Klikzink
Wie een dak of gevel indeelt in banen, kijkt eerst naar de maat van het vlak en pas daarna naar het materiaal. Toch is die volgorde niet helemaal terecht. Het materiaal bepaalt namelijk mee hoe lang een baan mag worden voordat de uitzetting een probleem wordt, en dat werkt door in de indeling die u tekent. Staal en aluminium gedragen zich hier anders, en dat verschil is groot genoeg om te benoemen voordat u de eerste baan op tekening zet.
Aluminium zet ongeveer twee keer zo veel uit als staal bij dezelfde temperatuurwisseling. Onze felsplaat, Sendzimir verzinkt staal met een organische coating, zet ongeveer half zoveel uit als zink en aluminium doet dat dus nog eens dubbel zo veel als zink. Op een baan van tien meter loopt dat bij aluminium op tot een lengteverschil van enkele millimeters tussen een hete zomerdag en een koude winternacht. Bij staal is die beweging kleiner, en dat betekent dat de bevestiging minder hoeft te compenseren en dat u bij het indelen van het vlak iets meer vrijheid heeft in de baanlengte voordat u aan uitzettingsvoegen of kortere banen moet denken.
Aluminium is ook lichter dan staal, ongeveer een derde lichter bij gelijke plaatdikte. Dat is prettig bij het tillen en dragen op de bouw, maar het zegt niets over de banenindeling zelf. De indeling van het vlak gaat over lengte, breedte en waar de fels valt, niet over het gewicht dat de dakdekker per plaat draagt. Wij noemen het hier toch, omdat het vaak in één adem met de uitzetting wordt genoemd terwijl het een ander onderwerp is: gewicht raakt de verwerking, uitzetting raakt de maatvastheid van de baan.
Staal wint dus op stabiliteit van de baan, en dat is voor deze pagina de kern. Wie een lang vlak in banen verdeelt en de baanlengte wil maximaliseren, heeft daar met staal meer ruimte voor dan met aluminium. Aluminium wint op gewicht, maar dat punt hoort bij het tillen en dragen van de plaat en niet bij de indeling van het vlak.
De indeling van een vlak in banen begint altijd met een keuze over de startpositie, en die keuze bepaalt waar de laatste baan eindigt en hoe breed de reststrook daar wordt. Bij staal is die reststrook een kwestie van esthetiek en van precisie op de bouwtekening. Bij aluminium telt er een extra overweging mee: hoe langer de baan, hoe meer uitzetting de bevestiging aan het einde van het vlak moet opvangen, en dat kan meewegen in de keuze om vanaf een vaste zijde te beginnen in plaats van vanuit het midden.
Neem een gevel van 14,2 meter breed, ingedeeld in banen van 475 mm werkende breedte. Dat past niet exact op de millimeter, en er blijft altijd een reststrook over. Begint u symmetrisch, dan ontstaan er twee gelijke reststroken aan beide zijden, elk een fractie van de werkende breedte. Begint u tegen een kozijn, een hoek of een aansluiting aan, dan verschuift die hele reststrook naar de andere kant en wordt hij daar in één keer smal of net breed genoeg. Bij staal is dat een kwestie van keuze en van wat er op die andere kant staat. Bij aluminium telt bovendien mee dat de baan die het langst blijft, ook het meest beweegt, en dat is een extra argument om de langste banen niet toevallig tegen een kwetsbare aansluiting te laten eindigen.
De symmetrische indeling ziet er op een breed, onderbroken vlak vaak rustiger uit, omdat de kijker twee gelijke stroken sneller accepteert dan één opvallend smalle reep aan een kant. Tegen een zijde aan indelen werkt beter wanneer er al een vaste lijn in het vlak staat, zoals een dakrand, een hoekprofiel of een aansluiting op een schoorsteen, en u die lijn wilt laten samenvallen met een hele baan in plaats van met een restje. Deze afweging geldt voor staal en aluminium gelijk; het is geen verschil tussen de materialen maar een verschil in wat er langs het vlak staat. Hoe u die indeling precies tekent en welke reststrook u accepteert, werken wij uitgebreider uit bij de banenindeling van het vlak.
Een smalle reststrook is nooit een probleem van het materiaal, maar wel een probleem dat met het materiaal verschilt in hoe zichtbaar het wordt. Op een stalen vlak valt een reststrook van 80 mm minder op dan op een aluminium vlak, simpelweg omdat aluminium vaker met een hogere glans of een gepolijst uiterlijk wordt toegepast waarbij elke oneffenheid in de fels sterker opvalt. Onze felsplaat is mat uitgevoerd, met een glansgraad onder de 5, en dat vlakke, rustige oppervlak maakt een smalle reststrook minder prominent dan op een blinkend materiaal. Wilt u weten hoe de kleur en de glansgraad zich verder verhouden tot het aanzicht van het gebouw, dan leest u dat op zinklook.com.
Een voorbeeld uit de praktijk: bij een dakvlak van 9,6 meter met een dakrand aan één kant en een nokafwerking aan de andere kant, koos de aannemer ervoor de eerste baan strak tegen de dakrand te leggen, zodat de zichtbare rand vanaf de straat een volledige baan liet zien. De reststrook van iets meer dan een kwart baanbreedte viel daardoor bij de nok, waar de aandacht van de kijker vanaf de grond het minst valt. Dat is een keuze die bij staal en bij aluminium hetzelfde principe volgt, maar bij aluminium extra gewicht kreeg omdat de baan aan de nokzijde ook de kortste was en dus het minst hoefde te compenseren voor uitzetting.
Het is niet zo dat aluminium op dit punt zonder meer verliest. Waar aluminium wint, is bij vlakken die aan één zijde vast oplopen tegen een star element, zoals een gemetselde borstwering, en waar de lichtere plaat de montage op hoogte vergemakkelijkt. Dat gewichtsvoordeel is echter een verwerkingsvoordeel en geen indelingsvoordeel: het zegt iets over hoe makkelijk de plaat de baan op komt, niet over hoe de baan zich in het vlak gedraagt. Voor de indeling van het vlak zelf, dus voor de vraag hoe lang een baan veilig kan zijn en hoe de reststrook zich gedraagt over de jaren, geeft de kleinere uitzetting van staal meer rust.
Daarmee komt de vergelijking op dit ene punt uit op een voordeel voor staal: minder beweging in de baan, meer vrijheid in de te kiezen baanlengte, en een reststrook die minder hoeft te worden overgedimensioneerd om toekomstige uitzetting op te vangen. Aluminium blijft aantrekkelijk om andere redenen, zoals gewicht en het beschikbare kleurenpalet, maar die redenen liggen buiten de banenindeling van het vlak.
Wilt u een concreet vlak laten indelen, met de baanlengtes en de plaats van de reststrook al op tekening uitgewerkt, dan denken wij daar kosteloos in mee. Geef de maten van het vlak door, samen met de zijde waar u de eerste baan wilt laten beginnen, en wij laten zien hoe de indeling met onze felsplaat uitvalt. Ook een monster van een van de drie matte kleuren kunt u bij ons opvragen, zodat u het aanzicht van de reststrook op ware grootte kunt beoordelen voordat de bestelling de deur uit gaat.