Klikzink
Een opdrachtgever die op de bouwplaats komt kijken, ziet meestal geen probleem in de felsbanen die op maat zijn aangeleverd. Die liggen erbij zoals ze besteld zijn: op de millimeter afgekort, recht van kant, klaar om te leggen. Het probleem ontstaat op het moment dat er alsnog iets moet worden aangepast op de bouw zelf. Een baan blijkt net te lang voor de laatste rij, een hoek valt anders uit dan op tekening, of er moet een stuk vlak worden ingekort rond een doorvoer. Dan pakt iemand een slijptol, en de opdrachtgever die dat ziet gebeuren, stelt daar terecht een vraag over.
De vraag komt eigenlijk altijd op hetzelfde neer: mag dit, en maakt dit iets kapot dat je niet meer terugziet? Het antwoord daarop is voor een vakman vanzelfsprekend, maar voor iemand die geen dakdekker is, allerminst. Wij leggen hier uit wat u kunt zeggen als deze vraag bij u terechtkomt, zodat u niet hoeft te improviseren op het moment dat de opdrachtgever naast u staat.
Een opdrachtgever die het werk niet dagelijks doet, kijkt naar het gereedschap en trekt daar een conclusie uit. Een slijptol met een doorslijpschijf hoort in zijn beeld bij metaalbewerking op een werkbank, in een werkplaats, met opvang van de vonken en het restmateriaal. Op een dak, in de buitenlucht, tegen een plaat die al ligt of net gelegd gaat worden, ziet dat er anders uit. De vonken die wegspringen, de rook van het verhitte metaal, het geluid: dat wekt de indruk dat er iets misgaat, ook als de dakdekker precies weet wat hij doet.
Daar komt bij dat opdrachtgevers vaak al iets hebben gehoord over roestvorming bij stalen daken, meestal zonder te weten waar die vandaan komt. Als ze dan zien dat er met een schuurschijf op het staal wordt gewerkt, leggen ze die twee dingen naast elkaar en vragen ze zich af of dit de oorzaak kan worden. Dat is een logische vraag, en het antwoord daarop is simpel te geven zodra u weet wat er werkelijk gebeurt bij het doorslijpen.
De felsbaan is opgebouwd uit een kern van verzinkt staal met daarop een organische coating. Bij Klikzink is dat een Sendzimir-verzinking van 275 gram per vierkante meter, verdeeld over beide zijden van de plaat, met daarboven een laag GreenCoat Pural BT van 50 micrometer. Die twee lagen samen beschermen het staal tegen roest: de zinklaag offert zichzelf op als er ergens een beschadiging ontstaat, en de coating houdt vocht en zuurstof tegen zolang hij intact is.
Een doorslijpschijf werkt met hoge snelheid en met wrijving die veel warmte opwekt. Op de plek waar de schijf het materiaal doorsnijdt, wordt de coating verbrand en de zinklaag weggeslepen, over de volle dikte van de snede. Er blijft op die snijkant kaal staal over, zonder de bescherming die de rest van de plaat wel heeft. Dat kale staal is precies de plek waar roest het eerst begint, en omdat het om de rand van de plaat gaat, is dat vaak ook de plek die het meeste water te verduren krijgt.
Dit is geen kwestie van slordig werken. Ook bij een schone, rechte snede met een scherpe schijf gebeurt dit, want het is een eigenschap van de methode, niet van de uitvoering. Een opdrachtgever die vraagt of dit erg is, krijgt dus het beste een eerlijk antwoord: ja, deze methode maakt de snijkant onbeschermd, en daarom wordt hij op de bouw bij voorkeur vermeden of achteraf behandeld.
De standaardoplossing is dat er zo weinig mogelijk op de bouw wordt afgekort. Klikzink levert de banen op de millimeter, van 450 tot 8000 millimeter, zodat de maatvoering al bij de bestelling klopt en er op de bouw alleen nog gelegd hoeft te worden. Wat er dan nog aangepast wordt, zijn meestal kleine correcties: een baan die door een meetfout net iets moet inkorten, of een aansluiting die pas op de bouw definitief vastgesteld kan worden.
Voor dat soort correcties gebruikt een vakman gereedschap dat het materiaal knipt of schaart in plaats van doorslijpt: een plaatschaar, een knabbelschaar of vergelijkbaar handgereedschap. Daarbij ontstaat geen hitte, en de zinklaag en coating blijven tot op de rand intact, afgezien van de fysieke sneden die elke afkortmethode maakt. Wat er met welk gereedschap wel en niet kan, en waarom de ene methode op de bouw praktischer is dan de andere, leggen wij uit bij [de plaat afkorten op de bouw](/felsplaat/afkorten-op-de-bouw).
Een opdrachtgever die op het dak een slijptol ziet, mag daar dus gerust naar vragen, en het antwoord hangt af van waar die schijf voor gebruikt wordt. Gaat het om een rechte, plaatselijke correctie van een enkele baan, dan is een schaar het gebruikelijke gereedschap en zou een slijptol een gekke keuze zijn. Wordt de slijptol gebruikt om bijvoorbeeld een bevestigingsmiddel te verwijderen of een randje bij te werken dat niets met de coating van het vlak te doen heeft, dan is dat een andere situatie. Het is dus nooit fout om te vragen wat er precies gebeurt en waarom.
Een opdrachtgever heeft geen behoefte aan een technisch verhaal over zink-ijzerlegeringen; hij wil weten of zijn dak over tien jaar nog droog is. Het is daarom voldoende om te zeggen dat de plaat een dubbele beschermlaag heeft, dat doorslijpen die laag op de snijkant wegneemt, en dat daarom op de bouw zo veel mogelijk met een schaar wordt gewerkt in plaats van met een slijptol. Als er toch geslepen moet worden, kan de snijkant achteraf worden bijgewerkt, en dat is precies het soort afweging die meespeelt bij de vraag of afkorten op de bouw in een bepaald geval verstandig is of beter vermeden wordt, zoals wij toelichten bij [wanneer je het beter niet doet](/felsplaat/afkorten-op-de-bouw/beter-niet).
Het helpt ook om aan te geven dat dit probleem grotendeels te voorkomen is door vooraf goed te meten en de banen op maat te bestellen. Bij Klikzink kost het niets om vooraf mee te denken op tekening, en hoe scherper de maatvoering vooraf is uitgezocht, hoe minder er op de bouw nog aangepast moet worden. Dat is niet alleen prettiger werken, het scheelt ook precies dit soort discussies met een opdrachtgever die per toeval op het verkeerde moment langskomt.
Mocht de vraag verder gaan dan het afkorten zelf, en raken aan de kleur van de plaat of hoe de snijkant er straks bij staat, dan hoort dat bij het uiterlijk van het dak en verwijzen wij daarvoor naar zinklook.com. Gaat de vraag over de bevestiging van de plaat of de opbouw van de ondergrond, dan is dat het onderwerp van klikzink.com. Wij houden het hier bij de plaat zelf: wat er met het materiaal gebeurt zodra het wordt doorgeslepen, en waarom dat de reden is dat op de bouw meestal ander gereedschap de voorkeur krijgt.
Wilt u dit gesprek een volgende keer sneller kunnen voeren, dan is het verstandig om vooraf een paar reststukken te bewaren van eerder afgekorte platen, met een zichtbare snijkant van zowel een schaar als een slijptol. Zo kunt u het verschil laten zien in plaats van het alleen uit te leggen, en dat overtuigt een opdrachtgever meestal sneller dan woorden alleen.