Klikzink
Een garantie op felsplaat bestaat eigenlijk uit twee delen die niets met elkaar te maken hebben. Het ene deel gaat over het materiaal zelf: de plaatdikte, de verzinklaag, de coating die erop zit. Het andere deel gaat over hoe die plaat gelegd, gevouwen en aangesloten is. Vorst raakt bijna nooit het eerste deel en bijna altijd het tweede. Dat onderscheid is de kern van deze pagina, en het is de reden waarom een vraag over vorst en garantie zich in de praktijk vertaalt naar een vraag over verwerking.
Het materiaal zelf verandert niet door kou. De Sendzimirverzinking van 275 gram per vierkante meter en de organische coating van 50 micrometer zitten er in de fabriek op, bij temperaturen die niets met de bouwplaats te maken hebben. Die laag wordt niet dunner, brokkeliger of gevoeliger doordat het buiten vriest. Wat wél verandert, is hoe die laag zich gedraagt op het moment dat er iets mee gebeurt: gevouwen worden, geklikt worden, belopen worden. Bij normale temperaturen geeft de coating soepel mee met de vervorming van het staal. Bij lage temperaturen wordt diezelfde coating stugger, en dat is precies het punt waarop verwerking en garantie elkaar raken.
De -15 graden die wij noemen als grens voor koud vouwbaar staal, is een eigenschap van het staal. Het plaatmateriaal zelf blijft tot die temperatuur vervormbaar zonder te scheuren of te breken. Maar een garantie op een dakbedekkingssysteem gaat zelden over de vraag of het staal is gescheurd. Hij gaat over de vraag of de coating intact is gebleven, of de fels goed dicht is, en of het geheel is aangebracht zoals voorgeschreven. Dat zijn allemaal handelingen, geen materiaaleigenschappen. Een aannemer die bij -12 graden een felsbaan buigt, blijft dus binnen de grens van het staal, maar kan alsnog buiten de voorwaarden van de garantie komen als de manier van buigen niet aansluit op wat er bij die temperatuur nodig is.
Neem een voorbeeld uit de praktijk. Een dakdekker vouwt op een winderige ochtend bij -8 graden een felsnaad met de gebruikelijke handkracht en het gebruikelijke tempo. Bij +10 graden zou dat probleemloos gaan. Bij -8 graden geeft de coating minder makkelijk mee op de plek waar de plaat het scherpst geplooid wordt, precies bij de buitenkant van de fels. Er ontstaat geen zichtbare scheur, maar wel microscheurtjes in de coating die je met het blote oog niet ziet. Pas na een paar jaar, als daar vocht bij komt, ontstaat plaatselijk corrosie. De oorzaak ligt niet in het materiaal en niet in de temperatuurgrens van -15 graden, die immers niet overschreden is. De oorzaak ligt in de manier van vouwen die niet is aangepast aan de temperatuur van dat moment.
De grens van -15 graden is een technische ondergrens, geen werkadvies. Dat onderscheid wordt in de praktijk vaak verkeerd begrepen. Wij noemen die grens omdat het staal daaronder een reëel risico op scheuren heeft bij vouwen; daarboven niet. Maar tussen +5 en -15 graden verandert er al veel, geleidelijk, zonder dat er een duidelijk omslagpunt is waarop je kunt wijzen. De folie die als bescherming op de plaat zit, wordt bij kou stugger en losser tegelijk: stugger in het materiaal, losser in de lijmlaag. Bij het verwijderen van die folie op een vorstdag kan er lijmresidu achterblijven dat bij normale temperaturen gewoon meekomt. Dat residu is op zichzelf geen materiaalfout, maar als het niet wordt schoongemaakt voordat de coating daaronder gaat werken, kan het latere problemen geven met de hechting van bijvoorbeeld een afdichting of een aansluitdetail.
Het gevolg is dat een handeling die op papier binnen de temperatuurgrens van het materiaal valt, in de praktijk toch tot een garantiekwestie kan leiden. Niet omdat het staal het niet aankon, maar omdat de verwerking niet is meegegroeid met de temperatuur. Wij raden daarom aan om bij temperaturen onder het vriespunt bewuster te kijken naar wat er precies gebeurt op het moment van vouwen, klikken en folie verwijderen, in plaats van te vertrouwen op de ondergrens van -15 graden als vrijbrief. Wat er in de praktijk misgaat als die aanpassing achterwege blijft, beschrijven wij uitgebreider op de pagina over [wat er misgaat bij werken in de vorst](/felsplaat/bij-vorst/wat-gaat-er-mis).
Het is nuttig om de handelingen die op de bouwplaats gebeuren, uit elkaar te trekken. Het afkorten van de plaat op maat, iets wat bij ons in de fabriek gebeurt en niet op de bouw, heeft geen relatie met vorst en raakt de garantie dus niet via die weg. Het transport en de opslag van felsbanen op de bouwplaats bij vorst is evenmin een probleem voor de garantie, zolang de platen droog en vlak liggen; kou zelf doet de plaat niets zolang er niet aan vervormd wordt. Waar de garantie wél in beeld komt, is bij het feitelijke verwerken: het buigen van de banen op de kop, het aanbrengen van de fels, het beitelen of dichtklikken van hoeken en aansluitingen, en het lopen over een net gelegd dak. Elk van die handelingen vraagt bij vorst een andere aanpak dan bij een gematigde temperatuur, en het is die aanpak waarop een garantieclaim wordt beoordeeld, niet op de temperatuur op zichzelf.
Daarbij speelt ook mee wie het werk uitvoert. Een dakdekker die dagelijks met felsplaat werkt, herkent het moment waarop de coating stugger aanvoelt onder het gereedschap, en past tempo en kracht daarop aan. Iemand die minder ervaring heeft met dit materiaal, mist dat signaal eerder. Wij gaan daar apart op in bij de vraag wie het werk het beste bij vorst kan doen, op de pagina over [wie er het best bij vorst kan werken](/felsplaat/bij-vorst/wie-doet-het). Dat is geen kwestie van materiaalkennis alleen, maar van ervaring met hoe het materiaal zich op dat specifieke moment gedraagt.
Wat dit voor de garantie in de praktijk betekent, is dus tweeledig. Ten eerste: zolang de plaat binnen de grens van -15 graden vervormd wordt, is er geen probleem met het materiaal zelf, en dat deel van de garantie staat niet ter discussie. Ten tweede: de manier waarop die vervorming is uitgevoerd, moet aantoonbaar zijn aangepast aan de omstandigheden. Bij een garantiekwestie wordt niet alleen gekeken naar het eindresultaat, maar ook naar hoe er is gewerkt. Een dak dat er bij oplevering goed uitziet, kan alsnog een verhoogd risico in zich hebben als de verwerking bij kou niet is aangepast, ook al is dat pas jaren later merkbaar.
Als u een dak of gevel bij lage temperaturen gaat leggen, is het verstandig om vooraf goed te weten wat er anders moet ten opzichte van een gewone werkdag. Wij hebben dat per onderdeel uitgewerkt: wat u vooraf moet weten voordat u begint, terug te vinden op de pagina over [wat u vooraf moet weten bij vorst](/felsplaat/bij-vorst/vooraf-weten), en op welk moment het beter is om het werk uit te stellen, op de pagina over [wanneer u beter niet bij vorst werkt](/felsplaat/bij-vorst/beter-niet). Wilt u weten of uw platen op maat besteld zijn voordat de vorst intreedt, of heeft u vragen over de coating of de verzinklaag die op uw project wordt toegepast? Neem dan contact met ons op; wij denken kosteloos mee op tekening en kunnen u ook laten zien hoe de coating in de praktijk aanvoelt aan de hand van een monster.