Klikzink
Elk monster dat wij versturen is op maat gesneden of geknipt uit een grotere baan. Dat snijden gebeurt na het verzinken en coaten van de plaat, want de banen komen als continu materiaal van de wals en worden pas daarna op de gevraagde lengte afgekort. Het gevolg is dat de snijkant zelf, die paar tienden van een millimeter waar het staal is doorgesneden, geen zinklaag en geen coating meer heeft. Daar ligt kaal staal. Wie een monster in de hand krijgt en met een vinger over de rand gaat, voelt dat vaak al: de rand is scherper en kaler dan het vlak, en bij goed licht is te zien dat hij een andere kleur heeft dan de rest van de plaat.
Dat is geen fout en geen tekortkoming van het monster. Het is een direct gevolg van hoe een felsplaat wordt gemaakt: eerst het strip verzinken, dan coaten, dan pas op maat brengen. Iedere plaat die u ooit besteld, van 450 mm tot 8000 mm, heeft aan de kopse kanten diezelfde onbehandelde snijkant. Het monster laat u dus precies zien wat er ook met uw bestelde platen gebeurt, en dat is nuttig om te weten voordat u met een dakvlak aan de slag gaat.
Op de meeste plekken op een dak of gevel is de onbehandelde rand geen probleem. Bij een felsverbinding wordt de rand van de ene baan in de opstaande fels van de naastliggende baan gevouwen, zoals ook gebeurt bij het koud vouwen van de plaat op de bouw. De snijkant verdwijnt dan binnen in de fels, uit het zicht en uit de wind en het water. Bij de kopse aansluiting op een nok of goot geldt iets vergelijkbaars: die rand wordt afgedekt door een profiel of ligt verscholen onder een overlap, zoals wij uitleggen bij de aansluiting op de nok. In geen van die gevallen ligt de kale rand blootgesteld aan regen die erop blijft staan, en dat is de reden dat een snijkant in de praktijk zelden tot roestvorming leidt.
Waar het wel aandacht vraagt, is een rand die na het afkorten open en blootgesteld blijft liggen, bijvoorbeeld bij een tijdelijke stapelrand op de bouwplaats of bij een plaat die is afgekort voor een detail dat nog niet is afgewerkt. Blijft daar wekenlang regenwater op staan, dan kan de kale rand langzaam gaan verkleuren voordat hij in het definitieve detail verdwijnt. Dat is een kwestie van bouwvolgorde en opslag, niet van het materiaal zelf: zodra de rand is opgenomen in de felsverbinding of achter een afdekprofiel, is er niets meer aan het oppervlak dat aan weer en wind blootstaat.
Bij het knippen of scheren van staal komen kleine metaalspanen los. Die spanen zijn niet de coating van de plaat zelf, maar restjes van het snijproces, en ze kunnen op het vlak van de plaat blijven liggen als ze niet worden weggeveegd. Laat u die spanen liggen, dan gaat elk spaantje op zijn eigen plek een beginnend roestvlekje vormen, ook al is de plaat daaronder onaangetast. Dat ziet u soms terug als kleine, verspreide bruine puntjes op een verder onbeschadigd vlak, en het wordt geregeld verward met een probleem van de plaat, terwijl het gewoon opgeruimd zwerfmateriaal van het snijden is.
Op de bouw is de vuistregel simpel: na het afkorten van een plaat het vlak schoonvegen of afblazen voordat de plaat wordt gemonteerd, en dat zeker doen voordat er een volgende plaat overheen wordt gelegd of gestapeld. Bij een monster hoeft u dat niet zelf te doen, wij leveren het schoon, maar het is wel de reden dat een net gesneden plaat op de bouwplaats meer aandacht verdient dan een plaat die al een tijdje ligt: vlak na het knippen is de kans op losse spanen het grootst.
Een monster van tien bij vijftien centimeter is precies groot genoeg om de rand, het vlak en de coating te bekijken, maar te klein om iets te zeggen over hoeveel snijkant er in uw project ontstaat. Op een enkele baan van acht meter zijn er twee kopse sneden. Op een dakvlak dat is opgebouwd uit twintig kortere stroken, met hoekkepers, dakramen en aansluitingen op de gevel, zijn er veel meer sneden, en dus veel meer kaal metaal dat ergens een detail moet krijgen. Dat is een rekenwerk dat u met een monster in de hand niet kunt doen; het hoort bij de verdeling van de baanlengtes over het dakvlak, iets waar wij op tekening graag in meedenken, zonder dat dat u iets kost.
Een monster laat u ook niet zien hoe de rand zich gedraagt in een felsverbinding onder spanning, bijvoorbeeld bij een grote plaat die bij lage temperatuur is gemonteerd en die vervolgens uitzet in de zon. Het materiaal zet ongeveer half zoveel uit als zink, en die beweging speelt zich af over de volle lengte van de baan, niet over de paar centimeter van een handpalm. Voor de vraag hoe de fels en de klem die beweging opvangen, verwijzen wij u door naar de bevestiging, zoals behandeld op klikzink.com; dat gaat over de klem en de ondergrond, niet over de plaat zelf, en valt dus buiten wat wij hier bespreken.
We leveren monsters van alle drie de matte kleuren waarin de plaat verkrijgbaar is. Aan de snijkant verandert daarbij niets: in elke kleur is de coating 50 micrometer dik en ligt die over het hele vlak, terwijl de rand zelf, ongeacht de kleur die u kiest, onbehandeld staal blijft. Als u de kleuren naast elkaar legt om te zien hoe ze verschillen in tint of in de manier waarop ze het licht opvangen, kijkt u dus naar het vlak en niet naar de rand. Voor die vergelijking van kleur en glans, en hoe een kleur op een gevel of een dak overkomt, is zinklook.com de juistere plek; die site gaat over het uiterlijk, terwijl wij hier bij de plaat zelf blijven.
Als u een monster aanvraagt, bekijk dan gerust de rand: die vertelt u eerlijk wat er met elke plaat gebeurt die wordt afgekort. Onthoud vervolgens dat die rand op de bouw vrijwel altijd verdwijnt in een felsverbinding of achter een afwerkprofiel, en dat het enige dat om aandacht vraagt de losse spanen zijn die na het knippen op het vlak kunnen blijven liggen. Wilt u weten hoeveel sneden en dus hoeveel kopse randen uw eigen dakvlak oplevert bij een bepaalde baanverdeling, stuur ons dan uw tekening. Wij denken gratis mee over de maatvoering, en u kunt tegelijk de drie kleuren als monster aanvragen om naast elkaar te bekijken.