Klikzink
Een felsbaan die op de bouw arriveert is schoon. Wat er daarna op de coating terechtkomt, is meestal niet het transport zelf maar de bouwplaats erna: metselspecie die tegen een leuning spat, cementwater dat over een pallet loopt, boorstof dat op een liggende baan neerdaalt. Deze pagina gaat over wat u met dat vuil moet doen, hoe snel, en hoe u het lost zonder dat de banen daarbij knikken.
Cement is alkalisch, en een organische coating zoals de onze houdt daar een tijdje tegen, maar niet onbeperkt. Zolang een cementspetter vochtig is, trekt hij in de laag en begint hij daar chemisch iets te doen. Hoe langer dat mag doorgaan, hoe groter de kans dat er een dof of aangetast plekje overblijft dat u er ook met poetsen niet meer uit krijgt. De vuistregel is dus: eraf voordat het uithardt, niet aan het einde van de dag maar aan het einde van de handeling. Ziet u tijdens het metselen een spat op een naastliggende baan vallen, pak dan meteen een spons en water. Wacht niet tot de stelling weg is.
Boorstof is een ander verhaal. Dat is op zichzelf niet agressief, maar het is vaak vermengd met een beetje vocht of vet van de boor, en dan gaat het toch aan de coating plakken en een waas achterlaten als u het droog wegveegt. Blaas boorstof waar mogelijk weg vlak na het boren, met een doek of met lucht, in plaats van het te laten liggen tot de bouw is opgeruimd. Hoe u het boorgat zelf verder afwerkt, staat overigens bij het boren in de plaat, dat is een andere stap dan het schoonhouden van het vlak ernaast.
Lauwwarm water met een neutrale zeep, een zachte spons of doek, en op tijd zijn: dat is voor negentig procent van de vervuiling voldoende. Werk in de richting van de felsbaan, niet dwars erover, en spoel na met schoon water zodat er geen zeepfilm blijft staan die op zijn beurt weer vuil aantrekt. Gebruik geen schuursponsje, geen staalborstel en geen agressief reinigingsmiddel: dat tast de coating sneller aan dan de cementsluier zelf had gedaan. Is de sluier al uitgehard, dan helpt langer inweken met water beter dan harder wrijven. Krassen die u tijdens het schoonmaken toch oploopt, horen niet bij vuil maar bij mechanische schade, en die behandelen we apart bij krassen en beschadigingen.
Denk ook aan wat er ónder de plaat gebeurt. Cementwater dat via een overstek naar beneden loopt en op een liggende voorraad banen terechtkomt, is een klassieke fout op een metselwerk-bouwplaats. Leg voorraad daarom nooit precies onder een plek waar gemetseld of gevoegd wordt, ook niet voor een paar uur, en dek platen die toch in de buurt moeten liggen af.
Felsbanen tot acht meter lengte worden op een lange wagen aangevoerd, meestal een trekker met een dieplader of een speciale platte oplegger die op maat is voor deze lengtes. Dat heeft gevolgen voor hoe u de bouwplaats inricht op de dag van levering. Er moet voor die wagen een rechte aanrijroute zijn, met voldoende draaicirkel om achteruit tot bij de losplek te komen, en de losplek zelf moet vrij zijn van obstakels over de volle lengte van de baan. Een wagen die halverwege de oprit moet keren met acht meter plaat aan boord, is een wagen die de kans loopt de lading te belasten op een manier waarvoor die niet bedoeld is.
Het lossen zelf gaat het beste met een kraan of een heftruck met lange vorken of een balk, ondersteund op minstens twee punten die goed verdeeld zijn over de lengte van de baan. Bij banen van zes meter en langer is ondersteuning op twee punten eigenlijk het minimum; voor de langste maten in het assortiment is een derde steunpunt in het midden verstandig. Zorg dat die steunpunten er al staan voordat de wagen arriveert, niet dat ze worden geïmproviseerd terwijl de baan al hangt. Een baan die tussen twee te ver uiteen geplaatste steunen doorbuigt, hoeft niet meteen blijvend vervormd te zijn, maar de kans daarop neemt met de lengte snel toe. Hoe u dat risico op een geknikte of blijvend doorgebogen plaat verder beperkt, ook los van het lossen, leest u bij vervorming bij het leggen.
Leg ook vast wie er bij het lossen aanwezig is. Eén chauffeur die alleen een wagen van acht meter met dunne plaat probeert te lossen, is een risico voor de plaat en voor de chauffeur. Reken op minstens twee personen, liefst met iemand die de plaat kan begeleiden terwijl de kraan of heftruck het gewicht draagt. Met een plaatdikte van 0,55 mm en een gewicht van ongeveer 5 kg per vierkante meter is een baan van acht meter zwaarder dan hij op het eerste gezicht lijkt, maar nog altijd goed met de hand te sturen zolang het gewicht netjes wordt opgevangen door de kraan.
Zodra de banen liggen, geldt weer dezelfde regel als voor cementsluier: hoe eerder ze op hun definitieve plek liggen of onder droge, schone dekking staan, hoe kleiner de kans op vervuiling, krassen of putjes van vallend gruis. Laat platen niet wekenlang op de bouwplaats liggen te wachten op een volgende fase, en als dat toch niet anders kan, dek ze dan af zodat er geen cementwater, mortelresten of regenwater met bouwstof erin op kan blijven staan. Hoe u de folie die er standaard op zit daarbij het beste laat zitten of verwijdert, staat beschreven bij de beschermfolie.
Spreek met de aannemer af wie er op de bouwplaats verantwoordelijk is voor het schoonhouden van de platen tijdens de metsel- en voegwerkzaamheden, en zorg dat er water, een spons en een schone doek binnen handbereik staan op elke verdieping waar gewerkt wordt. Regel voor de dag van levering een losplek die vrij is over de volle lengte van de langste baan, met minstens twee, bij lange maten drie, ondersteuningspunten al gereed voordat de wagen arriveert. Loopt u tijdens de bouw tegen een vlek aan die niet weggaat met water en zeep, neem dan contact met ons op via Boylestraat 22 in Ede: we denken kosteloos mee, ook als het antwoord simpelweg is dat u die ene baan beter kunt laten vervangen.