine gaten een blokje staal, gelegd of geklemd tegen de onderzijde van de plaat op precies de plek waar de boor doorkomt. Dat vangt de druk van de doorbraak op, en het gat komt schoon en rond uit de plaat, zonder opstaande rand.

Bij montage op de grond is dat te regelen: leg de baan op een vol werkblad in plaats van op twee bokken met een gat ertussen, of schuif een restplaat onder de plek waar geboord wordt. Bij montage op het dak, met de plaat al liggend op de ondergrond, is de ondersteuning er in de praktijk vaak al: de ondergrond ligt er immers al onder. Het punt waar het misgaat, is de plek waar die ondergrond onderbroken is, bijvoorbeeld bij een gording of bij een overgang in de isolatie. Controleer dus, voordat de boor erin gaat, niet alleen of er iets onder de plaat zit, maar of het op precies die plek ook hard genoeg is.

Een tweede versie van dezelfde fout ontstaat door de snelheid van boren. Een boor die met hoge snelheid en weinig druk wordt aangezet, warmt het staal plaatselijk op en trekt de rand rond het gat juist naar binnen in plaats van naar buiten, wat het gat ovaal maakt in plaats van rond. Voor onze plaatdikte werkt een lager toerental met gelijkmatige druk beter, en een voorgeboord centreergat van een paar millimeter voordat het uiteindelijke gat gezet wordt, houdt de boor recht. Dat is geen exotische techniek, het is dezelfde volgorde die bij elk dun plaatwerk wordt aangehouden, maar op de bouw wordt hij overgeslagen als de tijd dringt.

Wat de vervorming kost als hij pas op het dak blijkt

Een rand rond een gat is op de grond, vóór montage, in een paar minuten te verhelpen: even bijvijlen, of de plaat vervangen als het om een zichtvlak gaat. Op het dak, na montage, is dat een ander verhaal. De plaat ligt dan vast in de klemmen onder de fels, de aansluiting is misschien al afgekit of afgewerkt, en de vervormde rand is precies op de plek waar een afdichtingsmanchet of een flenskraag rond moet sluiten. Een manchet die niet vlak aansluit, lekt niet meteen, maar wel na de eerste winter met vorst en dooi. De herstelkosten zijn dan niet de prijs van een stukje plaatmateriaal, maar de kosten van het weer losmaken van een aansluiting die al klaar was, plus de garantiediscussie die daarbij ontstaat over wie de vervorming heeft veroorzaakt.

Het is dus geen kwestie van esthetiek alleen. Een opstaande rand van een paar tiende millimeter lijkt onschuldig, maar hij zit precies op de plaats waar een pakking of een kraag dicht moet blijven. Bij een serie gaten, zoals rond een lichtkoepel met meerdere bevestigingspunten, telt elke vervormde rand mee in de vraag of de afdichting rondom vlak genoeg is om droog te blijven.

Waar dit in de rest van het werk past

Deze pagina gaat over de vervorming die ontstaat tijdens het boren zelf, en hoe u die voorkomt. Wilt u weten of boren op de plek die u voor ogen heeft eigenlijk wel verstandig is, of dat een andere oplossing minder risico geeft, lees dan waar wij op ingaan bij [wanneer je het beter niet doet](/felsplaat/boren/beter-niet). En is het gat al gezet en wilt u zeker weten dat de vervorming binnen de marge blijft die de afdichting nodig heeft, dan leggen we de manier van meten en beoordelen uit bij [hoe je het controleert](/felsplaat/boren/controleren).

Wat u nu kunt doen

Voordat u de boor in de plaat zet, legt u iets hards onder het boorpunt: een restplaat, een blok hout, iets dat de doorbraak opvangt in plaats van de plaat te laten meegeven. Controleer op het dak niet alleen of er iets onder de plaat ligt, maar of dat precies op de plek van het gat hard genoeg is, want een luchtspouw of een zachte isolatielaag telt niet als ondersteuning. Boor met een laag toerental en gelijkmatige druk, en zet bij grotere gaten eerst een centreergat. Twijfelt u of een bepaalde doorvoer op de plek die u kiest eigenlijk wel zonder risico's te maken is, neem dan contact met ons op: meedenken op tekening kost niets, en dat voorkomt dat de vervorming pas op het dak wordt ontdekt.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink