Klikzink
Bij het berekenen van het aantal banen kijkt u meestal alleen naar de breedte van het vlak: die deelt u door de werkende breedte van 475 mm, en de rest bepaalt of er een smallere baan bij moet. Maar op veel daken en gevels staat al ander metaal: een koperen goot, een loden aansluiting bij een schoorsteen, een stalen regenpijp die niet verzinkt is. Contact tussen dat metaal en onze felsplaat kan de plaat aantasten, en dat raakt uw indeling net zo hard als een uitstekende dakkapel.
Onze felsbanen zijn van Sendzimir verzinkt staal met een organische coating erover. De zinklaag beschermt het staal daaronder, maar zink is niet tegen elk contact bestand. Koper en lood staan hoger in de galvanische reeks dan zink. Komt er vocht tussen de twee metalen te staan, dan ontstaat een stroompje dat het zink opoffert: het corrodeert versneld, terwijl het koper of lood zelf niets overkomt. Dat heet galvanische corrosie, en het is de reden dat een koperen regenpijp die tegen een verzinkte plaat aan loopt, na een paar jaar een geëtste, dofgrijze plek in de plaat achterlaat op precies de plek van het contact.
Ongelegeerd staal, zoals een gewoon stalen beugeltje of een niet-verzinkte schroef die per ongeluk in aanraking komt met de plaat, werkt eigenlijk andersom: dat roest zelf, en het roest kan afspoelen over de plaat en daar bruine strepen achterlaten. Dat is minder een aantasting van de felsplaat dan een esthetisch probleem, en daarmee meer een vraag voor zinklook.com dan voor deze pagina. Voor de sterkte en levensduur van de plaat zelf is het koper- en loodcontact het punt waar u alert op moet zijn.
Stel, u werkt aan een zadeldak van 6800 mm breed, met aan één kant een bestaande koperen hemelwaterafvoer die tegen de gevel loopt en net over de daktrim heen valt. Zonder die complicatie deelt u 6800 door 475: dat geeft veertien volle banen en een rest van 150 mm. Die 150 mm is te smal om als losse baan te bestellen, dus verdeelt u de rest zoals wij uitleggen bij [afkorten op de bouw](/felsplaat/aantal-banen-berekenen/afkorten-op-de-bouw): u schuift de marge over de volle banen, of u kort een baan iets in.
Met die koperen afvoer in het spel verandert de vraag niet hoeveel banen u nodig heeft, maar aan welke kant de smalste baan komt. Leg die smalle baan liever niet direct naast het koper. Een volle baan van 475 mm geeft u meer ruimte om het contactpunt af te schermen, bijvoorbeeld met een kunststof tussenlaag onder de aansluitdetail, dan een reststrook van 150 mm waar voor die tussenlaag bijna geen plaats meer over is. Wij zien dit vaak over het hoofd worden bij schoorstenen met een loden loodslab: de indeling wordt gemaakt vanaf de linkerkant van het dak, terwijl het lood aan de rechterkant zit, en dan komt de smalle rand net waar u hem niet wilt hebben.
Dezelfde overweging speelt bij een gevel met een koperen dakrand aan de bovenkant. Rekent u de hoogte van het gevelvlak om naar banen, dan bepaalt de rest boven- of onderaan. Ligt die rest tegen het koper aan, overweeg dan om de volle banen tegen het koper te leggen en de smalle rest juist onderaan te houden, waar hij makkelijker vrij te houden is van blijvend vochtcontact.
Het uitgangspunt is simpel: zink en koper, en zink en lood, mogen niet blijvend vochtig tegen elkaar aan liggen. Een kort, droog contactmoment tijdens de montage is geen probleem; het gaat om de blijvende situatie op het dak. Waar een detail dat contact niet kan vermijden, komt er een scheiding tussen de metalen: een kunststof strip, een bitumineuze laag, of gewoon voldoende afstand zodat er geen vocht van het ene metaal naar het andere kan lopen. Dat is uitvoeringswerk rond de aansluiting, en de opbouw van die aansluiting hoort bij de bevestiging en de ondergrond, waarover u meer leest op klikzink.com.
Wat voor deze kennisbank telt, is dat u dit al meeneemt bij het indelen van de banen, niet pas als de rol al gewalst en geleverd is. Een felsbaan komt op maat aan, van 450 tot 8000 mm op de millimeter afgekort, en die maat legt u vast op basis van uw tekening. Weet u van tevoren dat er koper of lood in de buurt zit, dan kiest u de indeling zo dat de volle baan daar komt te liggen en niet de smalle rest. Achteraf een baan verschuiven kan niet meer: de platen zijn al op maat gewalst.
Ongelegeerd staal in de buurt van de plaat vraagt om een andere maatregel dan koper of lood: daar gaat het niet om een scheiding tussen twee blijvend vochtige metalen, maar om roestafspoeling die op de plaat terechtkomt. Een tijdelijke afdekking tijdens de bouw, zoals bij een stalen steiger die tegen het dak aan staat, voorkomt dat er al voor de oplevering roestvlekken ontstaan. Dat is meer een kwestie van planning op de bouwplaats dan van de indeling van de banen, maar het scheelt u een gesprek achteraf over vlekken die niemand kan verklaren.
Het aantal banen dat u nodig heeft, verandert niet door contact met ander metaal: dat blijft de breedte van het vlak gedeeld door 475 mm, met een rest die u ergens moet plaatsen. Wat wel verandert, is de keuze waar die rest komt te liggen. Ligt er koper of lood in de buurt van een dakrand, gevelhoek of doorvoer, leg de volle baan daar dan neer en houd de smalle rest aan de andere kant. Dat geeft u ruimte voor een goede scheiding tussen de metalen, en het voorkomt dat u over een paar jaar een geëtste plek in een strook van 150 mm ziet ontstaan die u niet meer zonder grote ingreep kunt vervangen.
Heeft u een tekening met een bestaande koperen of loden aansluiting erop, stuur die dan naar ons door. Wij denken kosteloos mee over de indeling van de banen en houden daarbij rekening met de plek van het andere metaal, zodat de rest van de plaat precies daar valt waar hij het minst in de weg zit.