Klikzink
De felsbaan is koud vouwbaar tot -15 graden. Dat getal staat op de rol en het klopt, maar het vertelt niet wat er misgaat als iemand op de bouw denkt dat het dus altijd en overal net zo snel kan als op een zomerdag in de werkplaats. De meeste schade die wij achteraf te zien krijgen, is niet ontstaan doordat de plaat de kou niet aankon. Hij is ontstaan doordat er te snel, te scherp of op het verkeerde moment is gevouwen.
De fout die wij het vaakst tegenkomen is een te kleine straal op de kant. Iemand zet de plooibank op de gok, de kant lijkt strak en netjes, en drie weken later zit er op precies die lijn een fijn wit lijntje in de coating. Dat lijntje is geen vuil en gaat er niet af: het is scheurvorming in de laag van 50 micrometer die over het verzinkte staal ligt. Het staal zelf is niet stuk, maar de coating wel, en op die plek begint vroeg of laat roestvorming onder de verf. Het kost u dan niet de plaat, maar wel het paneel: de kant moet eruit, of hij blijft zichtbaar zwak op een plek die je juist waterdicht wilde maken. Wat de kleinste toelaatbare straal precies is en hoeveel tijd een vouw bij die straal vraagt, zetten wij uiteen bij [wat koud vouwen en kanten kost aan straal en tempo](/felsplaat/koud-vouwen/wat-kost-het); hier gaat het erom waarom mensen die grens overschrijden zonder het te merken.
Staal wordt bij kou stugger. Niet onwerkbaar, maar wel minder soepel dan bij 15 graden in de hal. Wie in de winter buiten met dezelfde snelheid en dezelfde instelling van de plooibank werkt als in de zomer, drukt de plaat in feite harder in de vouw dan nodig is. Het staal geeft dan lokaal net iets meer mee dan de coating kan volgen, en precies op de buitenzijde van de kant - waar de rek het grootst is - ontstaan de fijne haarscheurtjes die u soms pas na een regenbui ziet, als het water erin trekt en de plek donker kleurt. De regel die wij aanhouden: hoe lager de temperatuur, hoe rustiger de vouw. Geen andere machine, geen ander mes, gewoon minder haast en een iets ruimere straal dan de tabel op een aangenaam dagje in mei zou toestaan.
Een tweede fout die met de eerste samenhangt, is dat mensen bij vorst de plaat eerst een tijd laten liggen in de kou voordat ze hem vouwen, en denken dat het dan wel meevalt omdat de plaat er niet anders uitziet. Koud staal buigt niet zichtbaar anders, het buigt wel degelijk anders. Een baan die 's ochtends om acht uur bij -8 graden van de vrachtwagen komt, is aan de binnenkant van de rol nog kouder dan de buitenlucht al aangeeft, en juist die kern is stugger dan de rand. Vouwen zonder de plaat even op temperatuur te laten komen - een kwartier tegen de zon, of binnen bij de plooibank - is vragen om precies dat witte lijntje.
Er is ook een fout die niet meteen een scheur geeft maar die wel de reden is waarom een kant later gaat lekken: het opnieuw vouwen van een al gevouwen kant. Op de bouw gebeurt dit als een paneel net niet past en iemand denkt de kant "een slag scherper" te zetten om een millimeter te winnen. De coating heeft op die plek al rek achter de rug van de eerste vouw. Een tweede vouw op dezelfde lijn haalt daar de laatste marge weg, ook als er met het blote oog niets te zien is. Als u daar later een klem onderzet, zoals wij beschrijven bij [de bevestiging met klemmen onder de fels](/felsplaat/koud-vouwen/wie-doet-het) - dat gaat overigens over wie de vouw zet, niet over de klem zelf, dat leest u op klikzink.com - dan drukt die klem precies op een kant die al op zijn randje stond. Vandaar onze regel: een kant die niet goed valt, wordt niet bijgebogen maar opnieuw besteld of ter plekke opnieuw ingekort op een andere lijn.
Het vervelende aan coatingschade door verkeerd vouwen is dat hij bijna nooit meteen zichtbaar is voor de opdrachtgever. De plaat ligt erop, het dak is dicht, iedereen gaat naar huis. Pas na een winter met vorst, dooi en weer vorst zet het water in de haarscheur zich uit en trekt de schade open. Dan moet er een deel van het dak open om één kant te vervangen, terwijl diezelfde kant bij aanleg met een iets ruimere straal en een iets rustiger tempo gewoon goed was geweest. Dat is geen garantiekwestie in de zin van een polis, maar wel een kwestie van wie het risico droeg op het moment dat er gevouwen werd. Als u wilt weten hoe wij daar in de praktijk mee omgaan wanneer de plaat al op de bouw ligt, leest u dat bij de pagina over de garantie op koud vouwen en kanten - dat gaat over aansprakelijkheid, niet over de vouwtechniek zelf, en staat dus niet hier.
Op de bouw is er geen laboratorium om coatingscheuren te meten, maar er zijn twee simpele controles die veel voorkomen van fouten opvangen. Ten eerste: voel de binnenkant van een net gevouwen kant met uw vingers. Een gladde, doorlopende kant voelt overal even strak; een kant met beginnende scheurvorming voelt op de top van de vouw net iets ruwer, als fijn schuurpapier. Ten tweede: bekijk de kant in laagstaand licht, bijvoorbeeld aan het einde van de dag. Haarscheurtjes in de coating breken het licht anders dan de rest van het vlak en worden dan zichtbaar als een dun mat lijntje, terwijl ze in fel daglicht onopvallend blijven. Beide controles kosten een paar seconden per kant en voorkomen dat een fout pas na de eerste winter aan het licht komt.
De derde controle is er een van voorbereiding, niet van inspectie: laat de plaat bij vorst even acclimatiseren voordat er gevouwen wordt, en zet de plooibank bij twijfel een fractie ruimer in dan de tabel voor kamertemperatuur aangeeft. Dat kost op een gemiddelde bouwdag een paar minuten. Een kant die eruit moet omdat de coating na een winter is opengetrokken, kost een middag, een steiger en een discussie over wie dat betaalt.
Wij denken graag mee als u twijfelt over een specifieke situatie, met een tekening of gewoon een foto van de plooibank op de bouw. Dat meedenken kost niets. Neem daarvoor contact op met Klikzink, Boylestraat 22, 6718 XM Ede, en wij kijken met u mee voordat de eerste kant gezet is.