Klikzink
Wie een tekening aanlevert voor een felsdak, krijgt vroeg of laat de vraag of het staal of aluminium moet worden. Dat is niet alleen een vraag over kleur of gewicht op het dak: het raakt direct aan hoe wij de banenindeling maken, en dus aan wat er op uw tekening moet staan. In deze pagina zetten we de twee materialen naast elkaar op precies dat punt, zodat u weet waar u bij het aanleveren van een tekening rekening mee houdt.
Aluminium is lichter dan onze stalen felsplaat. Waar de plaat die wij leveren ongeveer 5 kg per m2 weegt, komt aluminium van vergelijkbare dikte een stuk lager uit. Op een dak waar het gewicht van de dakopbouw een rol speelt, is dat een reëel voordeel, en wij zeggen dat er ook gewoon bij als het voor uw project uitmaakt. Maar aluminium is ook duurder per vierkante meter, en het zet aanmerkelijk meer uit en in dan staal. Onze felsplaat zet ongeveer half zoveel uit als zink; aluminium doet dat juist méér dan zink. Voor de tekening die u aanlevert, is die uitzetting het punt waarop de keuze tussen de twee materialen het meest voelbaar wordt.
Hoe langer een felsbaan, hoe meer millimeters er bij warmte en koude bijkomen of afgaan. Bij staal is die beweging beperkt, en daarom kunnen onze felsbanen tot 8000 mm op de millimeter worden afgekort zonder dat de uitzetting een probleem wordt voor de bevestiging. Bij aluminium ligt dat anders. Omdat het materiaal meer beweegt, wordt bij lange banen de speling bij de klem en bij de aansluitingen sneller een aandachtspunt. Dat betekent in de praktijk dat een banenindeling die voor staal prima werkt, voor aluminium vaker wordt opgedeeld in kortere stukken, met meer overlappen of meer bewegingsruimte in de detaillering.
Stel dat u een loods tekent met een dakvlak van 14 meter lang. In staal kunnen wij daar in principe met één baan door, van goot tot nok, afgekort op de millimeter die u aangeeft. In aluminium raden wij dat bij die lengte niet zonder meer aan: de uitzetting over 14 meter is dan groot genoeg om mee te wegen in de keuze voor de klem en de bevestigingsafstand. Dat is geen kwestie van de plaat zelf, maar van hoe de klem die beweging opvangt, en dat is precies waar wij dieper op ingaan bij de vraag hoe de klem en de ondergrond samenwerken op zinklook.com. Voor uw tekening is het genoeg om te weten: bij aluminium en lange baanlengtes vragen wij er altijd naar, en denken we mee over waar een naad logischer is dan één doorlopende baan.
Of u nu voor staal of aluminium tekent, wij hebben dezelfde basisinformatie nodig om er een banenindeling van te maken. Geef de maten van het vlak op: lengte, breedte, en of het vlak overal even breed is of ergens versmalt of verspringt. Geef aan waar het water heen loopt, dus de looprichting van de banen en waar de goot of afvoer zit. En geef de aansluitingen aan: waar een nok komt, waar een kilgoot loopt, waar een schoorsteen, dakraam of gevelhoek de plaat onderbreekt. Met die drie dingen, vlak, waterloop en aansluitingen, kunnen wij een indeling maken die op de bouw klopt, in staal én in aluminium.
Bij aluminium komt daar een vraag bij die bij staal minder speelt: hoe de tekening de banen opdeelt bij lange vlakken. Een tekening die alleen de buitenmaten van het dak geeft, is bij staal meestal voldoende om zelf een goede indeling te maken. Bij aluminium werkt het beter als u al aangeeft waar een breuk in het vlak acceptabel is, bijvoorbeeld bij een bestaande daktrim of een ventilatiekap, zodat wij daar een naad kunnen plannen in plaats van een baan te moeten doorknippen op een minder logische plek. Meedenken op tekening kost niets, en dat geldt hier extra: hoe eerder wij zien of het staal of aluminium wordt, hoe beter we de indeling daarop kunnen afstemmen voordat er iets wordt gewalst.
Het is niet zo dat het ene materiaal op alle punten voorgaat. Waar gewicht de doorslag geeft, zoals bij een lichte houten dakconstructie of een grote overspanning zonder extra ondersteuning, wint aluminium. Waar lange, ononderbroken banen gewenst zijn, zoals op een strak, groot dakvlak zonder veel onderbrekingen, wint staal, simpelweg omdat de plaat minder beweegt en dus minder vaak een naad nodig heeft. Bij een kort, verdeeld dakvlak met veel aansluitingen maakt het verschil in uitzetting vaak nauwelijks meer uit, en wordt de keuze vooral bepaald door gewicht en, uiteraard, door de prijs.
Dit stuk gaat niet over hoe de plaat er uiteindelijk uitziet; daarvoor verwijzen we naar zinklook.com. En het gaat niet over de dakhelling of de opbouw onder de plaat, dat behandelen we op klikfels.com. Hier gaat het alleen over wat het verschil in materiaal betekent voor de tekening die u aanlevert en voor de banen die daaruit ontstaan.
Een dakdekker leverde ons een tekening aan voor een vrijstaande woning met een lang, ononderbroken dakvlak van ruim 11 meter, in eerste instantie in aluminium omdat de klant dat had gevraagd om het gewicht op de bestaande spanten te beperken. Op de tekening stond geen indeling in banen, alleen de buitenmaten en de plek van de nokafwerking. Bij het doorrekenen van de uitzetting kwamen we tot de conclusie dat we het vlak in twee banen met een naad rond het midden zouden willen leggen, in plaats van in één lange baan. Na overleg bleek dat de spanten toch iets meer gewicht konden dragen dan aangenomen, en is de keuze alsnog op staal gevallen: dezelfde tekening, één doorlopende baan, geen naad. Dat voorbeeld laat precies zien waarom we bij het aanleveren van een tekening altijd vragen naar het materiaal en de lengte van het vlak, vóór we beginnen met de indeling.
Wilt u weten hoe u een tekening precies aanlevert, met welke maten en in welk formaat, dan leest u dat op de algemene pagina over een tekening aanleveren. Twijfelt u tussen staal en aluminium voor een project met een lang dakvlak, stuur de tekening dan gewoon in met een vraagteken bij het materiaal: wij rekenen door wat de uitzetting daar doet en komen terug met een voorstel voor de banenindeling, in beide materialen als dat helpt om de keuze te maken. Meedenken op tekening kost niets, en dat geldt zeker wanneer de keuze tussen staal en aluminium nog open ligt.