Klikzink
Een spoedbestelling betekent bijna altijd dat er ergens tijdsdruk staat: een dak dat open ligt, een klant die morgen weer water wil kunnen keren, een planning die geen ruimte laat voor een tweede bestelling. In die situatie is de verleiding groot om een beschadigde plaat toch te leggen en de schade later bij te werken met reparatielak. Dat kan verstandig zijn, maar niet altijd, en het verschil tussen die twee situaties is precies waar dit stuk over gaat.
Reparatielak is bedoeld om een oppervlaktebeschadiging in de coating af te sluiten voordat daar roest kan ontstaan. Onze platen zijn Sendzimir verzinkt (275 g/m2 aan beide zijden) en daar overheen zit een organische coating van 50 micrometer. Die coating is de eerste beschermlaag; de verzinking is de tweede. Zolang alleen die coating is beschadigd, bijvoorbeeld door een lichte kras van transport of montage, en het zink daaronder nog intact is, doet reparatielak precies waarvoor het bedoeld is: het dicht de coating weer af en voorkomt dat vocht bij het staal komt. Dat is een kwestie van minuten werk en op een spoedklus vaak de enige realistische oplossing, want een nieuwe baan bestellen voor één kras is zelden te verantwoorden.
Het punt is dat u dat onderscheid ter plekke moet kunnen maken, en dat lukt niet door er even overheen te vegen. Een kras die alleen de coating raakt voelt vlak aan en laat geen scherpe rand zien. Zit de kras dieper, tot in het verzinkte staal of zelfs door de verzinking heen, dan ziet u vaak een net iets andere kleur op de bodem van de kras, of voelt u een groefje met uw nagel. Twijfelt u, beoordeel de kras dan bij daglicht en niet in de schaduw van de goot: op een mat oppervlak, met een glansgraad onder de 5, valt schade bij strijklicht heel anders op dan bij fel bovenlicht. Hoe u dat soort krassen precies beoordeelt en wanneer een baan wel of niet nog goed genoeg is, staat uitgebreider beschreven op de pagina over [krassen en beschadigingen bij een spoedbestelling](/felsplaat/spoed/krassen); hier gaat het vooral om wat u daarna met de lak doet.
Het risico van reparatielak is dat hij de beschadiging onzichtbaar maakt zonder de oorzaak op te lossen. Dat gebeurt op twee manieren, en beide zien we vaker terug bij spoedwerk dan bij regulier werk, precies omdat er dan minder tijd is om goed te kijken.
De eerste manier is dat de lak een diepere beschadiging afdekt die al door de verzinking heen gaat. De lak zelf hecht dan prima, het gat ziet er even goed uit als de rest van de plaat, maar onder die lak ligt kaal staal zonder de zinklaag die normaal de eerste jaren bescherming biedt als de coating ooit lokaal beschadigt. Dat staal gaat op termijn corroderen, van binnenuit, onder een laag die er van buiten intact uitziet. Op een normale klus ontdekt u dat soort dingen bij de eindcontrole, met tijd om de baan alsnog te vervangen. Bij een spoedklus is die eindcontrole vaak dezelfde beweging als het dichtlakken, en dan is de verleiding groot om het gewoon goed te noemen omdat het dak dicht moet.
De tweede manier is dat de lak wordt ingezet voor iets waar hij nooit voor bedoeld was: het aan elkaar plakken van vervorming. Een plaat die tijdens het tillen of leggen een deuk of een golving heeft gekregen, blijft mechanisch zwak op die plek, ook als u de deuk camoufleert met lak of met een likje extra coating. De fels moet daar nog steeds strak aansluiten en de plaat moet nog steeds vlak liggen; lak verandert daar niets aan. Als de vervorming zichtbaar is in het vlak, met of zonder verstijvingsril of micro-lines, dan is dat een probleem van de plaat zelf en geen coatingprobleem. Wat daar wel en niet meer aan te doen is, en wanneer een vervormde baan echt vervangen moet worden, leest u op de pagina over [vervorming bij het leggen bij een spoedbestelling](/felsplaat/spoed/vervorming).
Onder tijdsdruk worden op de bouw vaak drie keuzes gemaakt om tijd te winnen, en alle drie wreken zich meestal pas later, als het dak al dicht is en de steiger weg.
De eerste is het te snel wegwerken van een snijkant of een boorgat zonder die eerst goed te beoordelen. Een rauwe snijkant of een net geboord gat is een plek waar de coating per definitie ontbreekt, en reparatielak is daar geen vervanging voor een nette afwerking maar een aanvulling erop. Hoe u dat in de juiste volgorde doet, staat bij het [de snijkant afwerken bij een spoedbestelling](/felsplaat/spoed/snijkant-afwerken).
De tweede is het laten liggen van een plaat met een grotere beschadiging omdat vervanging tijd kost. Begrijpelijk op een spoedklus, maar reken dan wel na of het om coatingschade gaat of om schade aan de verzinking of het materiaal zelf. Is het laatste het geval, dan legt u een zwakke plek in het dak die op termijn een lekkage wordt, en dat is duurder dan de vertraging die vervanging nu kost.
De derde is het bijwerken van schade die eigenlijk ontstaan is door verkeerd tillen of dragen, zonder de werkwijze aan te passen. Als platen bij het verplaatsen steeds op dezelfde plek beschadigen, dan is dat een signaal dat de manier van tillen niet aansluit op de lengte of de dikte van de baan, niet iets om met lak te blijven compenseren. Zie daarvoor [de plaat tillen en dragen bij een spoedbestelling](/felsplaat/spoed/tillen).
Beoordeel elke beschadiging eerst op diepte voordat u aan bijwerken denkt: raakt hij alleen de coating, dan is reparatielak de juiste, snelle oplossing. Raakt hij de verzinking of vervormt hij het staal, dan is bijwerken cosmetisch en lost het niets op. Neem voor die beoordeling liever twee minuten extra dan dat u een half uur wint en het probleem doorschuift naar een moment dat het dak weer dicht is. Gaat het om de kleur of de glans van het herstelde stukje, dan is dat geen vraag over de plaat maar over het uiterlijk, en dat behandelen we niet hier maar op zinklook.com.
Heeft u twijfel over een specifieke beschadiging op een lopende spoedklus, neem dan contact op met Klikzink, Boylestraat 22 in Ede. Wij denken op tekening of foto mee, dat kost niets, en we kunnen op basis van onze eigen walsmachines snel een vervangende baan op maat leveren als bijwerken geen optie meer is.