Klikzink
Een felsbaan komt bij ons op de millimeter afgekort van de wals. Wat er niet op de millimeter klopt, is het gebouw waar hij op gelegd wordt. Een gootlijst die 3 mm uitwijkt over de lengte, een makelaar die scheef in de regel staat, een aansluiting op een bestaand dakvlak dat ooit door een ander bedrijf is gelegd: dat is de speling waarmee u op de bouw werkelijk te maken heeft. Die speling zoekt u niet in de plaat op, want de plaat is al recht. U vangt hem op in de aansluiting. En precies bij die aansluiting duikt vaak een tweede probleem op dat niets met de maat te maken heeft, maar er in de praktijk wel steeds mee samenvalt: contact met een ander metaal.
Onze felsbanen zijn van Sendzimir verzinkt staal met een organische coating. Verzinkt staal is niet inert. Zink is elektrochemisch actief, en in de reeks van metalen zit het een stuk verder naar de onedele kant dan koper en lood, en nog altijd anders dan ongelegeerd staal. Waar twee verschillende metalen elkaar raken en er vocht bij kan komen, ontstaat een galvanisch koppel. Het onedelste metaal levert elektronen, het edelste neemt ze op, en dat proces vertaalt zich in versnelde corrosie van de onedele partner. Bij onze platen is dat de zinklaag, niet de coating: de coating beschermt tegen weer en wind, maar is dun en niet bedoeld om een elektrisch contact te isoleren.
Het meest gevoelige geval is koper dat afspoelt op een verzinkte plaat lager in het dakvlak. Een koperen bliksemafleider, een koperen hemelwaterafvoer, een koperen ornament op een dakkapel: het regenwater neemt koperionen mee en spoelt die verder over het dakvlak. Waar dat spoelwater terechtkomt, kan de zinklaag lokaal versneld wegteren, ook op plekken die de koperen onderdelen zelf niet raken. Dat is een probleem van looprichting van het water, niet van de plaatmaat, en het speelt al bij een paar centimeter overlap.
Lood in direct contact geeft een vergelijkbaar risico, zij het meestal kleiner in omvang: een loden loodslabbe die tegen een felsnaad is gewerkt, een loodgietersaansluiting bij een schoorsteendoorvoer. Rechtstreeks contact tussen lood en de verzinkte plaat op een blijvend vochtige plek is een detail om te vermijden of te scheiden met een kunststof tussenlaag. Ongelegeerd staal, denk aan een stalen balk, een oude stalen dakrand of bevestigingsmateriaal van de verkeerde kwaliteit, ligt anders: staal en zink liggen dicht bij elkaar en het risico is doorgaans beperkt, zeker als het contact droog blijft. Het wordt pas relevant zodra dat contact nat blijft staan, zoals in een dichte hoek waar water niet wegloopt.
De link met de maatbestelling zit in de plek waar deze combinaties ontstaan: bij aansluitingen, overgangen en randen, precies waar u ook de speling van het gebouw moet opvangen. Als een gootlijst 4 mm uit het lood staat en u besluit dat aan de nokzijde te compenseren, verschuift u tegelijk de plek waar de plaatrand een bestaand koperen of loden onderdeel raakt. Wie de maatafwijking van het gebouw alleen bekijkt als een pas-en-meetkwestie, mist dat de gekozen oplossing ook de metaalcombinatie op die plek verandert. Beide beslissingen horen dus bij elkaar: waar u de plaat laat eindigen of aansluiten, bepaalt niet alleen of de maat past, maar ook welk metaal daar het water van afvoert of opvangt.
In de praktijk werkt dat zo: stel dat een bestaand koperen dakraam midden in een dakvlak staat dat u met onze felsplaten vernieuwt. De platen komen op maat aan, maar de exacte plek van de langsnaad ten opzichte van het raam ligt niet vast tot u op de bouw de werkelijke maten heeft opgemeten, zoals ook geldt voor het afkorten dat wij beschrijven bij [de plaat afkorten op de bouw bij toleranties](/felsplaat/toleranties/afkorten-op-de-bouw). Bij die opmeting is het verstandig om niet alleen te kijken of de baan past, maar ook waar het water van het koperen raam straks over het verzinkte vlak spoelt. Een verschuiving van een paar centimeter in de plaatsing van de naad kan het verschil maken tussen een spoelbaan die vlak over de plaat loopt, en een die in een hoek blijft staan.
De oplossing zit niet in een andere plaatmaat en niet in een andere legering van de plaat zelf; die bestellen wij niet op aanvraag anders dan de standaard Sendzimir verzinking met de Pural BT coating. De oplossing zit in het detail van de aansluiting: een fysieke scheiding tussen de metalen, een afwateringsrichting die koper of lood niet over een groot verzinkt vlak laat lopen, of een randafwerking die het contactvlak beperkt tot een paar centimeter in plaats van een hele regel. Dat is een vraag over de bevestiging en de opbouw van de aansluiting, en daarvoor verwijzen wij u naar de sites die daar specifiek over gaan: de klemverbinding en de opbouw van de ondergrond staan uitgelegd op klikzink.com, en de vraag of een dakhelling of een detail met condensrisico van invloed is op zo'n aansluiting behandelen wij op klikfels.com.
Wat u vooraf kunt doen, is bij de bestelling al rekening houden met het feit dat de uiteindelijke maatverdeling op de bouw wordt vastgesteld, niet aan de tekentafel. Wij denken daarin mee: geef ons de tekening met de positie van bestaande koperen of loden onderdelen erop, en wij kijken mee naar een baanindeling die de naden weg legt van die contactpunten in plaats van er middenin. Dat kost niets en het scheelt op de bouw een hoop uitzoekwerk achteraf.
Ga voor een lopend project na welke andere metalen al op of naast het dakvlak aanwezig zijn: koperen randen, loodslabben, oude stalen onderdelen die blijven zitten. Leg die plekken naast de plaatsen waar u wegens maatafwijkingen toch al een naad of aansluiting moet verschuiven, en kies de indeling zo dat beide problemen in één beweging worden opgelost. Stuur ons uw tekening met de maten en de positie van het andere metaal erop: wij denken gratis mee over de baanindeling, en op verzoek sturen wij u monsters van de plaat zodat u ook zelf kunt zien hoe de rand zich verhoudt tot het materiaal waar hij tegenaan komt te liggen.