Klikzink

Gewicht en banenindeling van het felsplaat vlak

Een felsplaat van ons weegt ongeveer 5 kg per m2. Dat lijkt een detail dat u pas achteraf op de pakbon controleert, maar het is een van de eerste dingen die meetellen zodra u de banenindeling van het vlak gaat bepalen. Hoeveel gewicht de ondergrond te verduren krijgt, bepaalt namelijk mede hoe vrij u bent in het kiezen van baanbreedtes en de plek waar u begint met leggen.

Bij nieuwbouw is dat gewicht meestal geen probleem. De constructeur rekent de dakopbouw door voordat er een schroef in zit, en 5 kg per m2 is in vergelijking met bijvoorbeeld dakpannen of een dikke bitumen laag aan de lichte kant. Bij renovatie ligt dat anders. Daar vervangt u vaak een bestaande dakbedekking die zwaarder was, en is de vraag niet of de constructie de nieuwe felsplaat kan dragen, maar of u met dat lagere gewicht ineens ruimte overhoudt voor een andere opbouw, of dat de bestaande gordingen en spanten juist de reden zijn waarom er voor felsplaat gekozen is. In dat laatste geval is het gewicht per m2 niet zomaar een cijfer op een technisch blad, maar de reden dat het project doorgaat zoals het gepland stond.

Waarom de eerste baan de rest bepaalt

De banenindeling van het vlak is in de kern een rekensom: de totale breedte van het dak of de gevel gedeeld door de werkende breedte van 475 mm per baan. Die som klopt bijna nooit precies. Er blijft een rest over, en de vraag is waar die rest komt te liggen. Begint u met een volle baan tegen de linkerkant van het dakvlak, dan valt de smalle reststrook automatisch rechts. Begint u in het midden en werkt u symmetrisch naar beide zijden, dan krijgt u twee gelijke reststroken aan de randen, wat op een groot, goed zichtbaar vlak vaak rustiger oogt dan één smalle strook aan één kant.

Die keuze maakt u vóór de bestelling, niet erna. Wij korten de platen desgewenst tot op de millimeter af, van 450 tot 8000 mm, dus de banenindeling die u tekent, is de banenindeling die wij leveren. Een voorbeeld uit de praktijk: een dakvlak van 6,20 meter breed levert bij een werkende breedte van 475 mm dertien volle banen op met nog 145 mm over. Legt u die 145 mm als één smalle strook tegen de dakrand, dan valt hij op sommige daken op als een onrustige naad naast de gootlijn. Verdeelt u hem symmetrisch, dan ontstaan er twee stroken van ruim 7 cm aan weerszijden, die minder de aandacht trekken. Wij werken dit graag met u uit op tekening; dat meedenken kost niets en scheelt op de bouw een hoop puzzelwerk met een rolmaat.

Hoe het gewicht de logistiek op de bouw stuurt

Het gewicht van 5 kg per m2 werkt niet alleen door in de constructie, maar ook in de manier waarop u het vlak indeelt met het oog op transport en montage. Een baan van 8 meter lang en 475 mm breed weegt ruim 19 kg. Dat is met twee man goed te tillen en te plaatsen, maar het bepaalt wel of u de banen los aandraagt of in pakketten. Bij een banenindeling met veel korte, verspringende lengtes — bijvoorbeeld bij een dakvlak met dakkapellen of schoorstenen — telt dat gewicht per baan op tot een aanzienlijk aantal manuren dragen en positioneren. Hoe u de platen optilt en verplaatst zonder ze te beschadigen, leggen wij apart uit bij het onderdeel over het tillen en dragen van de plaat.

Bij een strak, ongedeeld vlak zonder obstakels is de afweging vaak andersom: daar loont het om zo veel mogelijk met volle lengtes te werken, omdat elke naad in de banenindeling een extra fels betekent en dus een extra bewerkingsmoment op de bouw. Het gewicht per m2 is dan niet de beperkende factor, maar de indeling van het vlak zelf, waarbij u afweegt hoeveel volle banen passen en hoe de reststrook het beste valt. Hoe u die reststrook precies markeert en afkort als de plaat al op de bouw ligt, staat beschreven bij het afkorten op de bouw.

Symmetrisch indelen of tegen een zijde aan

De keuze tussen symmetrisch indelen en tegen een zijde aan werken hangt niet alleen af van hoe het vlak eruitziet, maar ook van waar de aansluitingen zitten. Loopt het dakvlak dood tegen een schoorsteen, een dakkapel of een gevelhoek, dan ligt het voor de hand om vanaf dat vaste punt te beginnen en de reststrook aan de vrije zijde te laten vallen, waar hij minder opvalt. Is het vlak vrij van obstakels en aan beide zijden goed zichtbaar, dan is symmetrisch indelen vaak de betere keuze, ook al levert dat twee reststroken op in plaats van één.

Deze afweging maakt u los van de vraag hoe de plaat aan de ondergrond bevestigd wordt of welke klem daarbij past; dat behandelen wij niet hier, maar op klikzink.com. Ook de vraag hoe de kleur van de reststrook zich verhoudt tot de rest van het vlak, en of een symmetrische indeling rustiger oogt door de lage glansgraad van de coating, leggen wij uit op zinklook.com. Wat hier telt, is alleen de maat: welke baanbreedte overblijft, en waar die het beste past binnen de lengte die u besteld heeft.

Wat u nu kunt doen

Meet het dakvlak of het gevelvlak zo nauwkeurig mogelijk op, inclusief de plek van eventuele doorbraken, en reken de banenindeling door op basis van de werkende breedte van 475 mm. Bepaal vervolgens of u de reststrook symmetrisch verdeelt of tegen een vaste zijde legt, en houd daarbij rekening met het gewicht van 5 kg per m2 als dat gezien de bestaande constructie een rol speelt, zoals bij renovatie vaak het geval is. Stuur ons de maatvoering en de gewenste indeling; wij korten de banen op de millimeter af en denken op tekening met u mee, zonder dat daar kosten aan verbonden zijn. Op verzoek sturen wij ook monsters van de drie beschikbare kleuren mee, zodat u de indeling op het vlak kunt beoordelen voordat de bestelling de deur uit gaat.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink