Klikzink
Op de plaat zelf boren wij liever niet. De fels is gemaakt om de banen aan elkaar te klikken en vast te zetten met een klem onder de opstaande rand, precies zoals wij beschrijven bij [de klem en de ondergrond](https://klikzink.com). Toch komt boren voor, en dan gaat het vrijwel altijd om een bijkomstigheid: een tijdelijke bevestiging voor transport, een hijsoog voor het lossen van een uitzonderlijk lange baan, of een gaatje voor een doorvoer die pas later verwerkt wordt. Deze pagina gaat over dat boren, in het bijzonder rond het moment dat de banen van de wagen komen.
De meeste felsbanen die wij leveren, lossen zonder dat er een boor bij nodig is. Ze worden met de hand of met een vacuümheffer van de wagen getild en direct op de gording of de dakconstructie gelegd. Bij banen tot een paar meter is dat een kwestie van twee man en een beetje overleg. Bij lange banen, richting de acht meter die op een lange wagen passen, is dat anders. Zo'n baan buigt onder zijn eigen gewicht door als hij aan één kant wordt opgetild, en precies daar ontstaat de verleiding om er een hijsoog of een tijdelijke strop doorheen te boren om hem gecontroleerd te kunnen heffen.
Er zijn een paar situaties waarin een gat in de plaat verdedigbaar is. De eerste is het bevestigen van een hijspunt bij het lossen van een lange baan met een kraan, wanneer de bouwplaats geen andere manier heeft om de baan gelijkmatig te ondersteunen. De tweede is een doorvoer die op de bouw al bekend is, bijvoorbeeld voor een ontluchting of een kabeldoorgang, waarbij het praktischer is om dat gat te boren zodra de baan van de wagen komt dan pas op het dak. De derde is een tijdelijke fixatie: een enkele schroef om de baan tijdens het lossen op zijn plek te houden voordat de klemmen erop komen.
In alle drie de gevallen geldt: het gat is een uitzondering op een systeem dat blind bevestigd wordt, en dat vraagt om een bewuste keuze, niet om een gewoonte. Een dakdekker die standaard een schroef door de plaat zet omdat dat sneller gaat dan wachten op de juiste klem, maakt een gat dat er niet had moeten zijn. Wij denken daarom liever mee op tekening, kosteloos, zodat doorvoeren en bevestigingspunten al vaststaan voordat de plaat gewalst wordt. Dan hoeft er op de bouwplaats niet meer geïmproviseerd te worden met de boormachine.
Als er dan toch geboord wordt, is de ondergrond onder de plaat minstens zo belangrijk als de boor zelf. Staal van 0,55 mm dik geeft nauwelijks tegenstand, en zonder steun onder de plaat drukt de boorpunt de rand van het gat omhoog of vervormt hij de plaat rondom het gat in een deukje. Dat deukje is niet alleen lelijk, het is ook een plek waar water blijft staan en waar de coating extra belast wordt op het punt waar hij het meest kwetsbaar is: bij een doorboring.
De vuistregel is simpel: leg altijd een hard, vlak steunvlak onder het punt waar u boort. Een stuk multiplex of een metalen ondersteuningsblokje onder de plaat voorkomt dat het materiaal meebuigt met de boor. Gebruik een scherpe boor met het juiste toerental voor dun plaatstaal, niet het toerental dat u voor beton of hout zou gebruiken, en boor in één beweging door zonder de plaat te laten "meedraaien". Na het boren verdient de rand van het gat een controle: bramen aan de onderzijde werken als een mesje op de coating van de laag daaronder als de platen op elkaar liggen tijdens transport, en dat is precies het soort schade dat wij liever laten zien hoe te verhelpen bij [bijwerken en herstellen](/felsplaat/transport-en-lossen/bijwerken) dan dat we het laten ontstaan.
Banen tot acht meter worden bij ons op de millimeter afgekort en op een lange wagen geleverd, in bundels die passen bij de lengte en het gewicht van de bestelling. Met een gewicht van ongeveer 5 kg per vierkante meter is een baan van acht meter en 475 mm werkende breedte toch een pak van bijna twintig kilo, dat bovendien onhandig lang is om met twee man op te tillen zonder dat hij doorbuigt.
Om zo'n baan te lossen zonder de fels te beschadigen of de plaat te knikken, moet de bouwplaats vooraf iets klaar hebben staan. Dat is niet de boor, dat is steun over de volledige lengte. Denk aan twee of drie schragen of een tijdelijke lossteiger die de baan over zijn hele lengte ondersteunt zodra hij van de wagen komt, zodat hij nergens op eigen kracht moet overspannen. Zonder die steun ontstaat op precies de plek waar de baan het minst steun heeft een knik, en een knik in koud gevouwen staal van 0,55 mm gaat er met geen enkele hamerslag meer uit. Dat onderwerp, en hoe koude vervorming zich in de plaat gedraagt, werken we verder uit bij [koud vouwen en kanten](/felsplaat/transport-en-lossen/koud-vouwen).
Een kraan met vacuümheffer is voor lange banen vaak de beste oplossing, juist omdat hij het gewicht over de volledige lengte gelijkmatig opneemt in plaats van op één of twee punten. Wie toch met de hand lost, doet er goed aan de baan nooit aan één eind op te tillen: til hem gelijktijdig op meerdere punten, met net zoveel mensen als de lengte vraagt. Een baan van acht meter met twee man tillen is vragen om een knik halverwege.
Als u weet dat een baan tijdens transport of lossen een hijspunt nodig heeft, geef dat door bij de bestelling. Wij denken mee over waar dat punt het beste kan liggen, zodat het niet in het midden van een felsverbinding valt en zodat de rest van de plaat vrij blijft van gaten die niet nodig zijn. Voor de bouwplaats zelf geldt vooral: zorg dat er voldoende steun staat om lange banen over hun volledige lengte op te vangen, en bewaar de boor voor de uitzondering, niet voor de standaardhandeling.
Heeft u een levering met lange banen gepland, of twijfelt u of een doorvoer beter bij ons in de fabriek gemaakt kan worden dan met een boor op de bouw? Neem contact op met Klikzink, Boylestraat 22 in Ede: we kijken kosteloos mee op tekening en sturen desgewenst monsters van de coating mee, zodat u precies weet wat er onder de boor terechtkomt.