Klikzink

Werken bij vorst: koud vouwbaar en maattoleranties

Onze felsbanen zijn koud vouwbaar tot -15 graden. Dat getal wordt vaak gelezen als een vrijbrief: als het kan tot -15, dan kan het bij elke temperatuur daarboven zonder verder nadenken. Zo is het niet bedoeld. -15 graden is de grens waarbij het staal nog vouwt zonder te scheuren of te haarscheuren in de fels, niet het punt waarop de verwerking hetzelfde aanvoelt en gaat als op een zachte dag in mei. Tussen +10 en -15 graden verandert er van alles aan het gedrag van de plaat, en dat raakt precies het onderdeel waar op de bouw de minste marge voor zit: de maat.

Staal wordt bij kou stugger. De felsrand die bij 15 graden makkelijk om de klem valt, vraagt bij vorst meer kracht en meer aandacht om helemaal dicht te komen. Een fels die niet volledig sluit, is in de zomer een schoonheidsfoutje dat u er met een tik weer inkrijgt; bij vorst is diezelfde fels sneller een zwakke plek die blijft zitten, omdat het materiaal minder meegeeft om de laatste millimeter alsnog te pakken. Wie bij vorst doorwerkt in het tempo van een zomerdag, ziet dat pas terug als de baan al vastligt.

Ook de beschermfolie gedraagt zich anders in de kou. Bij lage temperaturen hecht de lijmlaag van de folie sterker aan de coating dan bij kamertemperatuur, en de folie zelf wordt stugger en breekbaarder. Dat betekent in de praktijk twee dingen: de folie is lastiger in één stuk te verwijderen zonder lijmresten achter te laten, en bij het vouwen van de plaat kan de folie op de buitenradius van de vouw scheuren waar hij bij een warmere plaat gewoon meebuigt. Wij raden daarom aan het moment van folie verwijderen bij vorst extra bewust te kiezen, en niet zomaar aan te houden wat op een andere bouwplaats bij ander weer werkte.

Wat dit betekent voor de speling in de maat

Hier raakt het weer aan toleranties. Een plaat die wij op de millimeter afkorten, komt op de millimeter aan zoals bestelt. Dat zegt niets over de gevel of het dak waar hij tegenaan moet. Een oude schoorsteendoorvoer, een gemetselde borstwering, een nokgording die twintig jaar geleden is neergelegd: die zijn zelden kaarsrecht, en die scheve werkelijkheid verandert niet omdat het vriest. Wat wél verandert, is hoeveel ruimte u overhoudt om die scheve werkelijkheid op te vangen.

Bij normale temperaturen kunt u een fels die net iets te strak valt, met wat extra kracht toch dichtwerken, en een paar millimeter speling wegdrukken zonder dat de plaat daar zichtbaar onder lijdt. Bij vorst is die rek er niet. Het staal geeft minder mee, dus de marge die u normaal in de verwerking zoekt, moet u bij kou al eerder in de planning zoeken: in de opmeting, in de volgorde van leggen, in de keuze waar u de eerste baan legt en waar de laatste baan valt. Wie bij vorst nog denkt "dat trek ik straks wel recht", trekt vaak aan een plaat die niet meer meegeeft.

Dit is meteen de reden waarom wij aanraden om bij vorst nooit te vertrouwen op bijwerken achteraf. Zoals wij uitleggen bij [bijwerken en herstellen bij toleranties op de maat](/felsplaat/toleranties/bijwerken), verbergt bijwerken een fout in plaats van hem op te lossen, en dat geldt bij kou nog sterker: een correctie die bij 15 graden nog netjes lukt, wordt bij vorst eerder een zichtbare plooi of een fels die niet meer overal gelijk sluit.

Opslag en acclimatiseren voor u begint

Een praktisch punt dat op de bouw vaak wordt overgeslagen: platen die in een koude vrachtwagen of een tochtige loods hebben gestaan, hebben dezelfde temperatuur als de buitenlucht, ook als het overdag een paar uur minder hard vriest. Er zit geen voordeel in om ze binnen op te slaan als de bouwplaats zelf onverwarmd is; het gaat om de temperatuur van het staal op het moment dat u vouwt, niet om waar de pallet de nacht heeft doorgebracht. Wel is het verstandig platen niet rechtstreeks vanaf een dooiende berg sneeuw of ijs te pakken: nat metaal in de kou werkt anders in de klem en de folie laat dan onvoorspelbaarder los. Hoe u de platen tussen levering en leggen het beste bewaart, staat uitgebreider beschreven bij [het bewaren van de platen tot ze gelegd worden](/felsplaat/toleranties/opslag-op-de-bouw); bij vorst is die opslag nog belangrijker dan anders, omdat hij bepaalt met welke plaat u ‘s ochtends daadwerkelijk aan de slag gaat.

Er is nog een tweede reden om bij vorst extra zorgvuldig met de maat om te gaan, en die heeft niets met de fels te maken maar met het staal zelf. Felsplaat zet ongeveer half zoveel uit als zink, en dat is precies waarom veel verwerkers denken dat uitzetting bij dit materiaal geen aandacht verdient. Bij temperatuurwisselingen van een vorstdag naar een zonnige middag op hetzelfde dak loopt de plaat wél door een reëel traject van krimp en uitzetting, alleen kleiner dan bij zink. Hoe dat precies werkt en wat het voor uw maatbestelling betekent, leest u bij [uitzetting en de maat van felsplaat](/felsplaat/toleranties/uitzetting); voor het werken bij vorst is het genoeg om te onthouden dat een plaat die 's ochtends vroeg bij -10 graden gelegd wordt, later op de dag een paar millimeter anders ligt dan u om negen uur gemeten heeft.

Waar u de speling wél zoekt

De kern is dus niet dat u bij vorst een andere maat moet bestellen. De kern is dat u de speling niet in de plaat zelf moet zoeken op het moment dat hij al ligt, maar ervoor in de opmeting en de planning. Meet de ondergrond op de dag van verwerking zelf, niet op basis van een tekening van een half jaar terug. Laat bij een oneffen ondergrond de overlap of aansluiting vallen op een plek waar een paar millimeter meer of minder niet opvalt, in plaats van op de zichtlijn langs de nok of de dakrand. En reken bij vorst op een langzamer tempo: niet omdat de plaat het niet aankan tot -15 graden, maar omdat de marge om onderweg nog iets te corrigeren kleiner is dan op een dag met normale temperaturen.

Wilt u weten hoe dit samenhangt met de bevestiging onder de fels, of met de volgorde waarin de banen op de ondergrond komen te liggen? Dat behandelen wij niet hier maar op klikzink.com, waar de klem en de ondergrond centraal staan. Vragen over dakhelling en condens bij een bepaalde isolatieopbouw horen bij klikfels.com, en wie meer wil weten over kleur en glans van de drie matte uitvoeringen vindt dat op zinklook.com. Voor het bestellen van de juiste lengtes zelf kunt u contact opnemen met Klikzink aan de Boylestraat 22 in Ede: wij korten elke baan op de millimeter af naar uw opgave, en denken op tekening kosteloos mee over waar u bij een lastige, oneffen ondergrond het beste de speling kunt laten vallen.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink