Klikzink
Wie het aantal banen berekent, komt vroeg of laat op een vraag die niets met rekenen te maken heeft: wat doet u met een baan die beschadigd is voordat hij ligt, of die tijdens het leggen een tik heeft gehad? De verleiding is groot om te grijpen naar een potje reparatielak en de schade weg te werken. Dat kan, maar het is goed om vooraf te weten wat dat middel wel en niet oplost, want op een mat oppervlak is bijwerken zichtbaar werk en geen onzichtbare reparatie.
Een glanzend oppervlak verbergt kleine oneffenheden omdat het licht erover heen glijdt. Een mat oppervlak, met de glansgraad die onze coating heeft, doet het tegenovergestelde: het toont juist elke overgang. Reparatielak die met een penseel of stift is aangebracht, ligt nooit exact zo vlak als de fabriekscoating van 50 micrometer die in een gecontroleerd proces is opgebracht. Het resultaat is een plek die van dichtbij een iets ander structuurtje heeft, en die bij laag invallend licht als een schaduw of een glinstering opvalt. Voor kleur en glans verwijzen we u naar zinklook.com, maar voor de verwerking hier is het belangrijkste: bijwerken maakt een beschadiging minder opvallend, niet onzichtbaar. Wie dat vooraf weet, kiest bewuster tussen bijwerken en vervangen.
Reparatielak heeft een duidelijke functie: hij beschermt het staal onder de coating tegen roest op de plek waar de coating is doorgeschaafd. Een oppervlakkige kras die net door de laklaag heen gaat, is daarmee in principe klaar: het gaatje is gedicht, verder gaat het niet roesten. Dat geldt voor de meeste beschadigingen die tijdens transport of montage ontstaan, zoals we ook beschrijven bij [krassen en beschadigingen](/felsplaat/aantal-banen-berekenen/krassen). Op een plek die na montage nauwelijks in het zicht komt, zoals de onderzijde van een overstek of een strook die grotendeels onder een volgende baan verdwijnt, is bijwerken vaak de snelste en goedkoopste oplossing. De functie is gered, en het zicht op de plek is beperkt genoeg dat het verschil in structuur niet stoort.
Anders wordt het bij een zichtbare baan op ooghoogte, midden in een gevel of op een dakvlak dat vanaf de straat goed te zien is. Daar telt niet alleen de functie van de coating, maar ook hoe de baan tussen de andere banen staat. Een bijgewerkte plek op zo'n baan trekt precies de aandacht die u niet wilt: de blik van de kijker valt op de ene plek die anders is dan de rest. In die situatie is het overwegen waard om de baan te vervangen in plaats van bij te werken, zeker als de beschadiging groter is dan een oppervlakkige kras en ook de plaat zelf een deukje heeft, zoals kan gebeuren bij het tillen of dragen. Wij gaan daar dieper op in bij het tillen en dragen van de plaat, en bij vervorming die tijdens het leggen kan ontstaan.
Hier raakt bijwerken direct aan de berekening van het aantal banen. De werkende breedte van onze felsplaat is 475 mm. Om te weten hoeveel banen een vlak nodig heeft, deelt u de breedte van het vlak door 475. Wat er na die deling overblijft, is niet zomaar een rest: het bepaalt of er een smalle extra baan bij moet, en aan welke kant van het vlak die het beste komt te liggen. Die reststrook is meteen ook de plek waar een beschadigde baan het minst opvalt als u toch moet vervangen. Een smalle strook aan de rand van een gevel, tegen een hoekprofiel of onder een dakrand, trekt van nature al minder aandacht dan een volle baan in het midden. Wie bij het berekenen van het aantal banen bewust een iets bredere reststrook aan de kant legt waar de doorloop van bouwverkeer het grootst is, geeft zichzelf achteraf de ruimte om daar te vervangen zonder dat het beeld verstoort. Andersom: een beschadigde volle baan die toevallig precies in het midden van het vlak ligt, is het lastigst te vervangen zonder dat u het merkt, en dus de baan waarop bijwerken het eerst de moeite waard is als de schade beperkt blijft tot een oppervlakkige kras.
Een voorbeeld uit de praktijk maakt dit concreet. Bij een gevel van 3200 mm breed levert de deling door 475 zes hele banen op met een rest van ruim 250 mm. Die reststrook van iets meer dan een halve werkende breedte plaatst u het liefst aan de kant met de minste loop, bijvoorbeeld tegen een hoek waar weinig materiaal en gereedschap voorbij komt. Raakt die reststrook tijdens de bouw toch beschadigd, dan is vervangen eenvoudig: het is de smalste en dus goedkoopst te vervangen baan. Blijft de schade oppervlakkig, dan is bijwerken op die plek ook het minst opvallend, juist omdat de strook al smal is en minder in het oog springt dan een volle baan.
De beste reparatie is de reparatie die niet nodig is. Wij leveren de platen met een beschermfolie die veel van de schade tijdens transport en montage voorkomt, zoals toegelicht op de pagina over de beschermfolie. Zolang die folie erop zit, is bijwerken meestal niet aan de orde: pas bij het verwijderen van de folie, vlak voor of na het leggen, wordt zichtbaar of er onderweg iets is misgegaan. Ook de volgorde van werken op de bouwplaats speelt mee. Platen die als laatste worden gelegd, hebben het meest te lijden van rondlopend verkeer en aanleunend gereedschap. Door bij het plannen van de banen rekening te houden met de looproutes op de steiger, beperkt u de kans dat net de meest zichtbare baan beschadigd raakt. Voor vuil en cementsluier die tijdens de bouw op het oppervlak terechtkomen, geldt een ander verhaal dan voor krassen: dat is te reinigen en vraagt geen reparatielak, zoals wij beschrijven bij vuil en cementsluier.
Bepaal eerst met de eenvoudige deling door 475 mm hoeveel hele banen uw vlak nodig heeft en waar de reststrook het beste past, zoals uitgewerkt op de pagina over het aantal banen berekenen. Leg vervolgens vast welke kant van het vlak de minste bouwdrukte te verduren krijgt, en positioneer de smalste baan daar. Bewaar een klein restje reparatielak in de kleur van uw bestelling voor het geval een oppervlakkige kras ontstaat op een plek die weinig in het zicht komt, en spreek binnen het team af dat een grotere beschadiging op een zichtbare baan altijd eerst wordt beoordeeld op vervangen voordat er lak aan te pas komt. Twijfelt u over een kleurverschil of de glans van de reparatielak ten opzichte van de plaat, dan leest u daar meer over op zinklook.com.