Klikzink
Een felsplaat komt vlak van de wals en moet vlak op het dak of tegen de gevel komen. Tijdens het leggen zelf is dat het moment waarop u kunt zien of dat ook gebeurt. Wij leggen hier uit waar u op moet letten, en vooral: op welk moment ingrijpen nog zin heeft. Wat de oorzaken van vervorming zijn en wat het herstellen ervan kost, leest u apart op de pagina's daarover; hier gaat het alleen om het controleren zelf.
Het beste moment om te controleren is niet aan het einde van de dag, maar na elke paar banen. Ga aan het einde van een gelegde baan op ooghoogte langs het vlak staan, liefst met laag invallend licht opzij, en kijk of het oppervlak strak blijft of dat er een schaduwlijn ontstaat. Bij een vlakke uitvoering ziet u een deuk vaak al bij daglicht van opzij; bij een uitvoering met verstijvingsril of met micro-lines valt een lichte oneffenheid minder snel op, wat prettig is voor het aanzien maar niet betekent dat er niets aan de hand is. Loop na het leggen van elke plaat kort met de hand over het vlak. Voelt u een inzakking die met het oog niet meteen te zien is, dan is dat vaak het eerste teken dat er te veel druk op één punt heeft gestaan.
Kijk ook naar de rand van de plaat, waar de fels van 35 mm haaks opstaat. Een fels die niet meer strak rechtop staat, maar iets buigt of golft, wijst meestal niet op een deuk in het vlak maar op een klap tegen de rand tijdens het aanvoeren of het monteren. Dat is een ander soort schade dan een deuk in het middenvlak, en het controleren ervan hoort dus bij dezelfde ronde, maar de plek waar u moet kijken is anders. Loopt de fels over de volle lengte van de baan gelijk door, dan is dat een goed teken.
Bij een plaatdikte van 0,55 mm is het materiaal dun genoeg om koud te vouwen, ook tot -15 graden, maar diezelfde dunte betekent dat een lokale overbelasting niet elastisch terugveert. Staal veert terug tot een bepaalde grens, en daarna vloeit het: het materiaal geeft blijvend mee op de plek waar de druk het hoogst was. Dat is precies waarom een deuk in het vlakke deel er niet meer uitgaat met een klopje of door de plaat een nacht te laten liggen. Het is dan ook niet iets waarvan u kunt afwachten of het zich later herstelt. Op het moment dat u een inzakking ziet of voelt, is dat de staat waarin die plek blijft.
Dit is de reden waarom controleren tijdens het leggen zoveel zin heeft, en controleren aan het einde van het project veel minder. Een deuk die u ontdekt terwijl de baan nog los ligt en nog niet vastgeklemd is, kunt u er meestal nog probleemloos uit laten en vervangen door een nieuwe baan uit dezelfde levering. Een deuk die u pas ontdekt nadat het hele vlak is afgewerkt, zit vast onder de klemmen van de naastliggende banen en is dan een stuk lastiger te vervangen zonder de omgeving ook los te maken. Het verschil tussen die twee situaties is precies het verschil tussen even opnieuw bestellen en een halve dag extra werk.
De plaat weegt ongeveer 5 kg per m² en is dun genoeg om onder puntbelasting mee te geven. Dat betekent niet dat u er nooit op mag staan, maar wel dat waar u staat ertoe doet. Op de fels zelf, waar het materiaal dubbel geplooid is en ondersteund wordt door de klem, kunt u met normaal schoeisel lopen zonder dat er iets gebeurt. Midden op het vlakke deel van de baan, zonder ondersteuning van onderaf, is een enkele voetstap met verdeeld gewicht meestal geen probleem, maar staan, stilstaan met gereedschap, of doorknielen op één punt is dat wel. Een knie of een hurkende houding brengt het gewicht op een klein oppervlak, en dat is precies het soort belasting waarbij het materiaal plaatselijk vloeit.
In de praktijk is een loopplank hier het verschil tussen een schone oplevering en een dag reparatiewerk. Een plank van voldoende lengte, gelegd dwars over minstens twee felsen, verdeelt uw gewicht over de opstaande, stevige delen van de plaat in plaats van over het vlakke midden. Bij een dakvlak van enige omvang scheelt dat niet alleen deuken, het scheelt ook tijd: u hoeft niet na elke stap te controleren of er iets is ingezakt, omdat u weet dat u op de juiste plek staat. Bij montage op de gevel, waar het vlak vaak nog minder ondersteund is dan op een dak, is dat verschil nog groter.
De controle die hier beschreven staat, is een controle op het moment van leggen; over hoe de vervorming ontstaat en hoe hij te voorkomen is, leest u op de pagina over [wat er misgaat bij het leggen](/felsplaat/vervorming/wat-gaat-er-mis). Wat u vooral zelf in de hand heeft, is de volgorde: eerst kijken en voelen, dan pas vastklemmen. Neem de gewoonte aan om elke baan te controleren voordat de volgende erover of ernaast wordt gelegd. Op dat moment is een afgekeurde baan nog gewoon een baan die terug de stapel op kan, en is er nog niets aan bevestigd.
De manier van bevestigen zelf, met de klem onder de fels, bepaalt mede hoeveel druk er op het vlak komt te staan tijdens het monteren; dat leest u uitgebreider op klikzink.com. Wat wij hier willen meegeven is dat de controle op vervorming geen aparte stap is die u aan het einde van de dag inplant, maar iets dat u het beste inbouwt in het ritme van het leggen zelf: baan erop, controleren, vastzetten, volgende baan.
Neem de gewoonte van controleren per baan mee naar de volgende klus, en leg loopplanken standaard klaar voordat het leggen begint in plaats van pas wanneer er al iets is misgegaan. Wilt u weten hoe een deuk precies ontstaat of wat herstel ervan kost, dan vindt u dat op de pagina's die daar specifiek over gaan. Heeft u vragen over een lopend project of wilt u meedenken over de te bestellen lengtes zodat er minder aansnijverlies en dus minder risico op beschadiging tijdens transport en leggen is, dan denken wij daar kosteloos in mee vanaf uw tekening.