Klikzink

Felsplaat of bitumen bij een baan langer dan acht meter

Een dakvlak van meer dan acht meter dwingt bij felsplaat en bij bitumen tot een keuze, maar niet tot dezelfde keuze. Bij felsplaat ligt de grens bij acht meter omdat wij de baan niet langer op de millimeter afkorten; wat langer moet, krijgt een dwarsnaad. Bij bitumen ligt de rolbreedte en -lengte fabrieksmatig al vast, meestal rond de tien meter, en daar komt een overlap van enkele centimeters bij elke rol. Het verschil zit niet in of er een naad komt, want die komt er bij beide, maar in wat die naad met het vlak doet.

Bij felsplaat is de dwarsnaad een zichtbare, harde lijn die het vlak in twee stukken deelt. Wij leveren de plaat wel tot 8000 mm op de millimeter afgekort, en voor het overgrote deel van de daken die wij beleveren is dat ruim voldoende: een doorsnee kap, een garage, een aanbouw. Maar bij een lange schuur of een loods van bijvoorbeeld elf meter goot-tot-nok moet er wat gebeuren, en dan is de vraag niet hoe u de plaat vastmaakt op die naad (dat leest u bij [de klem en de bevestiging op de bouw](https://klikzink.com)), maar hoe die lijn in het vlak valt en of dat u iets uitmaakt.

Bitumen heeft dat probleem structureel, op elk dak, ook op het kleinste. Een rol bitumen is nooit acht meter, laat staan langer, en dus telt u bij elk dakvlak het aantal rollen en daarmee het aantal overlapnaden dat u nodig heeft. Op een dak van vier meter zijn dat al gauw twee rollen met een naad ertussen. Bij felsplaat is die vraag er bij een dakvlak tot acht meter helemaal niet: dat is één ononderbroken baan, zonder naad, van goot tot nok.

Waar de lengte wél verschil maakt

Het punt waarop de twee systemen echt uit elkaar lopen, is niet de eerste naad maar wat er met elke volgende gebeurt. Bij bitumen legt u de rollen van onder naar boven, en elke overlap is in principe een herhaling van dezelfde bewerking: gelijk aan de vorige, met dezelfde kans op een fout of op verwering na verloop van jaren, en dat over de volle breedte van het dak zo vaak als er rollen liggen. Op een breed dakvlak van twintig meter, met rollen van een meter breed, zijn dat twintig overlapnaden naast elkaar.

Bij felsplaat werkt u juist andersom. De baan zelf loopt in de lengte van het dakvlak, van goot naar nok, en de felsen zitten in de breedterichting, dus tussen de banen naast elkaar, niet dwars op de looprichting van het water. Zolang de baan onder de acht meter blijft, heeft u over de hele lengte van het dak geen enkele dwarsnaad. Komt de kaplengte daarboven, dan is er niet twintig keer een naad zoals bij bitumen, maar één: op de plek waar de twee delen van de baan elkaar ontmoeten. Dat is een fundamenteel ander aantal risicopunten in het vlak, en dat weegt zwaarder dan de vraag of die ene naad er nou wel of niet komt.

Wat er met de waterloop gebeurt

Op een felsdak loopt het water in de lengte van de baan, van nok naar goot, evenwijdig aan de fels. Een dwarsnaad in zo'n baan moet daarom een overlap krijgen die het water over zich heen leidt in plaats van ertegenin, en dat is een detail waar de opbouw van de plaat, de dikte van 0,55 mm en de manier van koud vouwen invloed op hebben, zoals wij uitleggen bij [koud vouwen en kanten bij een lange baan](/felsplaat/langer-dan-acht-meter/koud-vouwen). Bij bitumen ligt dat anders: de rollen liggen elkaar juist wél in de lengte van de looprichting te overlappen, met de bovenste rol over de onderste, en dat is een systeem dat op zichzelf al rekent op tientallen van die overlappen per dak. Eén extra overlap er meer of minder, bij een net wat langere kaplengte, verandert aan het principe van dat systeem niets.

Dat is meteen ook waar bitumen wint als het om zuivere lengte gaat: het systeem is gemaakt om in stukken gelegd te worden en heeft daar geen aanpassing voor nodig, wat voor kaplengte dan ook. Felsplaat is gemaakt om in één stuk te lopen, en moet bij een lange kap dus een uitzondering maken op wat het systeem eigenlijk wil.

Wat de dwarsnaad kost aan onderhoud, jaren later

Het verschil dat op de lange termijn het meest telt, zit niet in de aanleg maar in wat er na jaren met die naden gebeurt. Een bitumen overlap is een gelijmde of gebrande verbinding tussen twee stukken materiaal dat zelf ook verweert, uitzet en krimpt met temperatuur, en dat is precies de plek waar een bitumen dak na verloop van jaren als eerste gaat lekken: niet in het vlak, maar in de naad. Met twintig naden op een breed dak zijn dat twintig plekken die op enig moment aandacht nodig hebben.

Bij felsplaat is de dwarsnaad in de lange baan een mechanisch overlappende felsverbinding in staal, gemaakt van hetzelfde materiaal als de rest van de plaat, met dezelfde coating en dezelfde levensduurverwachting. Er is geen lijm of bitumenmastiek die apart verweert. Bij een dak tot acht meter is die vraag er sowieso niet, en bij een dak daarboven is het er één plek in plaats van tientallen. Wat er met die ene naad in de loop der jaren gebeurt aan onderhoud, hangt af van waar hij precies valt in het vlak en hoe hij is uitgevoerd, en dat bespreken wij graag met u op tekening.

Wat u met deze vergelijking kunt

Als uw dakvlak tot acht meter reikt, is de vergelijking snel gemaakt: felsplaat legt u er in één ononderbroken baan op, bitumen niet, hoe kort het dakvlak ook is. Reikt uw kaplengte daarboven, dan verschuift de vraag van of er een naad komt naar waar die naad het beste kan vallen en hoe hij wordt uitgevoerd, en dat is precies waar wij op tekening met u meedenken, zonder kosten. Stuur ons uw maatvoering, dan rekenen wij de baan voor u door en laten u zien waar de overlap in het vlak komt te liggen. Wilt u eerst voelen hoe de plaat zelf aanvoelt, dan sturen wij u monsters in alle drie de kleuren toe.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink