Klikzink
Bij renovatie ligt er al een gebouw, en dat gebouw is nooit haaks. Een muur die veertig jaar geleden is opgetrokken, is inmiddels gezakt, verzakt of ooit al eens scheef gemetseld, en de dakrand die er nu op zit, loopt zelden helemaal recht. Dat is geen probleem van de plaat, maar het bepaalt wel hoe u de plaat bestelt en hoe u omgaat met de randen die u tijdens de verwerking beschadigt. Op deze pagina behandelen we die twee dingen samen: hoe u inmeet op een bestaand gebouw, en wanneer het zin heeft om een beschadigde plek bij te werken in plaats van de baan te vervangen.
Bij nieuwbouw kunt u vaak al inmeten zodra de constructie staat, met de zekerheid dat de maten in het bestek ook de maten op de bouw zijn. Bij renovatie werkt dat niet. De bestaande situatie moet eerst worden blootgelegd voordat u weet wat u werkelijk aan lengte en breedte nodig heeft. Daarom raden we aan om bij renovatie pas in te meten als de oude dakbedekking of gevelbekleding is verwijderd en de ondergrond zichtbaar is, niet eerder. Een tekening van de bestaande toestand is een aanname, de blootgelegde ondergrond is een feit. Hoe u die inmeting precies aanpakt en hoeveel marge u aanhoudt op een oneffen ondergrond, leggen we uitgebreider uit bij maatvoering bij renovatie; hier gaat het vooral om wat die aanpak betekent voor de platen die u al in huis heeft en voor de randen die tijdens het werk beschadigd raken.
Op een bestaand dak meet u niet op de denkbeeldige rechte lijn die op de tekening staat, maar op de fysieke situatie: de gording, de bestaande daktrim, de muurplaat. Op een gevel is dat vaak de bovenkant van de bestaande borstwering of de onderkant van een kozijn dat blijft zitten. Het lastige bij renovatie is dat die referentiepunten zelf niet altijd haaks of waterpas zijn. Een aannemer die een schuur uit de jaren zeventig aanpakt, ontdekt regelmatig dat de ene gevel twee centimeter lager ligt dan de andere, terwijl de tekening ze gelijk toont. Voor de felsplaat zelf is dat te overzien: de baan is leverbaar van 450 tot 8000 mm op de millimeter afgekort, en met een marge van enkele centimeters aan de lange kant kunt u op de bouw altijd bijsnijden tot de werkelijke maat. Hoe u dat bijsnijden op de bouw precies uitvoert, staat bij [de plaat afkorten op de bouw](/felsplaat/maatvoering-renovatie/afkorten-op-de-bouw). Bestel dus liever een paar centimeter te lang dan precies op de tekenmaat, zeker bij een gebouw waarvan u de werkelijke maatvoering pas ontdekt zodra de oude bekleding eraf is.
Tijdens het monteren op een bestaand gebouw ontstaan vrijwel altijd kleine beschadigingen: een schuurplek van een steiger, een kras van gereedschap dat over de plaat is gesleept, een deukje van een vallend stukje puin. Reparatielak op de kleur van de coating kan zo'n beschadiging afdekken zolang het gaat om oppervlakkig verlies van de toplaag, waarbij het verzinkte staal daaronder niet is blootgelegd. Het gaat dan om een kras die u met een vingernagel niet voelt, of een lichte schuring die alleen de glans heeft aangetast. In die gevallen is bijwerken vooral een kwestie van de coating aanvullen zodat er geen kale plek overblijft waar vocht op kan inwerken. Voor de precieze aard van krassen en wanneer ze wel of niet ingrijpen op de levensduur van de plaat, verwijzen we naar [krassen en beschadigingen](/felsplaat/maatvoering-renovatie/krassen); hier gaat het erom wat bijwerken op een mat oppervlak in de praktijk oplevert.
Het is belangrijk om hier eerlijk over te zijn, want een reparatielak wordt vaak verkocht als onzichtbare oplossing en dat is hij niet. Onze coating heeft een glansgraad onder de 5, dus vrijwel volledig mat, en juist die matheid maakt bijgewerkte plekken opvallend. Een spuitbusje of penseeltje brengt de lak in een andere structuur aan dan de fabrieksmatige coating, met een net iets andere korrel en een net iets andere kleurdiepte. Van dichtbij, en zeker onder strijklicht, blijft de reparatie zichtbaar als een vlek, ook al is de kleur op het eerste gezicht raak. Op een gevel op ooghoogte, waar mensen er dagelijks langslopen, is dat een ander verhaal dan op een dakvlak dat vanaf de grond nooit goed te zien is. Een dakdekker die een schuurplek op een laaggelegen dakrand bijwerkt, hoeft zich weinig zorgen te maken over het optisch effect. Bij een gevelplaat op twee meter hoogte, naast een voordeur, is diezelfde reparatie een compromis: het beschermt het staal, maar het gebouw ziet er niet meer uit als nieuw. Wilt u weten hoe kleur en glans in het algemeen samenhangen en hoe een oppervlak in bepaald licht overkomt, dan is dat een vraag voor zinklook.com; wij behandelen hier alleen of bijwerken de plaat technisch beschermt, niet of het resultaat mooi is.
Zodra een beschadiging door de coating heen gaat en het onderliggende verzinkte staal blootlegt, is een likje lak niet genoeg. De coating van 50 micrometer en de zinklaag van 275 g/m² aan beide zijden vormen samen de bescherming tegen corrosie; als die laag lokaal is doorbroken, ligt er kaal staal open dat op die ene plek sneller kan gaan roesten dan de rest van de plaat. Reparatielak op zo'n plek dekt de kleur af, maar biedt niet de gelaagde bescherming van de fabrieksafwerking, en de plek blijft een zwakker punt. Bij renovatieprojecten waar platen na demontage van een steiger of tijdens transport een fikse deuk of diepe kras hebben opgelopen, is vervanging van die baan verstandiger dan bijwerken. Omdat de platen op maat worden gewalst, is een vervangende baan in dezelfde lengte en met dezelfde randafwerking altijd na te leveren; het is dan zaak om de oorspronkelijke maat goed te documenteren, iets wat eenvoudiger is als u bij het inmeten al rekening hield met de marges die bij renovatie nodig zijn.
Op een renovatieproject komt bijwerken zelden op zichzelf voor. Vaak is een plaat op de bouw ingekort, is er een sparing in geboord voor een doorvoer, of is de rand na het knippen nog niet afgewerkt, en dat zijn allemaal momenten waarop een schuurplek of kras kan ontstaan. Hoe u die snijkant na het inkorten netjes afwerkt, leest u bij [de snijkant afwerken](/felsplaat/maatvoering-renovatie/snijkant-afwerken); dat voorkomt al een deel van de beschadigingen die later om bijwerken vragen. Ook de beschermfolie speelt hier een rol: platen die tijdens transport en opslag nog folie hebben, komen doorgaans zonder krassen op de bouw aan, en het is verstandig die folie pas te verwijderen kort voordat de plaat wordt gemonteerd. Wat die folie precies doet en wanneer u hem het beste weghaalt, staat bij de beschermfolie in deze kennisbank.
Meet bij renovatie pas in zodra de bestaande ondergrond is blootgelegd, en bestel de felsplaat met een kleine marge in de lengte zodat u op de bouw naar de werkelijke maat kunt afkorten. Behandel een lichte schuring of oppervlakkige kras met reparatielak, wetend dat de plek op een mat oppervlak zichtbaar blijft, vooral op een gevel op ooghoogte. Is de coating doorbroken tot op het staal, vervang dan de baan in plaats van hem bij te werken. Heeft u een concreet project waarbij u niet zeker weet of bijwerken volstaat of dat een nieuwe baan nodig is, stuur dan de maten en een foto van de beschadigde plek naar Klikzink in Ede; we kijken vrijblijvend mee en leveren desgewenst een vervangende baan op maat, afgekort op de millimeter.