Klikzink
Een felsbaan komt op de millimeter afgekort van de wals. Dat betekent dat wij de maat leveren die u heeft opgegeven, niet dat de gevel of het dak waarop hij moet komen ook op de millimeter recht is. Een oude bestaande dakrand kan over de lengte een paar millimeter uitwaaieren, een nieuwbouwkozijn kan net iets scheef in het spouwwerk staan, en een dakvoet die op tekening haaks is, is dat in de praktijk zelden helemaal. Die speling moet ergens landen, en de vraag is alleen of hij landt in uw gereedschapskeuze of in de plaat zelf. Wij zetten hier uiteen welk gereedschap op de bouw moet liggen om die speling netjes op te vangen, en welk gereedschap daar juist niet bij hoort.
Voor het inkorten en op maat maken van een felsbaan op de bouw zijn er in de praktijk twee gangbare werktuigen: de nibbelaar en de plaatschaar. Beide knippen het staal koud, zonder het materiaal op te warmen, en dat is precies waarom ze geschikt zijn voor deze plaat. Een nibbelaar werkt met een klein op-en-neer gaand mesje dat een spoor van kleine hapjes uit het staal neemt; hij is wat trager, maar volgt een bochtige lijn of een inkeping bij een doorvoer zonder moeite. Een plaatschaar, elektrisch of handbediend, gaat sneller in een rechte lijn en is de logische keuze als een hele baan over de volle lengte een centimeter smaller moet. Welke van de twee u meeneemt hangt af van het soort correctie: een rechte inkorting aan de kant vraagt om de schaar, een sparing rond een doorvoer of een schuine aansluiting bij een hoek vraagt om de nibbelaar. Voor het aanbrengen van een gat voor een doorvoer is overigens niet de nibbelaar maar een ander gereedschap aan de orde; wij gaan daar niet verder op in, maar wat daarbij wel en niet mag leest u bij [boren in de felsplaat](/felsplaat/toleranties/boren).
Naast het knippen heeft u op de bouw een felstang nodig, of preciezer: een handtang om de opstaande felsranden van twee naast elkaar gelegen banen samen te drukken tot de gesloten naad die het dak of de gevel waterdicht maakt. Dat is een ander soort correctie dan het knippen. De felstang lost geen lengte- of breedteverschil op; hij maakt alleen de verbinding tussen twee randen die al goed liggen. Gebruik hem dus nooit om een baan die net iets te breed is toch aan te sluiten door de fels harder dicht te knijpen dan normaal: dat vervormt de rand plaatselijk en die vervorming ziet u er later, in schuin invallend licht, altijd weer uit. Als de fels van 35 mm niet netjes aansluit, ligt de oorzaak bijna altijd bij de maat van de baan of bij de rechtheid van de ondergrond, niet bij de tang. Hoe die 35 mm precies is opgebouwd en wat dat voor de aansluiting betekent, leest u in het stuk over [de fels van 35 mm](/felsplaat/toleranties/de-fels).
Er is één stuk gereedschap dat wij hier willen afraden, ook al ligt het op veel bouwplaatsen standaard in de bus: de haakse slijper met doorslijpschijf. Een doorslijper warmt het staal op de snijlijn plaatselijk sterk op. Bij de Sendzimir verzinking van 275 g/m2 en de organische coating van 50 micrometer die op onze felsplaat liggen, betekent die hitte twee dingen: de zinklaag verbrandt weg op de plek van de snede, en de coating verkleurt of blaast op de rand waar u net gesneden heeft. Op die snijrand ligt dan geen bescherming meer, en precies daar, op de kortste route naar het staal, begint corrosie het eerst. Een nibbelaar of schaar knipt koud en laat de laag naast de snede intact; alleen de snijkant zelf is onbeschermd staal, wat bij een goede plaatsing en aansluiting geen probleem geeft. Kies daarom altijd voor koud werkend gereedschap, ook als de doorslijper sneller lijkt te gaan.
De kern van dit verhaal is dat een maatafwijking op de bouw zich meestal niet aandient als een duidelijk probleem, maar als een baan die "bijna" past. Bijna past is het moment waarop verkeerd gereedschap of verkeerde haast een nette klus in een zichtbare fout verandert. Stel dat een gevelvak op tekening 6000 mm breed is en u heeft twaalf banen van 500 mm werkende breedte bereid; op de bouw meet u dat het vak in werkelijkheid 6014 mm is. Die 14 mm extra verdeelt u niet door aan elke baan met de nibbelaar een stukje te knabbelen, want dan wijkt elke fels een fractie af en stapelt de afwijking zich op naar het einde van de gevel toe. Beter is het om de extra ruimte op te vangen in de eerste en de laatste baan, die u toch al op maat afkort voor de aansluiting op de hoek, en de tussenliggende banen op hun standaardmaat te laten. Zo blijft de fels overal identiek en zit de correctie op de twee plekken waar toch al gemeten en afgekort wordt, in plaats van verspreid over het hele vak.
Dezelfde logica geldt in de lengte, bijvoorbeeld bij een dakvlak dat aan de nokzijde net niet haaks aansluit. Daar is het verstandiger de laatste baan bij de nok iets conisch te knippen met de nibbelaar, dan te proberen om de hele plaat scheef te leggen zodat hij overal precies uitkomt. Hoe die aansluiting bij de nok in de rest van de opbouw past, staat toegelicht bij de aansluiting op de nok; wij behandelen hier alleen het knippen zelf. Neem in alle gevallen eerst de maat op de bouw op, controleer die op twee punten in plaats van één, en bepaal dan pas welke baan de correctie krijgt. Dat is een kwestie van een paar minuten extra met een rolmaat, tegenover een baan die u anders alsnog met de nibbelaar moet bijknippen nadat hij al tegen de klem ligt.
Neem voor het knippen op de bouw een nibbelaar voor bochtige of kleine correcties en een plaatschaar voor rechte, langere inkortingen, en laat de doorslijper in de bus liggen. Meet het vak op twee punten voordat u de banen verdeelt, en leg een eventuele maatafwijking in de eerste of laatste baan van een vak, niet verspreid over alle tussenliggende banen. Gebruik de felstang alleen om de fels te sluiten, nooit om een verkeerde maat te forceren. Twijfelt u over een specifieke maatafwijking op uw bouw, dan denken wij kosteloos mee op tekening; neem daarvoor contact op met Klikzink, Boylestraat 22 in Ede.