Klikzink
Een felsplaat komt zelden kapot van de fabriek. De schade die u op het dak of tegen de gevel bijwerkt, is meestal ontstaan ver voordat de plaat op zijn plek lag: bij het laden, bij het stapelen op de bouwplaats, of bij het hanteren tijdens de montage. Wij zien dezelfde patronen steeds terugkomen, en juist omdat ze zo voorspelbaar zijn, zijn ze goed te vermijden. Deze pagina gaat over wat er misgaat en waarom, niet over wat herstel kost of wie het moet doen — dat leest u elders in onze kennisbank.
De fout die wij het vaakst tegenkomen is simpel en kost het meest: banen worden op de bouwplaats plat op elkaar gestapeld, zonder tussenlagen, en vaak buiten in de regen. Sendzimir verzinkt staal met een organische coating is duurzaam, maar niet ongevoelig voor vocht dat blijft staan tussen twee platen die strak op elkaar liggen. Er ontstaat een wittige aantasting op het zink onder de coating, zichtbaar als een waas die niet wegpoetst. Op een mat oppervlak met een glansgraad onder de 5 valt dit extra op, omdat er niets is dat het effect verdoezelt zoals een glanzende laag zou doen. Tegen de tijd dat de baan gemonteerd is en iemand het opmerkt, ligt het probleem al vast onder de fels. Bijwerken met reparatielak kan de kleur dan wel bijna gelijktrekken, maar de structuur van de aantasting blijft voelbaar en bij laag invallend licht zichtbaar. Het voorkomen — droog en geventileerd opslaan, banen niet langer dan nodig plat laten liggen — kost niets. Het herstel achteraf kost tijd, en het resultaat is nooit helemaal onzichtbaar.
De platen zijn leverbaar van 450 tot 8000 mm, op de millimeter afgekort, en dat is precies waar het tweede probleem ontstaat: lange banen buigen door tijdens het dragen. Twee mensen die een baan van vijf of zes meter van de vrachtwagen naar het dak brengen, laten die baan vaak te veel doorbuigen in het midden. Bij 0,55 mm plaatdikte lijkt dat onschuldig, maar het staal krijgt op die plek een lichte knik die je er met de hand niet meer uit krijgt. Op een vlakke uitvoering zie je dat direct terug als een lichtval die niet klopt. Bij een uitvoering met verstijvingsril of met micro-lines is een kleine knik minder snel te zien, maar de plaat ligt er dan nog wel. Bijwerken helpt hier niet: dit is geen coatingschade maar een vormfout in het plaatstaal, en die krijgt u met lak niet weg. De enige oplossing is de baan vervangen. Wie met lange banen werkt, doet er daarom goed aan om altijd met voldoende mensen te tillen en de baan pas plat neer te leggen op een ondersteunde ondergrond, niet op twee schragen met een groot gat ertussen.
Een derde terugkerend probleem zit bij het zelf inkorten op de bouw. Ook al is de plaat op de millimeter af te korten bij aflevering, in de praktijk wordt er op de bouwplaats toch bijgezaagd — bij een aansluiting die net anders uitvalt dan getekend, of bij een laatste baan die net niet past. Bij het doorslijpen ontstaan hete metaalspaanders die op het omliggende plaatoppervlak vallen en daar inbranden in de coating. Dat zijn niet de rafelige randjes van de snede zelf, maar losse brandpuntjes verderop op de plaat, soms een meter van de zaagplek vandaan. Ze zijn klein, maar op een mat, egaal vlak vallen ze op omdat ze net iets glimmen waar de rest dof is. Hier is bijwerken wél zinvol, mits op tijd: een spaander die net is ingebrand kan er soms nog worden weggewerkt voordat het roestpuntje zich vastzet in het onderliggende zink. Wacht u een paar weken, dan werkt u niet meer de spaander bij, maar de roestvlek die erdoor is ontstaan, en dat is een ander en groter herstel. Voor de manier waarop u een baan het beste inkort, en wat dat doet met de rest van de bestelling, verwijzen we naar hoe u de baanlengte bepaalt en de plaat eventueel [afkort op de bouw](/felsplaat/baanlengte-bepalen/afkorten-op-de-bouw).
De vraag die iedereen op de bouwplaats eigenlijk stelt is: kan ik dit gewoon bijwerken, of moet die baan eraf? Het antwoord hangt af van wat er precies mis is. Oppervlakkige beschadiging van de coating — een schaafwond van een steiger, een kras van een gereedschapskist die eroverheen is gesleept — is met een reparatielak goed te behandelen zolang het onderliggende zink niet is blootgelegd tot op het staal. Dat controleert u door met een vingernagel over de kras te gaan: voelt u een scherpe rand of ziet u een blanke metaalglans, dan is de coating er helemaal doorheen en moet u eerst behandelen tegen roestvorming voordat u bijwerkt. Werkt u dan gewoon lak over de kras heen zonder dat te checken, dan zit de roestkiem al onder de nieuwe laag en komt hij er binnen een jaar weer doorheen, alleen dan onder een laagje lak dat u eerst nog moet verwijderen. Bijwerken maakt het probleem in dat geval letterlijk onzichtbaar, niet weg.
Het andere geval waarin bijwerken niet werkt, is bij vervorming: een deuk, een knik, een fels die niet meer haaks staat door verkeerd hanteren. Staal van 0,55 mm is koud vouwbaar tot -15 graden en dat maakt het geschikt voor verwerking bij vrijwel elke buitentemperatuur, maar het betekent niet dat een eenmaal vervormde plaat zich laat terugbuigen naar de oorspronkelijke vorm zonder sporen. Er blijft altijd een lichte verzwakking in het materiaal zitten op de plek van de vervorming, en die is met lak niet te verhelpen. Dat is ook meteen het verschil met een oppervlaktebeschadiging: bij coatingschade werkt u iets bij dat er niet meer hoort te zijn, bij vervorming werkt u iets bij dat er nooit meer helemaal uit gaat. Wie twijfelt of een plaat na een val of een stoot nog goed genoeg is om te monteren, kan dat het beste vooraf beoordelen in plaats van achteraf te repareren.
De meeste schade die u op de bouw ziet, is dus te herleiden naar een van drie momenten: opslag, transport of het zelf inkorten. Kijk bij een nieuwe levering daarom niet alleen naar de maat en de kleur van de banen, maar ook naar hoe ze zijn gestapeld en of er facturen van vocht of druk zichtbaar zijn voordat u ze verwerkt. Twijfelt u aan een specifieke plek op een plaat, dan kunt u dat vooraf laten beoordelen in plaats van pas na montage te ontdekken dat bijwerken niet meer volstaat. En heeft u een aansluiting op maat nodig die op de bouw net anders uitvalt dan getekend, neem dan contact met ons op: Klikzink, Boylestraat 22, 6718 XM Ede, wij denken kosteloos mee op tekening en leveren op de millimeter af, zodat er op de bouw minder hoeft te worden bijgezaagd, en dus minder kans is dat er iets misgaat.