Klikzink
Elke keer dat u een felsbaan doorknipt of doorzaagt, ontstaat een rand zonder zinklaag. De coating en de verzinking van 275 g/m² liggen namelijk aan beide oppervlakken van de plaat, niet op de kern. Snijd u dwars door het materiaal, dan ligt daar voor een fractie van een millimeter kaal staal. Bij een lange dakvlakte met honderden meters felsbaan is dat een verwaarloosbaar deel van het totale oppervlak. Bij een dakkapel, een luifel of een gevelstrook met maar tien of twintig meter aan platen ligt dat anders: verhoudingsgewijs snijdt u daar veel meer rand per vierkante meter dan op een groot dak, en juist op zo'n klein object valt elke rand ook meer op.
Dat kale randje is geen fabricagefout en geen reden om de plaat af te keuren. Staal roest niet vanzelf omdat er ergens een snee in zit; er moet water bij kunnen komen en blijven staan. Op een verticale gevelstrook loopt water langs de snijkant weg en droogt die snel op. Op een liggend vlak, bijvoorbeeld de horizontale rand van een luifel of het onderste stuk van een dakkapel waar de plaat afloopt in een goot, kan diezelfde snijkant wél een tijd vochtig blijven. Daar loont het om iets langer bij de rand stil te staan dan op een schuin dakvlak waar alles direct afwatert.
Als u de rand wilt afwerken, doet u dat met een zinkstift of een reparatielak die specifiek voor verzinkt staal is gemaakt, aangebracht in een dun laagje precies op de snede. Dat is geen esthetische ingreep en heeft niets met de kleur van de plaat te maken; hier gaat het puur om het dichten van kaal staal, en de gekozen kleur of glansgraad van de coating laten wij dan ook liggen voor zinklook.com. Verf niet de hele plaat bij en gebruik geen gewone lak: die hecht niet goed op zink en beschermt het onderliggende staal niet op de manier die de zinklaag zelf doet.
Naast de snijkant zelf is er nog iets dat bij kleine hoeveelheden makkelijk over het hoofd wordt gezien: de spanen die tijdens het knippen of zagen op het vlak van de plaat terechtkomen. Bij een grote levering verspreiden die zich over veel platen en veel oppervlak; bij tien of twintig meter felsbaan voor een dakkapel liggen ze relatief geconcentreerd op een klein stuk plaatwerk, en vaak op precies het deel dat straks in het zicht komt.
Die spanen zijn zelf van staal en hebben geen beschermlaag. Blijven ze liggen, dan roesten ze in de buitenlucht binnen een paar dagen en laten een bruin puntje achter op het vlak. Dat puntje is niet de plaat die roest, het is het staaldeeltje zelf dat oxideert, maar het ziet er hetzelfde uit en trekt op een klein, goed zichtbaar dakvlak sneller de aandacht dan op een groot dakvlak verderop. Veeg of blaas de spanen daarom weg zodra u een baan hebt afgekort, voordat de eerste regen erover valt. Bij een klein project met weinig platen is dat een kwestie van seconden per baan; het is vooral een gewoonte die u aan het begin van de dag moet aanleren, want bij twee of drie platen is de verleiding groot om het er even bij te laten liggen tot het einde van de klus.
Het is dus zaak twee dingen niet met elkaar te verwarren: de snijkant zelf, waar de zinklaag ontbreekt en die u eventueel bijwerkt, en de losse spanen op het vlak, die u gewoon verwijdert. Het eerste is een kwestie van coating en verzinking, het tweede een kwestie van bouwplaatshygiëne.
Bij een groot dak wordt vaak op de millimeter besteld en vallen de snijranden voor het grootste deel samen met de randen van het dakvlak zelf, waar toch al een aansluiting of daktrim komt. Bij een dakkapel of een luifel ligt dat anders: relatief gezien maakt u meer sneden per vierkante meter, simpelweg omdat het object klein is en er verhoudingsgewijs meer op maat gemaakt en ingepast moet worden. Elke inwendige hoek, elke overgang naar een kraal of een aansluiting brengt een extra snede met zich mee.
Dat is een goede reden om bij een kleine hoeveelheid vooraf goed na te denken over waar de sneden vallen. Kunt u een baan zo positioneren dat de snijkant wegvalt onder een volgende plaat of onder een afdekprofiel, dan hoeft u daar niets aan te doen; die rand ligt droog en uit het zicht. Valt de snee midden op een zichtbaar en horizontaal vlak, dan is bijwerken met zinkstift de moeite waard. Bij twintig meter plaat overziet u dat vooraf op de tekening; bij tweehonderd meter is dat ondoenlijk en werkt men met een algemene regel voor de hele bouwplaats.
Ook het gereedschap waarmee u de plaat doorsnijdt, speelt hierbij een rol, al gaat het dan niet meer om de rand zelf maar om hoeveel warmte er bij het snijden vrijkomt: een slijptol verhit de rand meer dan een schaar of een knabbelschaar en kan de coating net naast de snede laten verkleuren. Welk gereedschap voor uw hoeveelheid en uw type snede het meest voor de hand ligt, zoals wij uitleggen bij [gereedschap kiezen bij kleine hoeveelheden felsplaat](/felsplaat/kleine-hoeveelheden/gereedschap), bepaalt dus mede hoeveel er aan de rand zelf te doen is.
Wij korten felsbanen op de millimeter af bij levering, van 450 tot 8000 mm, zodat u op de bouw idealiter niet meer hoeft te knippen of te zagen. Bij een dakkapel of gevelstrook met een paar afwijkende maten is het verleidelijk om toch met iets langere platen te werken en de laatste slag zelf te maken. Dat kan, maar dan ontstaat op de bouw dezelfde kale snijkant als hierboven beschreven, en dan zonder de rustige omstandigheden van een werkbank in de fabriek. Wat er verandert wanneer die laatste snede op de bouw zelf valt in plaats van bij de levering, staat uitgewerkt bij [de felsplaat afkorten op de bouw](/felsplaat/kleine-hoeveelheden/afkorten-op-de-bouw); voor de fels aan de lange zijde van de baan, die u nooit zelf doorsnijdt maar wel meebestelt op maat, geldt weer een ander verhaal.
Voor de meeste kleine projecten is de conclusie eenvoudig: bestel de platen zo precies mogelijk op maat, zodat het aantal sneden en dus het aantal kale randjes tot een minimum beperkt blijft. Geef bij twijfel de maatvoering van uw dakkapel, luifel of gevelstrook aan ons door; wij denken op tekening mee zonder dat dit iets kost, en zo valt precies te bepalen waar een snee onvermijdelijk is en waar niet.
Stuur uw maatvoering of schets naar ons door, dan werken wij die om naar afgekorte platen waarbij zo weinig mogelijk sneden op de bouw nog nodig zijn. Moet er toch ter plekke worden ingekort, houd dan een zinkstift bij de hand voor randen op liggende of goed zichtbare vlakken, en veeg spanen na elke snede meteen van het vlak.