Klikzink
Een opdrachtgever loopt zaterdagochtend over zijn nieuwe dak, ziet een lichte oneffenheid in het vlak en belt maandag de aannemer. Niet met een technische vraag, maar met een simpele: is dit normaal, of is dit fout gegaan? Die vraag komt bij ons ook binnen, meestal via de aannemer die hem moet beantwoorden zonder zelf metallurg te zijn. Deze pagina geeft het antwoord dat u aan die opdrachtgever kunt doorgeven, in gewone taal en zonder dat u eerst een cursus plaatwerk moet volgen.
Het korte antwoord is: een deuk in het vlakke deel van de plaat gaat er niet meer uit. Staal van 0,55 mm buigt niet terug als het eenmaal over zijn buigpunt heen is. Een knie die inzakt, een hiel die wegglijdt, een gereedschapskist die valt: op het moment dat het materiaal plastisch vervormt, is dat blijvend zichtbaar, ook onder de coating. Dat is geen kwaliteitsgebrek van de plaat en geen fout in het materiaal. Het is de aard van dun stalen plaatwerk, en precies de reden dat wij op onze eigen sites nooit beweren dat je zomaar overal op kunt staan.
Een dakdekker weet uit ervaring waar hij wel en niet kan staan. Een opdrachtgever heeft die ervaring niet, en redeneert vanuit wat hij kent: een auto krijgt een deukje en dat klopt iemand er weer uit, dus waarom zou dat bij een dak anders zijn? Het antwoord is dat autopanelen vaak dikker staal of aluminium met een specifieke vorm hebben, gemaakt om juist wel enige terugvering te geven. Een felsbaan is dun, vlak en lang, en heeft die terugvering niet. Dat verschil moet u soms letterlijk uitleggen, want zonder die uitleg blijft de opdrachtgever denken dat er ergens geknoeid is.
Het helpt om er in platte taal bij te zeggen dat dit voor elke aanbieder van felsplaat geldt, niet alleen voor deze. Het is geen kwestie van een goedkoper of duurder merk. Het is een eigenschap van het materiaal zelf, staal in deze dikte, en die eigenschap verandert niet met de prijs.
De fels zelf, de haaks opstaande naad van 35 mm waarmee de banen aan elkaar grijpen, kan aanzienlijk meer belasting hebben dan het vlakke deel ertussen. Wie voorzichtig met zijn gewicht op de fels stapt, merkt weinig. Wie midden op het vlak stapt, zeker met een volle gereedschapskist of een tegel onder zijn voet, laat een spoor achter dat blijft. Dat onderscheid, fels wel enigszins belastbaar, vlak niet, is precies wat een opdrachtgever niet weet en een dakdekker wel.
De praktijk op de bouwplaats is dat een goede dakdekker daarom nooit los over het vlak loopt zodra de plaat eenmaal ligt. Hij verdeelt zijn gewicht over de fels, of hij gebruikt een loopplank die het gewicht uitsmeert over een groter oppervlak. Een loopplank van bijvoorbeeld een meter lang verdeelt een gewicht van tachtig kilo over een veel groter contactvlak dan een schoenzool van dertig centimeter. Dat scheelt niet een beetje, dat scheelt het verschil tussen een dak dat er na de bouw nog uitziet als voor de bouw, en een dak met deukjes die iedere opdrachtgever de rest van het jaar blijft zien staan.
Die loopplank is ook precies het argument dat u aan een opdrachtgever kunt geven als hij vraagt waarom de dakdekker met een plank op het dak rondloopt in plaats van gewoon te lopen. Het is geen voorzichtigheid uit angst, het is een rekensom in drukverdeling die het verschil maakt tussen een onopvallend dak en een dak met een verhaal.
De uitvoering van het vlak maakt verschil in hoe snel een deuk opvalt, niet in of hij ontstaat. Een vlakke plaat zonder ril laat elke oneffenheid onmiddellijk zien, want er is niets dat het licht breekt. Een plaat met verstijvingsril of met micro-lines is stijver in het vlak en verbergt een kleine oneffenheid beter in het patroon dat er al staat. Dat verstijvende effect heeft ook praktisch nut tijdens het leggen: er is iets meer weerstand voor de plaat begint te vervormen. Het is geen vrijbrief om onvoorzichtig te lopen, maar het scheelt in de marge, en bij een opdrachtgever die net zijn dak heeft gecontroleerd, is die marge precies het verschil tussen een telefoontje en geen telefoontje.
De temperatuur waarin gelegd wordt speelt ook een rol, al is dat niet wat de opdrachtgever ziet. Ons staal is koud vouwbaar tot -15 graden, dus vorst is op zichzelf geen probleem voor de plaat. Maar staal wordt bij koude wel stugger, en dat betekent dat kleine onnauwkeurigheden in het leggen minder snel meegeven en dus eerder als vervorming zichtbaar worden. Bij een dakdekker die dit weet, verandert dat niets aan hoe hij werkt; bij een opdrachtgever die alleen de uitkomst ziet, verklaart het waarom een winterklus soms net iets zichtbaarder is dan een klus in mei.
De meest bruikbare zin voor dit gesprek is simpel: dit is een deuk die in dit materiaal blijft staan, net als op elk ander stalen felsdak, en de vraag is niet of dit voorkomen had kunnen worden op deze plek, maar of het op de rest van het dak ook is gebeurd. Vaak is het antwoord daarop nee, en dan blijkt het om één enkel incident te gaan dat verder geen gevolg heeft voor de werking van het dak. Een deuk in het vlak is esthetisch, niet functioneel: de plaat blijft waterdicht, de fels blijft dicht, en de rest van de opbouw eronder merkt er niets van.
Als de opdrachtgever daarna vraagt of dit dan onder de garantie valt, is het antwoord dat vervorming door het leggen zelf geen materiaalfout is en dus niet in dezelfde categorie valt als een gebrek in de coating of het verzinken. Hoe dat precies uitpakt, hangt af van de afspraken tussen aannemer en opdrachtgever over het proces van leggen, niet van iets dat wij als plaatleverancier vastleggen.
Wat verder helpt is duidelijk maken dat vervorming bij het leggen los staat van hoe het dak er over tien jaar bij ligt qua kleur en glans, dat is een heel ander onderwerp dat aan bod komt op zinklook.com, en ook los van de manier waarop de platen aan de ondergrond bevestigd zijn, waarover meer te vinden is op klikzink.com. Een opdrachtgever die dit uit elkaar kan houden, stelt scherpere vragen en is sneller gerustgesteld.
Wilt u zelf nagaan hoe de baanlengte van tevoren goed wordt bepaald zodat er tijdens het leggen minder aanleiding is om extra over het vlak te lopen, dan leest u dat bij [de juiste baanlengte bepalen](/felsplaat/baanlengte-bepalen). En als de vraag van de opdrachtgever verder gaat dan dit ene moment en meer gaat over wie op de bouw verantwoordelijk is voor het voorkomen van vervorming, dan vindt u dat uitgewerkt bij [wie zorgt dat de plaat niet vervormt tijdens het leggen](/felsplaat/vervorming/wie-doet-het).
Heeft u voor een lopend project een aannemer nodig die meedenkt over de juiste uitvoering, vlak, met ril of met micro-lines, dan kunt u bij ons terecht op de Boylestraat 22 in Ede. Meedenken op tekening kost niets, en wij hebben van alle drie de kleuren monsters liggen zodat u niet alleen over vervorming, maar ook over het eindresultaat een goed gesprek met uw opdrachtgever kunt voeren.