Klikzink

Felsplaat: de uitzetting, wat u vooraf moet weten

Voordat u een felsdak of -gevel in staal legt, wilt u weten wat het materiaal zelf doet als het warm of koud wordt. Dat is een andere vraag dan wat er misgaat als u er niets mee doet, of wat het kost als u het wel goed regelt. Die vragen behandelen we apart. Hier gaat het om het uitgangspunt: hoeveel zet felsplaat uit, en waarom is dat voor staal een ander verhaal dan voor de zinken platen waar u misschien meer ervaring mee heeft.

Staal en zink lopen hier ver uiteen

Elk metaal zet uit bij warmte en krimpt bij koude. Hoeveel, dat verschilt per materiaal en dat verschil is precies waar het bij felsplaat om draait. Onze stalen felsbanen zetten ongeveer half zoveel uit als zinken platen van dezelfde lengte. Dat is geen kleine nuance: het is de reden waarom een dak dat in zink is uitgevoerd op een andere manier met lengteverandering omgaat dan hetzelfde dak in staal. Wie gewend is te rekenen en te detailleren volgens de vuistregels van zink, moet die vuistregels voor staal naar beneden bijstellen. Niet halveren en klaar, want de exacte waarde hangt af van temperatuurverschil en plaatlengte, maar de orde van grootte is wel echt anders.

De reden zit in het materiaal zelf, niet in de coating of de kleur van het oppervlak. Onze platen zijn Sendzimir verzinkt staal met een organische laag van GreenCoat Pural BT erop. Die laag beschermt tegen weer en wind, maar de uitzetting wordt bepaald door het staal daaronder. Of u nu voor een van onze drie matte kleuren kiest of een andere afwerking overweegt: dat verandert niets aan de lengteverandering. Wilt u weten hoe die kleuren zich gedragen op een gebouw, dan leest u dat op zinklook.com; hier gaat het puur om wat het staal doet als de temperatuur wisselt.

Wat dat betekent over acht meter

Onze felsbanen zijn leverbaar van 450 tot 8000 millimeter, op de millimeter afgekort. Aan de lange kant van die reeks wordt de uitzetting het meest concreet voelbaar, dus reken het voorbeeld liever aan een baan van acht meter dan aan een kort stuk gevelbekleding.

Neem een baan van acht meter die in de winter bij pakweg -10 graden wordt gelegd en in de zomer op een warm dakvlak tegen de 70 graden warm kan worden. Dat is een temperatuurverschil van 80 graden, een waarde die op een donker dak in de volle zon heel reëel is. Staal zet daarbij ongeveer 0,012 millimeter uit per meter per graad. Over acht meter en 80 graden komt u dan op zo'n 7 tot 8 millimeter lengteverandering tussen het koudste en het warmste moment van het jaar. Voor een zinken baan van dezelfde lengte en bij hetzelfde temperatuurverschil zou die waarde ongeveer twee keer zo hoog liggen. Dat verschil is precies waarom vuistregels voor zink niet zomaar op staal zijn te plakken.

Belangrijk om vooraf scherp te hebben: dit is de lengteverandering van de plaat zelf, nog voordat er iets is gezegd over hoe die verandering wordt opgevangen. Of die paar millimeter een probleem worden, hangt af van hoe de baan is bevestigd en welke ruimte de detaillering daarvoor laat. Dat is een vraag over de klem en de ondergrond, en die beantwoorden we op klikzink.com, niet hier.

Waarom u dit weet voordat u meet en bestelt

Het nut van dit getal zit niet in het getal zelf, maar in het moment waarop u het gebruikt. Als u een baan van acht meter bestelt om precies tussen twee vaste punten te passen, telt niet alleen de maat die u vandaag opmeet, maar ook de maat die de plaat over een jaar kan aannemen. Een aannemer die dat vooraf weet, geeft bij het bestellen niet alleen de werkende breedte van 475 millimeter en de gewenste lengte door, maar houdt in de detaillering al rekening met de speelruimte die het staal straks nodig heeft.

Dat vooraf weten voorkomt ook een verkeerde vergelijking op de bouwplaats. Ligt er op hetzelfde project al een stuk zinken dakbedekking, dan is de verleiding groot om de ervaring daarmee één op één over te zetten naar de stalen felsplaat. Dat is precies waar het misgaat: wat bij zink een ruime marge was, kan bij staal een overdreven marge worden, en omgekeerd kan een marge die voor staal precies genoeg was, bij zink te klein blijken. Ons materiaal zet nu eenmaal minder uit, en die halvering werkt in de praktijk door tot in de keuze van de baanlengte en de indeling van het dakvlak.

Voor wie op de tekentafel al met deze cijfers wil rekenen, denken wij daar kosteloos in mee: onze platen worden op eigen walsmachines op maat gewalst en wij kijken graag mee op tekening voordat er wordt bekort. Dat overleg is niet alleen nuttig voor de maatvoering zelf, maar ook voor de vraag hoe u de uitzetting inpast in de rest van het ontwerp, zoals wij uitleggen bij [de aansluiting op de nok](/felsplaat/uitzetting/wat-vraagt-de-opdrachtgever) waar een opdrachtgever vaak naar vraagt.

Wat u met dit gegeven op de bouw doet

Op de bouwplaats zelf verandert dit gegeven niets aan hoe u de plaat vasthoudt of verwerkt. Onze felsbanen zijn koud vouwbaar tot -15 graden en wegen ongeveer 5 kilo per vierkante meter; dat blijft zo, winter of zomer. Wat wel verandert, is hoe u een lange baan op een koude ochtend legt ten opzichte van een baan die 's middags in de volle zon ligt: de lengte die u dan meet, is niet precies de lengte die dezelfde baan een paar uur later of een paar maanden later heeft.

Praktisch betekent dit dat u bij het opmeten en bestellen van lange banen niet alleen de actuele maat noteert, maar ook het moment van meten in het achterhoofd houdt. Wie in de vroege ochtend bij lage temperatuur een maat neemt voor een baan die in de zomer wordt gelegd, doet er goed aan die kleine marge al in het ontwerp te laten verwerken in plaats van op de bouw zelf te improviseren. Hoe u vervolgens controleert of die marge in de praktijk klopt, en wat u doet als de uitzetting zich anders gedraagt dan verwacht, leest u in de vervolgpagina's over deze aansluiting.

Dit is dan ook precies het gegeven dat u vooraf op orde moet hebben: niet de exacte uitvoering van de detaillering, niet de kosten daarvan en niet wie de aansluiting op de bouw uitvoert, maar het simpele feit dat staal ongeveer half zoveel beweegt als zink en dat die beweging bij een baan van acht meter al snel in de orde van zeven tot acht millimeter loopt. Met dat getal in de hand kunt u de rest van het ontwerp en de bestelling daarop afstemmen.

Wilt u dit doorrekenen voor uw eigen project, of twijfelt u over de juiste baanlengte gezien de temperatuurverschillen op uw dak of gevel? Neem contact op met Klikzink aan de Boylestraat 22 in Ede. Wij denken kosteloos mee op tekening, leveren op de millimeter en sturen u op verzoek monsters van alle drie de kleuren, zodat u met de juiste maat en het juiste materiaal aan de slag gaat.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink