Klikzink

Felsplaat: gewicht en toleranties op de maat

Een felsplaat van ons weegt ongeveer 5 kg per vierkante meter. Dat is licht, en dat gewicht is een van de redenen waarom staal in een fels regelmatig de keuze is bij renovatie. Wij zetten hier uiteen wat dat gewicht in de praktijk betekent, en wat u met de maatvoering moet doen zodra de plaat op de bouw ligt en niet meer op de tekening.

Waarom vijf kilo per vierkante meter ertoe doet

Bij nieuwbouw is het gewicht van de dakbedekking meestal geen probleem: de constructie wordt erop berekend. Bij renovatie ligt dat anders. Daar staat een bestaande kapconstructie, vaak van decennia geleden, en die is berekend op wat er toen op lag. Als de bestaande dakbedekking zwaar was, bijvoorbeeld een dikke laag bitumen met grind of oude leien, dan maakt het voor de belasting van de spanten, de gordingen en de fundering nogal wat uit of daar 5 kg per vierkante meter voor terugkomt of drie tot vier keer zoveel. Bij een woonhuis met een kap van 100 vierkante meter praat u dan al gauw over honderden kilo's minder belasting op de constructie. Dat kan het verschil zijn tussen een dak dat u zo mag herbedekken, en een dak waar eerst een constructeur naar moet kijken en misschien gordingen bij moet.

Hetzelfde speelt bij een uitbouw of aanbouw op een lichte houtconstructie, of bij een dakopbouw waar de architect nadrukkelijk licht materiaal wil om de bestaande kolommen niet zwaarder te belasten dan nodig. In die gevallen is het gewicht van de plaat zelf een ontwerpgegeven, niet een bijzaak. Wij geven het gewicht daarom altijd mee als u een opgave vraagt, zodat de constructeur er meteen mee kan rekenen in plaats van dat er achteraf een correctie nodig is.

Wat dit niet is, is een verhaal over de opbouw eronder: hoeveel isolatie daar wel of niet in kan, en wat dat doet met condensvorming, hangt af van de dakhelling en de rest van de constructie. Dat rekenwerk staat bij klikfels.com. Hier gaat het puur om wat de plaat zelf op de weegschaal doet.

Op de millimeter afgekort, en wat dat niet betekent

We leveren de platen op de millimeter afgekort, van 450 tot 8000 mm. Dat klinkt als een garantie dat alles precies past, maar die garantie geldt alleen voor de plaat. Ze geldt niet voor het gebouw waar de plaat straks op moet liggen.

Een dakvlak dat vijftien meter lang is, is in de tekening vijftien meter. In de werkelijkheid is de ene kant misschien 14.996 en de andere 15.008, omdat de metselaar een steen anders heeft gelegd, de gording een fractie is doorgezakt, of de dakrand nooit helemaal haaks is uitgezet. Bij een aanbouw op een bestaand pand komt daar vaak nog bij dat de oude gevel zelf niet meer helemaal recht staat na tientallen jaren zetting. Wie dan een baan bestelt op precies de maat uit de tekening, en verwacht dat hij op de millimeter in het vlak valt, komt bedrogen uit. Niet omdat de plaat verkeerd is afgekort, maar omdat het gebouw niet is wat de tekening zegt dat het is.

De oplossing is niet om de plaat de speling te laten opvangen. Een felsplaat is stijf in de lengte en je kunt hem niet zomaar een centimeter laten meebuigen om een oneffenheid te compenseren zonder dat je risico loopt op een golf in het vlak of spanning op de fels. De speling hoort te zitten in hoe u inmeet en bestelt, niet in de plaat achteraf. Hoe u dat in de praktijk aanpakt, met opmeten op de bouw zelf in plaats van van tekening, leggen we uit bij [toleranties op de maat](/felsplaat/toleranties).

Inmeten vóór bestellen, opvangen tijdens de uitvoering

In de praktijk werkt het zo dat u niet de tekening belt, maar het dak. Vóór u de einddefinitieve maat doorgeeft, meet u het vlak zelf op, het liefst op meerdere punten: bovenkant, onderkant, en een paar keer ertussen. Bij een rechthoekig vlak meet u ook de diagonalen. Wijken die van elkaar af, dan staat de kop niet haaks, en dat is precies het soort afwijking dat u bij het bestellen wilt weten, niet bij het leggen.

Zodra u die getallen heeft, kunt u kiezen: u bestelt op de kleinste maat die u tegenkomt, met een kleine marge, en werkt de rest bij op de bouw. Of u laat de plaat iets ruimer aanleveren en kort hem zelf af waar nodig. Dat laatste vraagt om gereedschap en een werkplek op de bouw, en dat behandelen we in detail bij [de plaat afkorten op de bouw](/felsplaat/toleranties/afkorten-op-de-bouw). Een enkele keer is knippen of zagen een handiger route dan het hele stuk opnieuw laten aanleveren; ook dat heeft zijn eigen aandachtspunten, die we apart uitwerken.

Wat vaak misgaat, is dat een aannemer de tekeningmaat een-op-een doorgeeft, de baan op maat laat aanleveren, en dan op de bouw ontdekt dat de gevel over de lengte drie centimeter uit het lood loopt. Dan past de plaat nergens meer precies, en moet er alsnog bijgewerkt worden, maar dan onder tijdsdruk en met een plaat die daar niet voor bedoeld was. Een paar minuten extra opmeten vooraf scheelt op zo'n moment een halve dag frustratie.

Gewicht en tolerantie samen op de bouwplaats

De twee onderwerpen raken elkaar op de bouw meer dan je zou denken. Doordat de plaat licht is, ongeveer 5 kg per vierkante meter, is hij met twee man goed te tillen en te positioneren, ook op een steile gevel of een lastig bereikbaar dakvlak. Dat geeft ruimte om een baan nog even te verschuiven of opnieuw aan te leggen als bij het passen blijkt dat de maat net niet klopt met wat er in werkelijkheid ligt. Bij een zwaar plaatmateriaal is zo'n correctie een stuk lastiger, en dat leidt eerder tot geforceerd passen, met alle risico op vervorming van dien.

Dat neemt niet weg dat u de plaat wel met zorg moet hanteren: hoe u een lange baan optilt en draagt zonder hem te laten doorbuigen of knikken, staat apart beschreven, want ook een lichte plaat kan blijvend vervormen als hij verkeerd wordt vastgepakt. Bij het positioneren van een baan die net iets anders valt dan verwacht, is het ook goed om te weten wanneer een lichte golf in het materiaal er vanzelf weer uit trekt en wanneer niet; dat onderwerp staat bij vervorming tijdens het leggen.

Ook temperatuur speelt mee bij het bijwerken op de bouw. De plaat is koud vouwbaar tot -15 graden, dus in de praktijk hoeft u bij normale winterse omstandigheden niet te wachten met corrigeren tot het warmer wordt. Wel gedraagt staal zich anders in de kou dan in de zomerzon, en dat is relevant zodra u met kleine speling werkt: een paar millimeter uitzetting door temperatuurverschil kan precies het verschil maken tussen wel of niet passen bij een krappe tolerantie. Staal zet ongeveer half zoveel uit als zink, wat het voorspelbaarder maakt, maar nul is het niet.

Waar u nu op let

Houd bij het bestellen aan dat de plaat zelf tot op de millimeter klopt, maar dat het gebouw dat zelden doet. Meet daarom het vlak zelf op voordat u de eindmaat doorgeeft, reken het gewicht van 5 kg per vierkante meter mee zodra de constructie eronder daar aanleiding toe geeft, en spreek van tevoren af of u de tolerantie opvangt door ruim te bestellen en bij te werken, of door strak te bestellen en op de bouw te corrigeren. Wilt u dat wij mee laten denken op tekening, dat kost niets: stuur uw maatvoering naar Klikzink, Boylestraat 22, 6718 XM Ede, en wij kijken mee voordat de plaat de wals in gaat.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink