Klikzink
Voordat er iets van gereedschap bij de plaat komt, ligt er al een aantal zaken vast. De felsplaat die wij leveren is Sendzimir verzinkt staal, 275 gram zink per vierkante meter aan beide zijden, met daarover een organische coating van 50 micrometer. Die opbouw is precies wat u moet weten voordat u gaat knippen of zagen, want elke bewerking raakt die laag ergens.
De plaat komt op maat, tot op de millimeter afgekort, in lengtes van 450 tot 8000 millimeter. Dat betekent dat een groot deel van het zagen en knippen op de bouwplaats in feite aanpassing is: een baan die een paar centimeter te lang is voor die ene kilgoot, een hoek die anders uitkomt dan getekend, een laatste baan tegen de gevel die net niet de werkende breedte van 475 millimeter haalt. Wij passen de plaat op tekening, kosteloos, maar op de bouw zelf ontkomt u niet aan bijknippen. Wat u dan doet, en met welk gereedschap, bepaalt of die snijkant het daarna goed blijft doen.
Er zijn in de praktijk drie manieren om felsplaat op maat te maken op de bouw: knippen met een plaatschaar, nibbelen met een nibbelmachine, of zagen met een cirkelzaag met een fijne, op metaal afgestemde tand. Alle drie geven een rand die smal genoeg is om aan het zicht te onttrekken onder de volgende fels, maar niet alle drie doen hetzelfde met de laag die op die rand achterblijft.
Een plaatschaar knipt de plaat in één beweging door. Er komt weinig warmte vrij, de rand is scherp maar recht, en de coating aan de bovenkant blijft grotendeels intact tot vlak bij de snede. Nibbelen werkt met een stempel die kleine hapjes uit de rand neemt; dat geeft een iets grovere, golvende kant, maar ook hier blijft de warmteontwikkeling beperkt. Zagen met een fijne tand geeft de netste, meest rechte snede over lange lengtes, maar hier ontstaat wel degelijk warmte, en met warmte komen er kleine metaalspaanders vrij die op de plaat kunnen vallen en vastroesten voordat iemand ze wegveegt.
Wat alle drie de methoden gemeen hebben: op de snede zelf, dus op de paar tiende millimeter waar het staal is doorgesneden, is geen coating en geen zink meer aanwezig. Dat is onvermijdelijk, en dat is ook de reden dat wij op de plaat zelf niets beloven over wat er met die kant gebeurt: dat hangt af van waar die kant komt te liggen.
Hier zit het punt waar vooraf over nagedacht moet worden, en niet pas als de plaat al ligt. Een gezaagde of geknipte rand die straks onder de volgende fels verdwijnt, geheel droog en onbereikbaar voor regenwater, gaat u nooit meer zien en gaat in de praktijk ook niet roesten: er komt geen vocht bij. Een rand die aan de buitenkant van het dak of de gevel blijft liggen, bijvoorbeeld bij een aansluiting op een dakraam of bij het bijwerken van een hoek, ligt wél bloot aan regen en aan condens, en juist daar is de onbeschermde snijkant de plek waar op termijn een roestlijntje ontstaat.
Dat onderscheid, tussen een verborgen snede en een blijvend zichtbare snede, is precies waarom wij aanraden om vooraf te bepalen waar er geknipt of gezaagd gaat worden en waarom. Bij een aansluiting op de nok of op een dakraam waar de fels toch al wordt afgewerkt met een kraal of een sluitstuk, valt de snijkant vaak binnen die afwerking en is er niets aan de hand. Bij een vrij liggende rand aan de gevel, waar niets overheen komt, is de blote snede wél iets om rekening mee te houden.
Wat wij daarom aanraden: bepaal bij het uitzetten van het werk welke sneden verborgen blijven en welke rand zichtbaar blijft liggen, en kies de plek van de snede zo dat de kwetsbare kant zoveel mogelijk onder de volgende fels of onder een afwerkprofiel verdwijnt. Dat is geen kwestie van gereedschap, maar van volgorde op de bouw, en die volgorde staat beschreven op klikzink.com.
De felsplaat is 0,55 millimeter dik staal met een zinklaag en daarboven de coating van 50 micrometer. Dat is dun genoeg om met handgereedschap te knippen en dik genoeg om met een cirkelzaag netjes door te zagen, zonder dat de plaat wegbuigt of rafelt. Bij dikkere plaat zou zagen met een fijne tand de voorkeur krijgen omdat knippen dan te veel kracht en te veel vervorming aan de rand geeft; bij deze plaatdikte is knippen voor kortere sneden juist vaak praktischer, en zagen voor lange, rechte lengtes.
De coating zelf is er niet om de snijkant te beschermen, die functie heeft hij nooit gehad; hij is er voor het vlak van de plaat, waar hij intact blijft. Zink daarentegen heeft wel een beperkte offerende werking: waar de coating is doorbroken maar het zink er nog omheen zit, beschermt het zink de rand nog enigszins tegen roest, ook zonder coating. Dat is de reden dat een verzinkte plaat een blote snijkant beter doorstaat dan een plaat zonder zinklaag zou doen. Het is geen vrijbrief om sneden zomaar in het zicht te laten liggen, maar het verklaart waarom een verborgen snijkant in de praktijk geen enkel probleem geeft en een zichtbare snijkant het, dankzij het zink, vaak toch langer uithoudt dan u zou verwachten.
Voor wie zich afvraagt of dat blootleggen van staal en zink ook gevolgen heeft voor de garantie op de plaat: dat is een vraag die apart wordt behandeld, en die het antwoord verdient dat er bij hoort, dus daarvoor verwijzen wij naar de eigen kennisbankpagina over dat onderwerp.
Voor de bouw begint, loont het om drie dingen vast te leggen. Ten eerste: welk gereedschap er wordt gebruikt, en of dat gereedschap geschikt is voor deze plaatdikte en dit materiaal; een fijne tand voor metaal is wat anders dan een grove houtzaag, en dat verschil is precies het verschil tussen een nette rand en een rafelige. Ten tweede: waar de sneden komen te liggen, en welke daarvan zichtbaar blijven. Ten derde: wie de bewerking op de bouw doet, en of die persoon met dit specifieke materiaal al eerder heeft gewerkt; wie dat wil uitzoeken, vindt de achtergrond daarover op de kennisbankpagina die gaat over wie het knippen en zagen normaal gesproken uitvoert.
Wat er vooral niet moet gebeuren, is de plaat op de bouw provisorisch bijzagen met wat er toevallig voorhanden is, in de hoop dat het wel goed komt omdat het toch weggewerkt wordt. Bij een verborgen rand is dat meestal ook zo, maar bij een rand die blijft liggen, is dat precies het moment waarop een dakdekker een jaar later teruggeroepen wordt voor een roestvlekje dat te voorkomen was geweest door vooraf één seconde langer na te denken over waar de snede terechtkomt.
Bepaal bij de voorbereiding van het werk welke onderdelen op maat besteld kunnen worden en welke pas op de bouw worden aangepast; wij zagen en knippen op de millimeter af volgens uw tekening, zonder kosten voor het meedenken daarover. Voor wat er op de bouw zelf nog wordt bijgeknipt of bijgezaagd: leg vooraf vast met welk gereedschap dat gebeurt en waar de snijkant terechtkomt, verborgen of zichtbaar. Heeft u een tekening met een lastige aansluiting, dan denken wij daar kosteloos in mee en kunt u contact opnemen via Boylestraat 22 in Ede.