Klikzink

Werken bij vorst: de vraag van de opdrachtgever

Een opdrachtgever die geen dakdekker is, stelt bij vorst meestal maar één vraag: kan het door, of moet het wachten. Hij leest het weerbericht, ziet -5 graden staan en belt de aannemer om te vragen of de planning nog klopt. Dat is een terechte vraag, en hij verdient een antwoord dat hij ook zonder vakkennis begrijpt. Deze pagina gaat over dat antwoord, en specifiek over wat er met de felsplaat zelf gebeurt als het kouder wordt.

Het korte antwoord is dat onze felsplaten koud vouwbaar zijn tot -15 graden. Dat getal geven wij niet voor niets: het is een technische grens die aangeeft tot waar het materiaal zelf nog meebuigt zonder te scheuren of te verzwakken. Maar een opdrachtgever die dat getal hoort, trekt daar soms de verkeerde conclusie uit. Hij denkt: het mag tot -15, dus tot -15 is het gewoon werk als altijd. Dat is niet wat wij bedoelen, en het is ook niet wat er in de praktijk gebeurt.

Waarom -15 graden de grens is en niet het advies

De grens van -15 graden zegt iets over het staal, niet over de dakdekker, het gereedschap of de rest van de bouwplaats. Bij die temperatuur kan de plaat nog gefelst worden zonder dat het materiaal beschadigt. Maar een fels leggen bestaat niet alleen uit plaatmateriaal buigen. Er zit een gereedschap aan te pas dat ook kouder wordt, er lopen mensen met koude handen op een dak, en er ligt vaak een laag rijp of vorst op de ondergrond nog voordat de eerste baan gelegd is. Dat is precies waarom deze pagina alleen over de plaat gaat, en waarom wij voor het bredere verhaal over risico's, aanpak en beslissingen verwijzen naar de hoofdpagina over [werken bij vorst](/felsplaat/bij-vorst).

Een voorbeeld uit de praktijk: een dakdekker die om acht uur 's ochtends begint bij -8 graden, werkt met platen die 's nachts buiten hebben gelegen op de bouwplaats. Die platen hebben dezelfde temperatuur als de buitenlucht. Rond het middaguur, als de zon erbij komt en de temperatuur naar -2 graden kruipt, gedraagt diezelfde plaat zich al net iets anders. Niet omdat de -15 graden-grens verandert, maar omdat het materiaal bij een paar graden minder kou soepeler meebuigt in de fels. Dat is het soort verschil dat een ervaren verwerker aanvoelt, en waarom het antwoord op 'mag het bij vorst' bijna altijd is: het hangt af van hoeveel vorst, en van wat er nog meer meespeelt op die dag.

Wat er bij kou verandert aan het gedrag van de plaat

Staal wordt bij lagere temperaturen stugger. Dat merkt u niet aan de maat van de plaat zelf: onze felsbanen worden op de millimeter afgekort, van 450 tot 8000 millimeter, en die maat verandert niet door de temperatuur op de bouwplaats. Wel verandert hoe de plaat zich laat felsen. Bij normale temperaturen geeft het materiaal makkelijk mee in de opstaande fels van 35 millimeter. Bij vorst vraagt diezelfde beweging meer kracht en meer aandacht, omdat het staal minder soepel buigt.

Daarnaast speelt de coating een rol. Onze platen hebben een organische coating van 50 micrometer die bij normale temperaturen een beetje flexibel is, wat bijdraagt aan de duurzaamheid van de afwerking. Bij vorst wordt ook die laag stugger. Een verkeerde beweging, een te scherpe klap met gereedschap, of een fels die met te veel kracht in één keer dichtgeslagen wordt, kan bij kou eerder een beschadiging aan de coating geven dan bij een temperatuur boven het vriespunt. Dat is geen kwestie van slecht materiaal, maar van fysica: alle staal en alle coatings gedragen zich bij kou anders, en onze platen zijn daarop geen uitzondering. Wat er praktisch misgaat als daar niet op gelet wordt, leggen wij uit op de pagina over [wat er misgaat bij vorst](/felsplaat/bij-vorst/wat-gaat-er-mis).

Er is nog een tweede effect, en dat heeft te maken met de folie die als transportbescherming op de plaat kan zitten. Bij vorst wordt die folie stugger en soms lastiger te verwijderen zonder resten achter te laten. Een opdrachtgever hoort dit zelden als eerste, maar het is precies het soort detail dat een halve dag tijd kan kosten als er niet op gerekend is. Ook uitzetting speelt een rol, al is die bij onze stalen platen beperkt: staal zet ongeveer half zoveel uit als zink, en bij vorst is er van uitzetten al helemaal weinig sprake. Het is bij temperatuurwisselingen in het najaar of de vroege lente, als de plaat overdag opwarmt en 's nachts weer afkoelt, dat dit meer aandacht vraagt dan op een constant koude winterdag.

Hoe u dit aan een opdrachtgever uitlegt

Een opdrachtgever wil geen technisch verhaal over staal en coatinggedrag. Hij wil weten of de planning haalbaar blijft en of het dak straks goed is. Het helpt om het simpel te houden: de plaat zelf kan tot -15 graden nog gefelst worden, maar hoe soepel dat gaat en hoeveel extra zorg dat vraagt, verschilt per paar graden vorst. Bij -2 graden is er weinig aan de hand. Bij -10 graden vraagt elke fels meer aandacht, meer tijd en een verwerker die weet waar hij op moet letten.

Dat laatste is precies waarom de keuze om wel of niet door te werken meestal niet bij het materiaal ligt, maar bij de mensen die het verwerken. Wie dat op de bouwplaats beslist en op welke ervaring dat gebaseerd is, staat uitgewerkt op de pagina over [wie het werk bij vorst uitvoert](/felsplaat/bij-vorst/wie-doet-het). Een opdrachtgever die daar meer over wil weten, krijgt daar een concreter antwoord dan wij hier over de plaat alleen kunnen geven.

Wat wij aanraden, en wat wij niet beweren

Wij noemen -15 graden omdat het een technisch gegeven is dat aantoonbaar klopt voor onze platen. Wij noemen het niet als vrijbrief om bij elke temperatuur boven die grens door te werken zonder aanpassing. Een goede aannemer bouwt bij vorst meer tijd in, gebruikt gereedschap dat niet zelf ook te koud is geworden, en houdt rekening met een stugger wordende plaat en folie. Dat is ervaring en vakmanschap, en dat verschilt per bedrijf en per dag. Wij kunnen dat verschil niet uit de weg wegnemen door een getal op de plaat te plakken.

Wat wij wel kunnen doen, is helder zijn over wat er verandert aan het materiaal, zodat een opdrachtgever een realistische vraag stelt aan zijn aannemer in plaats van een vraag die met een simpel ja of nee te beantwoorden is. Het is namelijk niet zo dat het bij -15 graden plotseling niet meer kan, en bij -14 wel zonder probleem. Het is een geleidelijke overgang waarin de plaat steeds meer aandacht vraagt naarmate het kouder wordt.

Wat u nu kunt doen

Als u als opdrachtgever deze vraag krijgt of stelt, weet u nu waarom -15 graden een technische grens is en niet een praktisch advies, en wat er aan de plaat zelf verandert bij kou. Voor de bredere afweging of, wanneer en hoe er bij vorst doorgewerkt kan worden, verwijzen wij naar de hoofdpagina over werken bij vorst en naar de pagina's die daaruit voortkomen, zoals die over wie het werk uitvoert en wat er kan misgaan. Heeft u een concrete maat, een levering of een vraag over het materiaal zelf, dan denken wij daar kosteloos in mee: neem contact op met Klikzink in Ede, en wij kijken samen met u naar de maat, de uitvoering en de planning die bij uw project past.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink