Klikzink

De snijkant afwerken bij een tekening aanleveren

Elke keer dat een felsplaat wordt afgekort, gezaagd of geknipt, ontstaat een snijkant zonder zinklaag. De plaat zelf is Sendzimir verzinkt: 275 gram zink per vierkante meter aan beide zijden, met daarover de organische coating van 50 micrometer die het staal beschermt tegen weer en wind. Die twee lagen liggen om het plaatoppervlak heen, maar niet om de rand die bij het afkorten ontstaat. Op die paar tienden van een millimeter ligt kaal staal.

In de praktijk maakt dat lang niet altijd iets uit. Een rand die verdwijnt onder een fels, onder een klem of onder een overlap zit droog en wordt nooit blootgesteld aan regen of condens. Zo'n snijkant heeft verder geen aandacht nodig; hij ligt beschermd door de constructie eromheen. Anders wordt het bij een rand die in het zicht blijft of die water te verduren krijgt: bijvoorbeeld bij een eindkap, een aansluiting op een dakraam, of waar de plaat vrij uitloopt boven een goot. Daar helpt het om de kale rand te ontzien: niet erover schuren, geen agressief reinigingsmiddel gebruiken, en waar mogelijk de rand laten aflopen richting een plek waar water snel weg kan. Hoe u het zagen en knippen zelf het beste aanpakt, staat uitgewerkt bij [zagen en knippen bij een tekening aanleveren](/felsplaat/tekening-aanleveren/zagen-en-knippen); hier gaat het puur om wat er na die snede met de rand gebeurt.

Daarnaast blijven er bij het snijden metaalspanen achter op het vlak van de plaat. Die spaantjes zijn klein en lijken onschuldig, maar ze roesten razendsnel omdat ze geen zinklaag en geen coating hebben. Blijven ze liggen op een plaat die nog gemonteerd moet worden, dan trekken ze binnen een paar uur een roestvlekje op het gecoate oppervlak, en dat vlekje verdwijnt niet meer met een doek. Veeg het vlak daarom na iedere snede leeg, of laat de spanen er nooit langer liggen dan het karretje ervoor nodig heeft. Op een winderige dag waait het grootste deel er vanzelf af, maar op een dag zonder wind, of bij montage in de luwte van een gevel, is dat vegen echt met de hand nodig. Dat is een kwestie van gewoonte op de bouw, geen ingewikkelde handeling, maar wel een die nogal eens wordt overgeslagen omdat de plaat er in eerste instantie schoon uitziet.

Wie merkt dat een snijkant tóch in het zicht komt en tóch nat wordt, kan dat het beste vóóraf voorkomen in plaats van achteraf herstellen. Dat begint bij de banenindeling: hoe legt u het vlak zo uit dat de snijkanten waar mogelijk onder een volgende baan of onder een afwerkprofiel verdwijnen? Dat is precies waar een tekening voor dient, en waar wij graag in meedenken. Meedenken op tekening kost u niets: stuur ons de maten van het vlak, geef aan waar het water op afloopt en waar de aansluitingen zitten – op een nok, een dakraam, een dakrand, een gevelhoek – en wij zetten dat om in een banenindeling met een minimum aan losse sneden op de bouw. Hoe minder er ter plaatse wordt afgekort, hoe minder kale snijkanten er ontstaan, en hoe minder u daarover na hoeft te denken tijdens de montage.

Een voorbeeld uit de praktijk: bij een zadeldak met een dakraam middenin het vlak kiezen wij de baanbreedte zo dat de rand rond het dakraam precies op een felsnaad uitkomt, in plaats van dat er een losse strook naast het raam moet worden bijgezaagd. Die laatste oplossing geeft twee extra snijkanten die allebei in het zicht liggen en allebei nat kunnen worden bij regen die van het glas afloopt. Door de indeling vooraf op tekening te bepalen, valt die situatie te voorkomen. Hetzelfde geldt bij een gevel met een raamstrook: leg de baanmaten zo vast dat de plaat in zijn volle lengte doorloopt tot aan de negge, in plaats van dat er onderaan een reep wordt afgezaagd die op ooghoogte blijft hangen.

Om die banenindeling te kunnen maken, hebben wij een paar gegevens van u nodig, en die vraagt u zich als aannemer of dakdekker vaak toch al af: de exacte maten van het vlak inclusief eventuele verspringingen, de aflooprichting van het water, en de plek van iedere aansluiting die de plaat onderbreekt of raakt, zoals een schoorsteen, een lichtstraat of een dakkapel. Hoe vroeger die tekening bij ons ligt, hoe meer ruimte er is om de indeling zo te kiezen dat er op de bouw zo weinig mogelijk gesneden hoeft te worden. Onze walsmachines korten de platen af op de millimeter, van 450 tot 8000 millimeter, dus een goed doordachte indeling op papier komt ook echt zo van de wals: geen extra rondje zagen nodig omdat de tekening niet klopte met de levering.

Overigens gaat deze aanpak alleen over de plaat zelf: hoe u de indeling zo kiest dat er weinig sneden ontstaan en hoe u die sneden zelf verzorgt. Hoe de plaat vervolgens vastkomt te zitten, met welke klem en op welke ondergrond, leest u niet hier maar bij Klikzink.com. En als een snijkant precies samenvalt met de plek waar straks een montageframe voor zonnepanelen komt te staan, is dat iets om in dezelfde tekening mee te nemen; de technische kant daarvan behandelen wij niet hier, maar op solarfels.com.

Een laatste punt dat aannemers soms vergeten: de kale snijkant is een ander vraagstuk dan een kras of beschadiging in de coating zelf. Een snijkant is bedoeld en onvermijdelijk; een kras is schade die u wilt voorkomen. Wat daarbij wel en niet erg is, staat beschreven bij [krassen en beschadigingen bij een tekening aanleveren](/felsplaat/tekening-aanleveren/krassen). Wie beide onderscheidt, weet ook beter waar aandacht wél nodig is en waar niet: een rand die wegvalt onder de volgende baan hoeft u niet te sparen als een kwetsbaar oppervlak, maar het vlak daarnaast wel.

Wat u nu kunt doen, is simpel: stuur ons de tekening van het vlak met de maten, de afloop van het water en de plaats van de aansluitingen. Wij denken gratis mee over de banenindeling, zodat er zo weinig mogelijk op de bouw gesneden hoeft te worden en de snijkanten die overblijven precies daar liggen waar ze het minst kwaad kunnen.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink